Europa staat militair stevig in de steigers

 

Een militaire grondwet

 

Dit is een ingekorte versie van het gelijknamige artikel dat verscheen in het Magazine voor Vredesactie

(nr. 225 van december 2003).

 

De belangrijke Eurotop, midden december, over de nieuwe ‘Europese grondwet’ is mislukt. Dat neemt niet weg dat die ontwerpgrondwet in de komende maanden op tafel blijft liggen, militaristische marsrichting incluis. Erger nog: tegen de achtergronddiscussie van de grondwet zijn door Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en België reeds bepaalde afspraken gemaakt over de Europese defensie. Mislukte top of niet: Europa staat militair stevig in de steigers. In dit artikel wordt een blik geworpen op de ontwerpteksten van de grondwet, die we lezen met in het achterhoofd de visietekst van Javier Solana over veiligheid en defensie.

 

Na lang overleg heeft de zogenaamde Europese Conventie, een breed overleg van Europese politici onder leiding van Giscard d’Estaing, een conceptversie geproduceerd van een Europese grondwet, die bestaat uit 260 pagina's, verdeeld in vier hoofdstukken. Toegevoegd aan de conceptversie van de grondwet zijn enkele bijlagen of additionele akkoorden, die ook een onderdeel van de grondwet zullen worden.

 

Het belang van militair beleid in de conceptversie Europese grondwet

Het zogenaamde ‘Gezamenlijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid’ (CFSP) en het ‘Europese Veiligheids- en Defensiebeleid’ (ESDP) nemen veel ruimte in en hebben een centrale plaats in de ontwerpgrondwet. De bepalingen aangaande het militaire beleid zijn erg concreet en gedetailleerd. Zo staat er expliciet: Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid omvat de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid van de Unie. Dit zal tot een gemeenschappelijke defensie leiden zodra de Europese Raad (dit is dé bijeenkomst van alle regeringsleiders, een conferentie zoals deze die in december mislukt is, red.) met eenparigheid van stemmen daartoe besluit.

 

Er zal zoiets komen als een loyaliteitsplicht binnen de Europese Unie. Dit wordt als volgt ingevuld: De lidstaten geven in een geest van loyaliteit en wederzijdse solidariteit hun actieve en onvoorwaardelijke steun aan het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie en eerbiedigen de handelingen die de Unie op dat gebied vaststelt. Zij onthouden zich van ieder optreden dat in strijd is met de belangen van de Unie of dat afbreuk zou kunnen doen aan de doeltreffendheid ervan.

    

Zolang er geen beslissing is van de Europese Raad inzake “veiligheidsbeleid” kunnen individuele lidstaten van de EU die, aangaande hun defensie, “onderling verdergaande verbintenissen zijn aangegaan”, een “gestructureerde samenwerking binnen het kader van de Unie” uitvoeren. Als deze grondwet wordt aangenomen, zullen lidstaten niet langer de mogelijkheid hebben het zich ontwikkelende gezamenlijke militaire beleid te blokkeren. Indien deze conceptgrondwettekst realiteit wordt, zal het gezamenlijke militaire beleid een, zoniet dé, centrale rol gaan spelen in het integratieproces van de uitgebreide Europese Unie van 25 lidstaten. In het bijzonder zijn het de bepalingen inzake bevoegdheden en algemene verplichtingen die dit aspect benadrukken. Bovendien is het gezamenlijk militair beleid één van de, zoniet hét, centrale nieuwe element(en) van deze conceptgrondwet van de EU.

 

Verplichting tot bewapening: in de grondwet!

Aangaande vrede en militair beleid bevat de ontwerpgrondwet dramatische nieuwe bepalingen. Er is een expliciete verplichting tot bewapening in de grondwet: ‘De lidstaten verbinden zich ertoe hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren.’ Dit betekent dat een verplichting tot geleidelijke verhoging aan wapenuitgaven gegraveerd is in de grondwet! Een Europees Bureau (men spreekt ook over ‘Agentschap’ - red.) voor bewapening, onderzoek en militaire vermogens zal opgezet worden, dat operationele behoeften bepaalt, maatregelen bevordert om in die behoeften te voorzien, bijdraagt tot de vaststelling en, in voorkomend geval, tot de uitvoering van alle nuttige maatregelen om de industriële en technologische basis van de defensiesector te versterken, dat deelneemt aan het bepalen van een Europees beleid inzake vermogens en bewapening, en de Raad van Ministers helpt de verbetering van de militaire vermogens te evalueren. Wat dat betreft definieert de grondwet dus expliciet verplichtingen.

 

EU-troepen over de hele wereld? Gevechtsoperaties (ook buiten EU) in de grondwet

De lidstaten van de Europese Unie leveren militaire steun voor het Europees militair beleid: De lidstaten stellen civiele en militaire vermogens ter beschikking van de Unie voor de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, om zodoende bij te dragen tot het bereiken van de door de Raad van Ministers bepaalde doelstellingen. De lidstaten die onderling multinationale strijdkrachten vormen, kunnen deze strijdkrachten tevens ter beschikking van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid stellen.

Het is opnieuw uniek dat de bereidheid tot deelname aan militaire interventies wereldwijd de status krijgt van een grondwettelijke plicht.

EU-troepen zullen ingezet worden als missies van strijdkrachten met het oog op crisisbeheersing, met inbegrip van vredestichting, alsmede stabiliseringsoperaties na afloop van conflicten. Het gaat verder: Al deze taken kunnen tot de strijd tegen het terrorisme bijdragen, ook door middel van steun aan derde landen om het terrorisme op hun grondgebied te bestrijden. Dit is een extreem breed mandaat voor mogelijke militaire operaties van de Europese Unie. Het staat de EU zelfs toe in te grijpen in een burgeroorlog aan de kant van een bepaalde fractie, en om de uitkomst van een oorlog in militaire zin te beinvloeden, gerechtvaardigd door de ‘strijd tegen het terrorisme’. Beperkingen voor dergelijke extraterritoriale militaire operaties van de EU worden niet genoemd.

 

Het ‘Kerneuropa’ wordtmogelijk: ‘gestructureerde samenwerking’

De grondwet omschrijft uitdrukkelijk de mogelijkheid voor een beperkte groep lidstaten om verregaande militaire samenwerking tot stand te brengen: De lidstaten waarvan de militaire vermogens voldoen aan hogere militaire criteria en die op dit gebied onderling verdergaande verbintenissen zijn aangegaan met het oog op de uitvoering van de meest veeleisende taken, stellen in het kader van de Unie een gestructureerde samenwerking in.

 

Dit betekent dat individuele lidstaten permanente gezamenlijke militaire structuren kunnen creëren. De volgende paragraaf bepaalt concreter wat president Chirac heeft omschreven als een ‘kopploeg’ zoals in de Tour de France: Zolang de Europese Raad het besluit overeenkomstig lid 2 niet genomen heeft, wordt in het kader van de Unie een nauwere samenwerking op het gebied van de wederzijdse defensie ingesteld.

 

Dit is voor de militaire sfeer de vertaling van wat de Duitse minister van buitenlandse zaken Joschka Fischer omschreven heeft in een speech voor de Humboldt Universiteit in Berlijn op 12 mei 2002 (‘Van confederatie naar federatie; gedachten over het einddoel van de Europese integratie’). Hij sprak hier over een ‘avant-garde’ binnen Europa, over een ‘centrum van zwaartekracht’ binnen de EU, maar de oudere term ‘kerneuropa’, uitgevonden door Wolfgang Schaüble en Karl Lamers, is meer treffend.

 

Het blijft een open vraag in hoeverre deze nauwe militaire samenwerking binnen het raamwerk van de Unie vertraagd of verhinderd zou kunnen worden door de andere lidstaten van de EU. Deze zogenaamde ‘gestructureerde samenwerking’ op het gebied van militair beleid is te beschouwen als een exclusieve club binnen de EU. Het is absoluut onduidelijk hoe andere lidstaten van de EU deze zouden kunnen afremmen of blokkeren. Voor die lidstaten die officieel nog steeds neutraal zijn; Finland, Ierland, Oostenrijk en Zweden zijn er meer problemen. De Europese grondwet in ontwerp omvat verschillende expliciete regels voor samenwerking binnen de NAVO, bijvoorbeeld in Artikel I-40: Bij de totstandbrenging van een hechtere samenwerking op het gebied van wederzijdse defensie werken de deelnemende lidstaten nauw samen met de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Dit betekent dat de vrees dat de ratificatie van de Europese grondwet door niet-NAVO- leden in feite neerkomt op een ‘light’ NAVO-lidmaatschap niet ongegrond is.

 

Raad beslist in haar eentje: geen rol voor parlement.

De ontwerpgrondwet van de EU benadrukt meerdere malen dat alleen de Raad van Ministers (de nationale regeringen dus) verantwoordelijk is voor het militair beleid van de EU. Vertaald in simpel Nederlands zegt artikel I-40 dat de Raad van Ministers beslissingen zal nemen over militaire operaties van de EU. Dit wordt in artikel III effectief herhaald: Wanneer een internationale situatie een operationeel optreden van de Unie vereist, neemt de Raad van Ministers de nodige Europese besluiten. Het Europees Parlement staat hier buiten. Het Europees Parlement zal enkel regelmatig ‘geconsulteerd’ worden over de belangrijkste aspecten, en op de hoogte gehouden worden van de ontwikkeling en fundamentele keuzen op het gebied van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. Meer precies wordt dit uitgelegd in een volgend artikel: Het Europees Parlement kan vragen of aanbevelingen tot de Raad van Ministers en de minister van buiten-landse zaken van de Unie richten. Maar de plicht tot het informeren van het parlement betekent niet dat het parlement het recht heeft beslissingen te nemen.

Namens de Europese regeringsleiders heeft Javier Solana, de Hoge Vertegenwoordiger voor Europa's Buitenland- en Veiligheidsbeleid, een verslag geschreven over de militaire strategie van de Europese Unie. Alle Europese regeringsleiders hebben dit militair strategieverslag tijdens een vorige EU-top in principe goedgekeurd. In dit verslag worden drie strategische doelstellingen voor de Europese Unie aangereikt. In de eerste plaats kunnen wij een bijzondere bijdrage leveren tot stabiliteit en goed bestuur in onze onmiddellijke omgeving. In de tweede plaats, en vanuit een ruimer perspectief, moeten wij aan een internationale orde bouwen die is gebaseerd op effectief multilateralisme. Tot slot moeten wij de nieuwe én oude bedreigingen aanpakken. Hiertoe richt de Europese Unie zich op haar (nieuwe) militaire kracht:

Als Unie van 25 leden, die een totaalbedrag van 160 miljard euro aan defensie uitgeeft, moeten wij zo nodig in staat zijn verscheidene operaties tegelijkertijd uit te voeren. We moeten een strategische cultuur ontwikkelen die vroegtijdige, snelle en waar nodig, krachtige interventie bevordert.

 

En: Indien wij nieuwe dreigingen en de totstandbrenging van meer flexibele mobiele troepen serieus nemen, moeten wij de middelen voor defensie verhogen. (NB: Er staat niet ‘als de dreigingen serieus zijn’, er staat ‘als wij de nieuwe dreigingen serieus nemen..!’). In een wereld van mondiale bedreigingen, mondiale markten en mondiale media hangen onze veiligheid en welvarendheid af van een effectief multilateraal stelsel. Solana concludeert: In deze wereld zijn er nieuwe gevaren maar ook nieuwe mogelijkheden. Indien de Europese Unie erin slaagt een volledig doeltreffende actor te worden, beschikt zij over het potentieel om een belangrijke bijdrage te leveren tot het aanpakken van de dreigingen en het helpen verwezenlijken van de mogelijkheden. Een actieve en bekwame Europese Unie zou invloed op wereldschaal uitoefenen. Aldus zou zij bijdragen tot een doeltreffend multilateraal stelsel dat tot een rechtvaardiger en veiliger wereld leidt. Dit is een oproep de strijd aan te gaan met de ‘unilaterale wereldorde’ met de VS als énige supermacht, zoals voorgestaan wordt door de regeringen van de VS en het Verenigd Koninkrijk.

 

Preventieve oorlogen voeren: Europese Bush-doctrine

Het verslag van Solana erkent ook het concept van de preventieve oorlog.

In een tijdperk van mondialisering kunnen verre bedreigingen even zorgwekkend zijn als bedreigingen die van dichtbij komen. De nucleaire activiteiten in Noord-Korea, de nucleaire gevaren in Zuid-Azië en de proliferatie in het Midden-Oosten baren Europa zorgen. En: Ons traditionele concept van zelfverdediging tot en met de Koude Oorlog was gebaseerd op de dreiging van een invasie. Met de nieuwe bedreigingen zal de eerste verdedigingslinie zich vaak buiten onze grenzen bevinden. De nieuwe bedreigingen zijn dynamisch. Als wij er niets aan doen, worden zij gevaarlijker. Dit impliceert dat we klaar moeten zijn om op te treden vóórdat een crisis uitbreekt.

Dit is een overname door Europa van het centrale element binnen de National Security Council van de VS, ook wel genaamd ‘de Bush-doctrine’, en legt het vast voor de Europese Unie. De bommen-campagne in de oorlog tegen Irak was een test voor dit concept van de preventieve oorlog. Westerse legers en regeringen lijken het concept van de preventieve oorlog inmiddels te beschouwen als een recept voor succes. De omschrijving van het concept van preventieve oorlog in het verslag van Solana toont aan dat er geen verschil is tussen de EU en de VS inhoudelijk gezien (wel wat omvang betreft) aangaande hun verreikende militaire beleid. Velen, inclusief regeringen in ‘oud-europa’, bekritiseren de VS-regering en haar methodes, maar precies deze Europese regeringen, inclusief de Duitse rood/groene coalitie, nemen deze methodes, waaronder het preventieve oorlogsconcept, graag over. Zij doen dit bijvoorbeeld met de nieuwe strategie van de EU.

 

 Waar is ‘het kwaad’: in het Zuiden of in het Westen?

Het verslag van Solana benoemt drie belangrijke dreigingen voor de Europese regeringen: Al deze verschillende elementen tezamen (terrorisme dat qua geweld tot het uiterste gaat, de beschikbaarheid van massavernietigingswapens en het mislukken van staatssystemen) wettigen de conclusie dat er een zeer ernstige dreiging in het verschiet zou kunnen liggen. Alleen gezamenlijke actie zou kunnen helpen tegen deze dreigingen. Het doel van de Europese politiek wordt zeer duidelijk en open verwoord, zelfs al moet je het meerdere malen lezen om werkelijk te geloven dat dit een onderdeel wordt van de militaire strategie van de EU: Tezamen optredend kunnen de Europese Unie en de Verenigde Staten een ontzagwekkende kracht ten goede in de wereld vormen. Tezamen voor het ‘goede in de wereld’, tegen al het ‘kwaad’? Voor wie dit ‘goede’ goed zal zijn is wel duidelijk. Het gaat allemaal om zoveel mogelijk macht, invloed en economische expansie voor de westerse staten als maar mogelijk. De westerse landen zijn het eens over de belangrijkste zaken: meer bewapening en de ontwikkeling van de militaire strijdkrachten die in staat zijn oorlogen te voeren; de verschillen liggen in de details (Irak).

De oorlogen van de toekomst zullen worden gevochten door steeds wisselende coalities, en niet iedereen zal elke keer meedoen. Maar er zullen oorlogen plaatsvinden, tegen landen en mensen in het Zuiden. De analyse achter de conceptgrondwet van de EU en het verslag van Solana ziet het probleem in het Zuiden, in de ‘mislukte staten’. De conceptgrondwet van de EU legt expliciet een neoliberaal beleid vast dat leidt tot wereldwijde verpaupering. Het probleem ligt natuurlijk niet in het Zuiden, maar in het Westen. Het beleid van de westerse staten moet fundamenteel veranderen. Het huidige neoliberaal en neoimperialistisch beleid van de EU-staten, twee zijden van dezelfde munt, moet niet worden vastgelegd als deel van een toekomstige grondwet van de Europese Unie.

 

Campagne tegen Europese Grondwet tegen militarisering Europese Unie 

Het Informationsstelle Militarisierung (van wie deze tekst afkomstigis - red.) stelt derhalve een campagne voor tegen deze Europese grondwet. De Europese grondwet is het resultaat van een verkeerd beleid van de regeringen van de Europese Unie. Wat betreft militaire zaken is deze conceptgrondwet verbijsterend, daarom moet er verzet tegen komen. Een campagne tegen deze Europese grondwet zou opgezet kunnen worden door groepen uit de vredes- en antioorlogsbeweging, uit de antiglobaliseringsbeweging, groepen die strijden tegen sociale afbraak en groepen die werken met vluchtelingen. Een campagne tegen de Europese Grondwet zou opgezet kunnen worden door groepen uit verschillende Europese landen. Deze conceptgrondwet van de EU is geen grondwet voor de mensen. Deze ontwerpgrondwet is niet onze grondwet!

 

Naschrift redactie Magazine voor Vredesactie

Deze ontwerpgrondwet blijft ondanks de mislukte Eurotop de basis voor de architecten van het toekomstige Europa en achter de schermen is er al heel veel beslist. Europa is op het verkeerde spoor gezet. Datzelfde Europa kan echter evengoed een totaal andere richting inslaan: aan de oorzaken van conflicten werken (die dikwijls door Europa zelf zijn aangericht en instandgehouden), gebruik maken van ons formidabel niet-militair gewicht op de internationale scene, instrumenten van niet-militaire conflicthantering uitbouwen. Het is aan ons, de Vlaamse en Europese

vredesbeweging, om de stem van de vredesgezinde Europeaan te laten weerklinken: Europa moet géén kloon van de VS worden. We hebben (voor een stuk nog in embryo) de expertise en ook de macht om het anders te doen dan cowboysgewijs. Alleen moet er de politieke wil zijn. Maar die politieke wil...: zorgen wij daar niet zelf voor, in 2004 bijvoorbeeld, bij de verkiezingen?