Symposiumverslag Antwerpen 29 november 2003

 

Oorlog van de toekomst

 

Op de zaterdag voordat Sinterklaas ons land ging verlaten konden een aantal NVMP- en AVV-leden toch nog een gaatje in hun volle agenda’s vinden om af te reizen naar het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen. Was het gebodene de lange reis- en overstaptijd waard? Zeker, want we kregen een tweetal sprekers voorgeschoteld die over uiteenlopende onderwerpen een boeiend verhaal hielden.

 

In de overvolle internationale trein naar Antwerpen brak gelukkig nog net geen blinde paniek uit toen werd omgeroepen dat vanwege de opgelopen vertraging de trein niet in Antwerpen Centraal zou stoppen: het einddoel van het overgrote deel der reizigers. Achteraf bleek de overstap via Antwerpen Berchem welhaast tot een Vlaamse traditie te zijn verworden en zeker te prefereren boven de verkeerschaos die de stad voor en door het autoverkeer oplevert. Na een lange maar gezellige wandeling werd eindelijk het Tropeninstituut bereikt. Misschien hebben we er te weinig van gezien, maar ik had zelf een imposantere locatie verwacht. Het weerzien met oude bekenden vergoedde echter veel.

 

Bioterrorisme

Jim van Steenbergen van de Nederlandse LCI (Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziektebestrijding) presenteerde een helder, door powerpointbeelden ondersteund betoog. Daarbij ging hij eerst terug naar de basis: de mens is in het bestaan van de aarde pas een recent verschijnsel en zonder ons zal die ook door blijven draaien. Het is aan ons om zo harmonieus mogelijk met dit erfgoed om te gaan. Of virussen en andere bedreigingen van ons voortbestaan ontstaan zijn tijdens de zondeval of door terrorisme is eigenlijk niet belangrijk voor infectieziektebestrijding. Het gaat daarbij niet om de oorzaken maar om het inperken van de gevolgen. Belangrijk is om 3 niveaus helder te houden: je hebt een bron, er is een overdracht en je hebt een gastheer. Je kunt iets aan de bron doen, de overdracht beperken en/of de gastheer beschermen.

 

Bioterrorisme is het opzettelijk verspreiden van ziektekiemen. Maar in de praktijk gaat het vooral om de dreiging van een opzettelijke verspreiding en de angst die je daarmee bewerkstelligt. Immers, hoe reëel is een terroristische aanval met een biowapen nu eigenlijk? De praktijk na 11 september 2001 toont aan dat dit in feite nauwelijks als middel werd gebruikt, met uitzondering van de anthraxbrieven. Terroristen zijn ‘conservatief’ en kiezen toch vooral voor de ‘doodgewone’ bomaanslag. Dat geeft tenslotte direct en snel het gewenste effect. Een biowapen maken is zeker geen sinecure, maar als het lukt en het wordt gebruikt dan kun je rampen van ongekende omvang creëren. Tussen politie, brandweer en regionale medische diensten, de spelers in geval van een dergelijke ramp, bestaan nog teveel coördinatieproblemen om afdoende actie te ondernemen. Daarvoor is vooral een sterk flexibel systeem nodig dat in kan spelen op zeer onverwachte gebeurtenissen. Wat je nu ziet is vaak ‘overacting’. Bij een mogelijke anthraxbrief worden meteen hele gebieden afgezet en verschijnen mannen met witte pakken die de angst alleen maar vergroten. Ook zou je daar de reactie op de dreiging van een opzettelijke verspreiding van het pokkenvirus toe kunnen rekenen. Het is nu mogelijk om alle Nederlanders binnen 4 dagen tegen pokken in te enten. Maar dat is wel een schijnveiligheid waarbij de nare bijverschijnselen, van het pokkenvaccin onvermeld blijven.

Joop Pragt vraagt zich af of wij daar als medici niet tegen zouden moeten protesteren. Door de bijwerkingen, waaraan een aantal mensen zullen bezwijken, zou de bestrijding wel eens erger kunnen zijn dan de vermeende kwaal. Jim van Steenbergen geeft aan dat hij daar niet over gaat, dat is nu eenmaal een politieke beslissing. Overacting en angst zijn factoren die moeilijk zijn uit te bannen als het om een onbekende, maar mogelijk catastrofale dreiging gaat.

 

Nieuwe oorlogen en veiligheid

Na de lunch kreeg An Vranckx van het International Peace Information System (IPIS) het woord. Bij een thema als nieuwe oorlogen is het vooraleerst de vraag wat er ‘nieuw’ aan is, of wel hoe zagen oorlogen er vroeger uit. Vranckx grijpt daarbij terug op het axioma van Von Clausewitz. Deze Pruisische officier probeerde voor oorlogen een aantal spelregels op te stellen, waarmee deze beperkt bleven tot een korte confrontatie tussen combattanten. Vanwege de dreiging van een goed getraind leger zouden zelfs weinig oorlogen daadwerkelijk worden uitgevochten. Die wederzijdse dreiging was in de Koude Oorlog nog terug te vinden, maar tegenwoordig vervaagt ze steeds meer. De staat is allang niet meer de enige die een monopolie op geweld heeft, je ziet steeds meer niet-statelijke actoren die naar geweldsmiddelen grijpen. Legertjes rebellen in Afrika bijvoorbeeld die een lokale oorlog uitvechten om maar controle over een gebied met grondstoffen, zoals diamanten, te krijgen. De realiteit wijst zelfs uit dat bij het gros van de huidige conflicten en oorlogen helemaal niet duidelijk is wie tegen wie strijdt en waarom.

 

Vranckx haalt zelfs de ‘Zappa-factor’ van stal: ‘We're only in it for the money’. Iets dat zeker opgaat voor de vroeger als idealistisch bekend staande guerrilla’s en paramilitaire groepen. Hun idealen lijken steeds meer verdrongen te worden door geldelijk gewin. En omdat alles om geld draait ontstaan er zelfs legitieme organisaties met militaire middelen die kunnen worden ingehuurd om een conflict te beslechten. Wij proberen echter altijd conflicten te duiden, er moeten nu eenmaal labels opgeplakt worden. Zo ook met Al Queda, maar feitelijk word je dan misleid want het gaat daarbij juist om een blind radarwerk van vergelding en frustratie zonder een centrale basis. Op een vraag uit de zaal haalt Vranckx het voorbeeld van Irak aan: dat is verkocht aan ons als een ‘rechtvaardige’ oorlog, maar is verworden tot een Amerikaanse ‘privé-oorlog’. Wat je nu ziet in Irak is het aloude Balkan-verhaal. Er ontstaan milities geboren uit frustratie, waar je niet meer vanaf komt ook niet nadat de oorlog is beëindigd. Fernando Lopes da Silva: de VN zouden toch in feite het

antwoord moeten zijn op Von Clausewitz. Ingrijpen daar waar het uit de hand loopt. Helaas klinkt dit vaak mooier dan de praktijk van lange besluitvormingsprocessen laat zien. Guido van Ham: kijk bijvoorbeeld naar wat er tussen Israël en Palestijnen gebeurt. Is dat geen voorbeeld van een staat die zich crimineel gaat gedragen? Ook hier treedt dus een vervaging op.

En zo was er nog veel stof tot napraten voor de terugreis een aanvang nam.