Een mentale mutatie naar meer menselijkheid

 

Van geweldreflex naar

Vredesdenken

 

Door: Jef De Loof

 

Het geweld in Irak wil maar niet stoppen. Integendeel, het neemt toe.  Vandaag, zondag 2 november, een Amerikaanse legerhelikopter in de omgeving van Fallujah neergeschoten. 15 Amerikaanse soldaten gedood en een twintigtal gewond. Op 29, 30 en 31 oktober, zoals gewoonlijk, dagelijks 1, soms 2 VS-soldaten neergeschoten. Op 28 oktober 5 doden bij een aanslag, ook in de omgeving van Fallujah. Op 27 oktober 5 bomaanslagen binnen het uur met 35 doden en 115 gewonden. Een dag tevoren een raketaanval op het zwaar bewaakte Al Rasheed hotel in Bagdad, waar op dat ogenblik de Amerikaanse onderminister van defensie, Paul Wolfowitz, verbleef. Een Amerikaanse soldaat en 17 andere personen gedood.

 

Dit zinloos geweld vind je niet alleen in Irak, het woedt over heel de wereld. Het is van alle tijden. Vandaag valt het meer op dan ooit door de veel snellere en haast onbegrensde communicatiemogelijkheden, maar vooral omdat dit geweld veel zwaardere gevolgen heeft door de toegenomen beschikbaarheid van wapens en munitie met alsmaar grotere vernietigingskracht. Haat en wraak zijn de oorzaken van al dit eindeloos geweld.

 

Haat en wraak

Haat wordt gezaaid en onderhouden door extremisten, door de ‘zuiveren’, die hun nationalistisch, religieus,

ideologisch of persoonlijk standpunt ‘onvervalst’ willen houden, indien nodig met geweld. Wie in hun kamp een gematigde houding aanneemt, wie begrip toont voor andersdenkenden, wie kiest voor verzoening, is voor hen de grootste vijand. 

 

Wraak is een spontane reflex van mensen die terecht of ten onrechte menen tekort gedaan te zijn. Wraak-gevoelens  kunnen zoals elke emotionele reactie uitgebuit, maar anderzijds ook rationeel onderdrukt worden, waarbij men de tijd neemt om het beste antwoord op de gebeurtenissen te zoeken en hierbij rekening te houden met de gevolgen voor iedereen op langere termijn.  

 

Wraak was de eerste reactie van president Bush en zijn regering op het drama van 11 september.  De gevolgen van zijn weinig beredeneerde wraakreacties zien we vandaag. De terroristen moesten onmiddellijk ge-welddadig bestreden en uitgeroeid worden. Het resultaat is helemaal anders. Nog nooit was het terrorisme zo gewelddadig en algemeen.

 

Het kan ook anders

Nelson Mandela en bisschop Tutu hebben ons in Zuid-Afrika hiervan een prachtig voorbeeld gegeven. Als iemand een reden had om wraak te nemen na de val van het Apartheids-regime, dan waren zij het. Het bewind had hun onnoemelijk veel leed bezorgd. Toch lukte het hen hun wraakgevoelens te bedwingen en kozen ze rationeel voor een oplossing met toekomstmogelijkheden, voor verzoening, voor een gesprek met hen die aan de basis lagen van al hun lijden. Het is moeilijk je voor te stellen hoe erg de situatie vandaag in Zuid-Afrika zou zijn, hadden zij gekozen voor de wraak.

 

Geweld roept geweld op

In elk geval, uit de recente geschiedenis is één zaak duidelijk, geweld roept geweld op en leidt uiteindelijk naar een uitzichtloze situatie. Dit is vandaag meer dan ooit het geval.  Vroeger werden opstandigen meestal volledig uitgeroeid. De overmacht van de bewindvoerders was meestal te groot en naar mensenrechten werd niet gekeken. Vandaag is dat niet meer het geval. Enerzijds is er een zekere internationale controle en doen bewindvoerders niet meer alles wat ze zouden willen en anderzijds beschikken ook de machtelozen over machtige wapens, over explosieven, over communicatiemogelijkheden, over overlevingskansen. Het sterkste leger kan hier geen weg mee. En nog belangrijker: machtelozen hebben weinig te verliezen, zodat ze zelfs bereid zijn hun leven te geven, terwijl de machtigen zeer kwetsbaar geworden zijn.

 

Van die niet meer om te keren situatie moeten we uitgaan als we het geweld van vandaag willen terugdringen en meer veiligheid in de wereld brengen.

 

Het grote probleem voor onze wereldgemeenschap vormen zij die nog redeneren zoals vroeger. ‘We gaan hen neerslaan, we hebben geld, we hebben wapens. Nog wat meer gesofistikeerder wapens en we hebben hen wel’. Mensen die nog altijd beweren dat vechten, of liever mensen naar de oorlog sturen, getuigt van dapperheid. Dat wie conflicten tracht te voorkomen of in conflicten wil bemiddelen, dwaas is. Dat wie zoekt naar verzoening, naar minder bewapening en minder oorlogsdreiging, laf is. 

 

Hoe moet het verder

We bevinden ons in een pat-situatie.  Onze wereld, en dan bedoel ik hiermee in de eerste plaats de Westerse wereld, krijgt het zeer moeilijk. Het wordt met de dag duidelijker dat het militaristisch machtsvertoon en de militaire interventies geen oplossing meer bieden. Integendeel, de Westerse wereld is nog nooit zo machteloos geweest, heeft nog nooit zo angstig gereageerd op echte en vermeende bedreigingen als vandaag. Dit is een doodlopend straatje dat niet alleen geen oplossingen biedt, maar bovendien door de economische consequenties niet vol te houden is. Je overmacht behouden door je militaire macht verder uit te bouwen kan niet meer.

 

Anderzijds moeten we realistisch blijven. Je militaire basis zo maar uitschakelen en vervangen door een

vredesfilosofie zonder wapens is onmogelijk. Noch mentaal noch praktisch is de wereld hierop voorbereid.  Omschakelen van het geloof in militaire macht naar een echt vredesdenken, in het creëren van een vreedzame samenleving, zoals we die al gerealiseerd hebben in West-Europa, vraagt tijd, veel tijd. 

 

Totaal onverantwoord echter, ik zou het zelfs misdadig durven noemen, is het verzet tegen een geleidelijke,

binnen de veiligheidsgrenzen uitgebouwde omschakeling, met als uiteindelijk doel het realiseren van een wereldsamenleving, gebaseerd op wederzijdse hulp, op mensenrechten, op respect voor alle anderen, op vrijheid van denken en van handelen.  Een vrijheid van handelen binnen bepaalde grenzen, die bewaakt worden door een politiemacht met effectieve mogelijkheden, beheerd door de Verenigde Naties.

 

Dit vraagt in de eerste plaats een mentale mutatie. Wie gelooft in de evolutie, gelooft ook in de mogelijkheid van een mentale evolutie van de mens. Mutaties worden echter enkel definitief als ze een geschikt terrein vinden waarin ze zich kunnen ontwikkelen. De eerste mutatietekens zien we in het groeiend aantal mensen dat zich inzet voor vrede. Voor het geschikte terrein moeten we allen samen zorgen.

 

Voorwaarden voor de uitbouw van een vreedzame wereld

In de eerste plaats zullen we moeten afrekenen met de gevolgen van een eeuwenlange indoctrinatie. Oorlogen, waarvan vroeger dikwijls de overleving van een land of een volk, het voortbestaan van een godsdienst afhing, waren de belangrijkste historische feiten die iedere burger werden bijgebracht. Elk land had zijn eigen interpretatie, die van het eigen gelijk.  Oorlogsfeiten werden opgeblazen, de slachtoffers waren helden, de krijgsheren kregen standbeelden waarvan de grootte en het aantal dikwijls afhingen (zie Napoleon) van het aantal gesneuvelden. Alles werd zo idealistisch voorgesteld om de burger klaar te stomen voor een volgende oorlog. Dapperheid, heldhaftigheid en vaderlandsliefde werden verheerlijkt, niettegenstaande dat de werkelijkheid heel anders was en op het slagveld angst en desertieneiging de overhand hadden. Die verheerlijking moeten we demythologiseren. Elke oorlog betekent een ontwaarding van de menselijkheid. Elke oorlog is een tekortschieten, een vorm van onmacht. 

 

Een mentale verandering is noodzakelijk. De opvoeding is hierbij zeer belangrijk. Ze mag nooit de basis leggen voor haat. Meer aandacht moet besteed worden aan het samenleven met anderen, begrip voor wie anders is of anders denkt, aan het oplossen van conflicten, aan weerbaarheid zonder geweld, aan de onzin en het onmenselijke van oorlog en geweld.  Waarom zou dit niet tot de eindtermen, tot een van de onderwijs-

doelen kunnen behoren?

 

Waarom zou in het ministerie van defensie geen geleidelijke omschakeling kunnen gebeuren van geld en middelen voor militaire defensie naar oorlogspreventie, bemiddeling in conflicten en niet-militaire samenwerking met andere landen? Het is erg dat sommigen dat belachelijk, onrealistisch noemen en het verstandiger vinden mensen en middelen te besteden aan de uitbouw van een nog zwaardere tank of een nog meer mensen dodende clusterbom.

 

Eén zaak is zeker. Het militair geweld zoals het vandaag heerst biedt geen oplossing, heeft enkel als gevolg dat de bestaande haat gaat toenemen.  Een overschakeling naar andere middelen om tot vreedzame internationale betrekkingen te komen is absoluut en dringend nodig. De meeste tegenstand tegen de mentaliteitsverandering die hiervoor nodig is zal ongetwijfeld komen uit het kamp van de fundamentalisten en van hen die absoluut in wapens blijven geloven of die er geldelijk voordeel bij hebben.

 

Als artsen, die alles te maken hebben met leven en dood, ziekte en verwondingen, zouden we beroepshalve het voortouw moeten nemen om te komen tot een geleidelijke mondiale demilitarisering. Wapens zijn voor ons de ergste microben die we moeten bekampen.