Voor de dokter van morgen

 

Het Global Health

Educatie Project

Door: Barbara Schimmer

 

De toekomstige arts zal in toenemende mate geconfronteerd worden met internationale aspecten van gezondheid en gezondheidszorg. Ziekten stoppen niet bij grenzen en de bestrijding van ziekten evenmin. PatiŽnten en artsen die uit het buitenland hierheen komen, Nederlandse artsen die naar het buitenland gaan en de migratie van kennis en medicijnen zijn voorbeelden hiervan. Kortom, de wereld is in de laatste decennia Ďkleinerí geworden en parallel hieraan zijn de eisen aan, en de verwachtingen van, Nederlandse artsen veranderd. Aanleiding dus voor een Global Health Educatie Project.

 

Globalisering maakt duidelijk dat we ons niet meer kunnen isoleren van internationale ontwikkelingen. De aids- en tuberculosepandemieŽn houden zich niet aan landgrenzen. Ook andere micro-organismen liften mee met de reizende mens en zorgen daarmee in het gastland voor de zogenoemde Ďimportziektení. Gro Harlem Brundtland, voormalig directeur-generaal van de Wereldgezondheids-organisatie verwoordde dit recentelijk zo: ďThe separation between domestic and international health problems is no longer useful, as over two million people cross international borders every single day. This is an accelerating trend, and it is not likely to be reversed."

 

Global health in het medisch curriculum

Het huidige medische curriculum heeft nauwelijks oog voor het internationale karakter van gezondheidszorg. Van aankomende artsen zal een grote betrokkenheid worden verwacht bij door globalisering ontstane of verergerde gezondheidsproblemen en bedreigingen voor de volksgezondheid. Kennis over de gevolgen van armoede, sociaal-economische ontwikkelingen, conflicten en mensenrechtenschendingen en hun invloed op de gezondheid is essentieel voor dokters die nu worden opgeleid. Begrip en kennis van bovengenoemde recente maatschappelijke ontwikkelingen en hun effect op de gezondheid komen echter op dit moment nauwelijks in het medisch onderwijs aan bod. Een enquÍte onder 700 Nederlandse geneeskundestudenten in 2000 toont dat zij erg bezorgd zijn over oorlog, mensenrechtenschendingen, armoede en epidemieŽn. Als grootste uitdaging voor de volksgezondheid zien ze epidemieŽn, milieuvervuiling, oorlogen, en gezondheid van vluchtelingen. Zeventig procent van de ondervraagde studenten vindt dat onderwijs over deze onderwerpen een hoge prioriteit moet hebben.

 

Het Global Health Educatie Project (GHEP)

Een aantal organisaties, waaronder de NVMP, is al vele jaren individueel actief met het geven van onderwijs over mensenrechten en gezondheidszorg, de medische gevolgen van oorlog en conflicten, maar ook over

sociaal-economische ontwikkeling en gezondheid aan artsen, geneeskundestudenten en andere gezondheidswerkers.

 

Op dit moment zijn vier organisaties: de NVMP, Wemos, de Johannes Wier Stichting en IFMSA (International Federation of Medical Studentsí Associations) vertegenwoordigd in de projectgroep Global Health Education. Deze projectgroep heeft als doel het onderwijs over bovengenoemdeonderwerpen onder de gezamenlijke noemer Global Health uit te breiden en een vaste plaats te geven in het medische curriculum. Dit Global Health Educatie Project sluit goed aan bij andere global health-initiatieven, opgestart door zusterorganisaties en medische faculteiten in landen als Groot-BrittanniŽ, Zweden, Finland, Duitsland, Canada en de Verenigde Staten. Onlangs werd hierover gepubliceerd in de gezaghebbende Lancet.

 

Actieve samenwerking

Een van de hoofddoelstellingen van het project is het implementeren van een kernmodule global health op alle acht medische faculteiten in Nederland. De GHE-projectgroep stelt zich ten doel enkele onderwerpen gerelateerd aan global health, zoals kennis over de gevolgen op de gezondheid van armoede, sociaal-economische ontwikkelingen, conflicten en mensenrechtenschendingen, in het kerncurriculum aan de orde te laten komen. Bovendien wordt gestreefd naar een uitgebreid aanbod aan keuzecursussen in global health-keuzeonderwerpen. De bovenstaande doelstellingen wil deprojectgroep bereiken door een actieve samenwerking met enthousiaste medische studenten, geÔnteresseerde docenten, curriculumontwerpers, onderwijscommissies en andere facultaire gremia. Naast contacten met medische faculteiten wordt de herkenbaarheid van het project vergroot door aanwezigheid op congressen met een (poster)presentatie.

 

In november 2002 is een rondetafeldiscussie gehouden op het landelijke onderwijscongres van de Nederlandse Vereniging van Medisch Onderwijs (NVMO). Op alle medische faculteiten zal een inventarisatie worden gehouden over het belang van global health-onderwijs. Een succesvolle bijeenkomst heeft reeds plaatsgevonden op de medische faculteiten in Maastricht, de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. Bezoeken aan andere faculteiten zullen binnenkort worden georganiseerd. Via deze weg wordt draagvlak gecreŽerd om te pleiten voor global health-onderwijs.

 

In 2004 komt er een trainingsprogramma om docenten wegwijs te maken in de wereld van global health. Enkele maatschappelijke organisaties, zoals Wemos, Johannes Wier Stichting en de NVMP hebben voor dit project reeds ontwikkelde lespakketten over global health en mensenrechteneducatie beschikbaar gesteld.

Daarnaast heeft MedAct, de Engelse zusterorganisatie van de NVMP, een uitgebreid global health studies-

pakket samengesteld.

 

Rol van de NVMP

De NVMP draagt als projectpartner bij aan de verdere ontwikkeling van het hoofdthema Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken, met specifieke aandacht voor conflictpreventie en mediation, arts en mensenrechten, humanitaire en psychologische gevolgen van oorlogen en conflicten en de effecten van de voorbereiding en het gebruik van ABC-wapens. De speciale taak die artsen kunnen en zouden moeten spelen is het voorkomen van gewelddadige conflicten om een betere gezondheid te garanderen. Het probleem is dat veel artsen zich hiervan weinig bewust zijn. Bovendien zijn het soms juist artsen die meewerken aan mensenrechtenschendingen en discriminatie, zoals het geschikt verklaren voor marteling, het uitvoeren van de doodstraf en gedwongen abortus. In de huidige medische curricula wordt weinig aandacht aan deze onderwerpen besteed.

 

Artsen, met name zij die werken in vluchtelingenkampen en asielzoekerscentra, worden vaak geconfronteerd met de lichamelijke en geestelijke gevolgen van geweld en oorlog. Mede door het grote aantal asielzoekers kunnen mensen met dergelijke problemen ook op een Ďgewooní spreekuur terechtkomen. Aandacht in het curriculum voor de gevolgen van mensenrechtenschendingen, zoals marteling, is daarom belangrijk. Themaís zoals de gezondheidsgevolgen van oorlogen met veel burgerslachtoffers, conflictpreventie, internationaal humanitair recht en vredesvraagstukken horen thuis in het medisch curriculum. Vaardigheden als mediation en het kunnen rapporteren van mensenrechtenschendingen zijn hierbij essentieel. Toekomstige artsen worden op deze wijze bewust gemaakt van de oorzaken en gevolgen van conflicten. Hierdoor kan het besef groeien dat artsen door hun specifieke, vaak verbindende positie een rol hebben in het voorkomen van en het wijzen op de veelal desastreuze gevolgen van conflicten voor de gezondheid.

 

Oproep aan docenten op medische faculteiten en in geaffilieerde ziekenhuizen

De GHE-projectgroep komt graag in contact met docenten die positief staan tegenover de doelstellingen van het project en daaraan op de een of andere wijze een bijdrage willen leveren. Alle kontakten op medische faculteiten kunnen een bijdrage leveren. Een bijdrage zou ook geleverd kunnen worden in het meedenken over casuÔstiek die in het curriculum aan de orde kan komen.

 

Contactpersonen: Barbara Schimmer, GHE projectgroep, tel. 020-4352050; www.globalhealtheducatie.nl

Henk Groenewegen, Onderwijscommissie NVMP (via Hans van Iterson, 030-2722940).

 

Barbara Schimmer (28) studeerde geneeskunde aan de RU Groningen. In het laatste jaar van haar co-schap volgde zij een masteropleiding in de humanitaire hulpverlening. In november 2002 studeerde zij af als basisarts. Sinds 1 jaar is Barbara betrokken bij het Global Health Educatie Project waaraan zij ťťn dag per week bij Stichting Wemos in Amsterdam werkt.

 

Daarnaast is zij verbonden aan

het Radboudziekenhuis in Nijmegen als artsonderzoeker voor malariavaccins. Door haar jarenlange ervaring bij de International Federation of Medical Studentsí Associations, bestuurlijke ervaring in facul-taire onderwijscommissies en affiniteit met global health onderwerpen is zij een goede pleitbezorger voor dit project om internationale gezondheidsvraagstukken in het medisch curriculum te krijgen.