Twee fronten in de strijd tegen gebruik van wapens

 

Verarmd uraniumwapens:

stoppen, afschaffen of verbieden?

 

Door: Hans van Iterson

 

Verarmd Uranium (Depleted Uranium, DU) is een kwestie die velen bezig blijft houden.

Al lange tijd wordt er uitgebreid gediscussieerd over de (on)schadelijkheid van dit laag radioactieve zware metaal dat gebruikt wordt voor projectielen en pantsers.

 

Twee fronten

Inmiddels hebben in de strijd tegen verarmd uraniumwapens een aantal organisaties de krachten gebundeld. Maar, hoe kon het ook anders, daarbij zijn twee fronten ontstaan. De zogenaamde International Coalition to Ban Depleted Uranium Weapons kwam van 10 tot 12 oktober van dit jaar in het Belgische Berlaar bijeen en stelde: ‘Vanwege het toenemende bewijs van de effecten van verarmd uranium op de volksgezondheid en het milieu roepen wij op tot een onmiddellijk verbod (ban) op verarmd uranium en het gebruik van andere radioactieve materialen in conventionele wapens’ en tevens tot ‘het schoonmaken van besmette gebieden, compensatie en hulp aan alle slachtoffers, een stop op productie, testen, verkoop en export van DU-wapens alsmede een quarantaine voor de bestaande voorraden’.

 

In Hamburg vond van 16-19 oktober de World Uranium Weapons Conference plaats alwaar men van mening was dat ban juist vervangen moest worden door ‘stop’ of het woord abolition. Dit lijkt een welles-nietes spelletje maar er bestaat wel degelijk een groot juridisch verschil of je over een verbod, een stop of afschaffing praat. Zeker als een van de hoofddoelen een VN-verdrag tegen verarmd uraniumwapens is. Helaas is dit niet de enige controverse gebleken en spelen andere meningsverschillen, maar ook grote ego’s, een daadkrachtige aanpak van deze problematiek ernstig parten. En waar staat de NVMP? Want verschillen van mening vrijwaren je niet van de noodzaak tot het innemen van een eigen standpunt.

 

Wat vindt de NVMP?

Onze vraagbaak binnen de vereniging Jan Gevers Leuven reageert als volgt op de resolutie van Berlaar: “Ik ben vóór verzet. Echter, daar moet de reden van verzet, als kanttekening, bijgeleverd worden! Deze kanttekening zou kunnen zijn: De NVMP is niet gekant tegen verarmd uranium wegens zijn radioactiviteit. Deze radioactiviteit is gering en actie tegen dit aspect van uranium zou de toehoorder kunnen afleiden van waar het om gaat, namelijk de zeer grote hoeveelheden radioactiviteit die uit een atoombomexplosie kan vrijkomen.

De NVMP wil gebruik van verarmd uranium stellig ontraden wegens het zwaar-metaal karakter ervan, dat, net als lood en cadmium, schade kan toebrengen aan onschuldige kinderen, volwassenen en aan dieren. Het feit dat, volgens kranten, opruimers in dienst van de Verenigde Staten op bepaalde plaatsen de resten van verarmd uranium hebben opgeruimd in beschermende pakken, terwijl de aldaar wonende bevolking vrij toegang had tot deze gebieden en geen waarschuwing had gekregen van de Amerikanen, is een signaal van ongelijkheid van menselijke waarde en dus volstrekt verwerpelijk. Dat er mounting evidence zou zijn dat verarmd uranium effecten zou hebben op menselijke gezondheid en het milieu, is niet wetenschappelijk gefundeerd, want ongecontroleerd en hoogstwaarschijnlijk zwanger van vertekening (bias) door vooroordeel (geloof, haat, liefde, belangen etc).

 

Een veel beter argument is dat verarmd uranium een misdadige oorsprong kent, namelijk dat het een

afvalproduct is van verrijking ten behoeve van kernenergie met verrijkt uranium en van atoomwapens, en van niets anders (dus ook niet van medicijnen, kunstmest etc.). Kernenergie is misdadig doordat de techniek afval produceert dat giftig is voor mensen in de toekomst die niet noodzakelijk op de hoogte zijn van het verschijnsel radioactiviteit. Een kernwapen is misdadig wegens voor de hand liggende redenen. Verrijking dient te worden gestaakt wegens vorming van afval (zwaar metaal, i.c. verarmd uranium) en wegens de bedoeling van verrijkt uranium, namelijk kernenergie en atoombommen. Zodra mensen, in dienst van een bekende Amerikaanse firma, zonder beschermende pakken, in het openbaar verarmd uranium gaan opruimen, zal ik mijn belangrijkste bezwaar tegen verarmd uranium als projectiel intrekken.”

 

Rookvrije werkplek?

Dat laatste ligt gevoelig nu er Nederlandse militairen naar Irak gaan. Waarom geldt voor hen een waslijst aan veiligheidsvoorschriften als zij een gebied  betreden waar met verarmd uranium is geschoten terwijl de lokale bevolking geen enkele bescherming geniet? Defensie kampt met het dilemma dat zij enerzijds de gezondheidsschade van verarmd uranium minimaal acht maar anderzijds alles in het werk stelt haar personeelsleden te laten functioneren in een veilige werkomgeving. Dus vergelijk het met de rookvrije werkplek: dat er in Irak verarmd uranium ligt, daar is het een oorlogsgebied voor, zolang je zelf maar niet ongewenst ‘meerookt’ (en zolang onschuldige nazaten niet ‘meeroken’).

 

Wapens met een nevenwerking zonder onderscheid

In 2001 formuleerden de IPPNW een uitgebreid standpunt over verarmd uraniumwapens. Ook zij benadrukken de chemische giftigheid van verarmd uranium maar wijzen er ook op dat uranium, dus ook verarmd uranium, na verbranding aërosolen vormen die gemakkelijk vast gaan zitten in de longen en daar stralingsschade veroorzaken. Overigens zijn hierover geen feiten bekend. Voor radioactieve straling gelden eenvoudige regels: als iemand aan radioactieve straling wordt blootgesteld dan moeten de voordelen voor het menselijk lichaam redelijkerwijs groter zijn dan de nadelen. Verarmd uraniumwapens voegen een gezondheidsrisico toe aan het lot van onschuldigen, groot of klein dat doet er niet toe. Bij gebrek aan feiten geldt vooralsnog het voorzorgsprincipe: als niet bewezen is dat het goedje onschadelijk is dan kan men maar beter aannemen dat er een risico bestaat. Dientengevolge zou men de omgekeerde bewijslast moeten eisen, dus: “toon eerst maar aan dat verarmd uranium onschadelijk is”.

Een kogel met verarmd uranium kan men goed richten, maar het aërosol dat ontstaat na zijn verbranding niet: dat maakt geen onderscheid tussen combattanten en non-combattanten. Landmijnen, biologische en chemische wapens en kernwapens verschillen principieel met het aërosol uit DU-wapens. Zij zijn bedoeld om mensen en dieren te schaden of te doden zonder aanzien des persoons en hun intensiteit staat buiten kijf. Onderschatten of overschatten van de schadelijkheid van uranium-aërosolen zal echter altijd een punt van discussie blijven, óók als alle feiten keihard op tafel liggen. De vraag is momenteel: negeren, stoppen, afschaffen, of verbieden? We zullen het nauwgezet voor u blijven volgen.