Deel II 

 

Psychiatrie en maatschappij:

ontwikkelingen en ontsporingen

 

Door: Wirtjo Lawant

 

Binnen het Sovjetbestel is een kerngroep van uitvoerende psychiaters actief in de bureaucratie, in het Serbsky-instituut, in de speciale psychiatrische hospitalen en ook daarbuiten.

Zij voelen zich gerechtigd om dissidenten onder de diagnoses latente schizofrenie en paranoÔde vorm van psychopathie te behandelen met alle middelen waarover de psychiatrie beschikt, zoals o.a. insulinekuren, sulphazinekuren en psychofarmaca als reserpine, haloperidol, trifluperazine en chlorpromazine. Om deze kerngroep heen functioneert een zeer grote groep van psychiaters die slecht op de hoogte zijn van misdragingen van collega's, maar die wel perfect binnen het systeem meewerken.

 

Tegengeluid

Een kleine groep psychiaters stelt het disfunctioneren binnen het systeem aan de kaak. Zij, onder wie Giuzman, worden gemarginaliseerd, voor het gerecht gebracht en naar werkkampen gestuurd. Vooral dankzij de aandacht van mensenrechtenorganisaties in de Sovjet-Unie en in het Westen wordt er meer bekend, ook over de aantallen slachtoffers. Sinds 1962 komt er informatie vrij over 210 dissidenten, die opgenomen zijn in psychiatrische hospitalen, van wie 150 in speciale psychiatrische hospitalen, waarvan er tenminste 12 bestaan. Het aantal hierin opgenomen stijgt tot zeker 350. In de andere 200 psychiatrische hospitalen, sommige met 3.000 opgenomen patiŽnten, zijn waarschijnlijk meer dissidenten opgenomen dan in de speciale instituties. Rond 1 mei en 7 november (Revolutiedag) neemt het aantal kortdurende opnames van enkele weken preventieve hechtenis aanzienlijk toe. Voorts vinden vanaf 1962 tot 1976 zo'n 100 onderzoeksopnames per maand plaats. Een laatste wapen tegen onruststokers is het psychiatrisch lastig vallen, vooral van bekende, als zodanig enigszins beschermde, lastpakken als Sakharov en Solzhenitsyn.

 

Huidige situatie

Over het verloop tijdens en na de val van het Sovjetregime na de publicatie van Bloch en Reddaway, is mij niets bekend. Ik neem aan dat in de relatieve chaos er een inconsistente, vaak onduidelijke afwikkeling heeft plaatsgevonden, die vooral bekende dissidenten snel ten goede is gekomen. Waar de centrale overheid in belangrijke mate de greep snel verloor zullen locale tirannetjes aan veronduidelijking, legitimering en continuering van beleid hebben gewerkt en, zoals in het Westen 600 Ďonschuldigení tot wel tientallen jaren gehospitaliseerd bleven, zullen er zeker pendanten in het uiteengevallen Sovjetrijk slachtoffer zijn gebleven. Van stappen tegen leden van de psychiatrische kerngroep heb ik nooit iets vernomen. Ook hier zal het netwerk zichzelf hebben beschermd.

 

Verenigde Staten

Het derde voorbeeld betreft de cryptocratie binnen de grootste Westerse democratie, de Verenigde Staten. Democratie houdt onder andere in dat het functioneren van de overheid aan openbare controle onderhevig is. De Verenigde Staten is een groot en machtig land met grote overheidsinstituten, waaronder er uiteraard een aantal zijn bij wie een bepaalde mate van geheimhouding is geboden. Dat geldt met name voor de tientallen instituties die zich in brede zin met defensie en veiligheid bezighouden zoals krijgsmachtonderdelen, CIA, DIA, NSA, NRO, en daarnaast civiele diensten als de AEC en de FBI . Naast de publiekelijk controleerbare budgetten die de overheid in al zijn vertakkingen ter beschikking heeft, staan belangrijke bedragen ter beschikking van de president, de minister van defensie en de geheime diensten, bedragen waarover geen openbare controle wordt uitgeoefend.

 

Black Budget

Dit zogenaamde black budget bedroeg in 1989 36 miljard dollar, in de negentiger jaren dalend tot 30 miljard en daarna, tot de komst van president Bush, tot 22 miljard dollar. Deze bedragen, over vele projecten verdeeld, vallen weliswaar onder verantwoordelijkheid van de president en een beperkte staf, maar de werkelijkheid is dat veel van de eronder vallende activiteiten zich volstrekt onttrekken aan waarneming en invloed van de hiŽrarchiek. Zo slaagde president Truman er, buiten zijn weten, niet in Operatie Paperclip te stoppen, zodat Nazi-geleerden tot ver in de vijftiger jaren onderdak in de Verenigde Staten kregen. En zo is bekend dat in 1977 generaal Sylvester, leider van het R&D programma van de luchtmacht geen toegang had tot het Have Blue stealth project (waaruit de F-117 werd geboren) dat vanuit zijn kantoor werd geleid. Menig black budget-project wordt zo in grote vrijheid geleid door Ďkolonelsí.

 

Het hele systeem van de black budget-wereld is zoín gecompartimentaliseerd labyrint dat, zeker bij min of meer kwade wil, ongecontroleerde ontwikkelingen, ook over ethische grenzen heen, mogelijk zijn. Dat dit ook leidt tot misbruik van geneeskunde, psychiatrie en psychologie maakten schrijvers als Moreno, Bowart en Watson duidelijk.

 

De periode 1940-1950

Bowart schetst aan de hand van een aantal anekdotes hoe al tijdens de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse overheid interesse toont in mind control-technieken. Hierbij speelt de voorzitter van de afdeling psychologie van de Colgate-Universiteit, George Estabrooks, een autoriteit op het gebied van hypnose, een belangrijke rol. Hij is er van overtuigd dat een zesde colonne van onder hypnose getrainde buitenlandse agenten een aanzienlijk gevaar voor de Verenigde Staten kon betekenen en trekt dus bij de regering aan de bel. Hij schetst de mogelijkheid dat getrainde professionele agenten als medici en psychologen de gezondheidszorg zouden kunnen infiltreren en duizenden mensen ongeweten zouden kunnen programmeren om post-hypnotische suggesties tot sabotage, wanneer nodig, op te volgen.

 

Verschillende overheidsorganen beginnen dan in het geheim te experimenteren met hypnotische technieken. Zo houdt in 1947 een onderzoeker, J.G.Watkins, zich bezig met inductie van antisociaal gedrag, door het vinden van omwegen rond gewetensconcepten en morele weerstanden. Hij slaagt bij ťťn experiment erin een van twee proefpersonen, officieren en goede vrienden van elkaar, te suggereren dat de ander een Japans soldaat is en dat het doden of gedood worden is. Bij de onzindelijk volgende aanval lukt het ternauwernood, dankzij een aanwezige judoka, een fatale afloop af te wenden. De aanvaller trok namelijk bij zijn aanval een mes, waarvan niemand wist dat hij dat bij zich droeg. In een ander experiment bleek het mogelijk aan een onderzoeker vitale, geheime informatie te ontlokken in het bijzijn van een omvangrijk publiek. Rapporten, onder andere een in 1949 van de Rand Corporation, over het mogelijke gebruik van hypnotische technieken in Oost-bloklanden om bekentenissen te forceren, jagen de ontwikkelingen aan. De oorlog in Korea met de mythe van hersenspoeling, waaraan krijgsgevangenen in Noord-Korea worden blootgesteld, brengt de ontwikkelingen verder in een stroomversnelling. Men meent dat de Noord-Koreanen en de Chinezen over technieken beschikken om totale controle over mensen te bewerkstelligen. Langzamerhand wordt duidelijk dat er Ďslechtsí van indoctrinatie en slechte omstandigheden in de krijgsgevangenkampen sprake is.

De jacht op total mind control gaat echter verder, onder andere gestimuleerd door de komst van LSD en andere psychoactieve middelen. Een ratjetoe van farmaca komt in onderzoek. Het komt daarbij onder druk van relatief ongecontroleerde achterdocht en van megalomaan aandoende fantasieŽn tot soms merkwaardige, wetenschappelijk vaak uiterst dubieuze en ethisch zeer laakbare experimenten. Moreno biedt een helder en wereldbreed overzicht over dergelijke, geheime staats-experimenten op menselijke proefkonijnen. Reeds in 1943 experimenteert de voorloper van de CIA, de OSS, geÔnteresseerd in hallucinogenen, in het kader van het Manhattan-project, met marihuana als mogelijke waarheidsdrug. De CIA is direct na de oorlog al zeer geÔnteresseerd in de experimenten van SS-artsen in Dachau met mescaline en in de Zwitserse ontdekking in 1943 van LSD. De dienst maakt plannen om

10 kilo LSD aan te schaffen voor onderzoek, dat wil zeggen 100 miljoen doses. Sandoz wordt in elk geval een groot leverancier.

 

 

De vijftiger jaren

Sidney Gottlieb, lid van de chemische afdeling van de Technical Services Staff van de CIA in de vijftiger jaren en leider van het mind control-project MKULTRA, besluit in 1953 LSD uit te proberen op enkele collega's van de Special Operations Division van Fort Detrick, zonder daartoe te zijn gemachtigd en zonder hen hierover te informeren en om medewerking te vragen. Het resultaat is een nacht vol merkwaardige gedragingen. Een deelnemer, zelf specialist in verspreiding van biologische wapens door de lucht, Frank Olson, raakt ernstig ontregeld, wordt zeer angstig, ernstig depressief en in zichzelf terug getrokken. Een collega noemt hem psychotisch. Gottlieb regelt een medisch consult, een medicus met top-secret clearance, maar geen psychiater. Olsons depressiviteit en paranoÔde nemen toe en net voor hij opgenomen zal worden in een instituut met CIA-clearance springt hij van tien-hoog uit een hotelraam. Zijn relatie tot de CIA wordt meteen toegedekt. De weduwe krijgt een overheidspensioen en Gottlieb een lichte reprimande van Dulles, de chef van de CIA.

 

Mind Control

Dulles en Gottlieb zoeken en vinden, nu in het buitenland, nieuwe mogelijkheden voor mind control-onderzoek met LSD en andere middelen. Daarvoor wordt als dekmantel de Society for the Investigation of Human Ecology opgericht. Een van de onderzoekers wordt een bekend psychiater verbonden aan de McGill Universiteit in Montreal, dr. Ewen Cameron, oprichter van de World Psychiatry Association en de Canadian Psychiatry Association, president van de American Psychiatry Association en de psychiaterdeskundige die de gezondheid van Rudolf Hess moest beoordelen met betrekking tot de vraag of hij terecht kon staan in Neurenberg. In de vijftigerjaren doet hij onderzoek met elektroshock en psychofarmaca naar de mogelijkheid om normaal, zowel als afwijkend gedrag te deprogrammeren met het doel een tijdelijke amnesie te bereiken, die tot herstel zonder de ongewenste gedragingen zou voeren. Tevens doet hij onderzoek naar het effect van zogenaamde psychic driving, dat wil zeggen het dagenlang herhalen van een boodschap op een band, al of niet voorafgegaan door sensorische deprivatie. Een wetenschappelijke basis ontbreekt. Zijn collegaís concluderen achteraf dat hij als een bedrieger en mogelijk zelfs als een sadist moet worden gezien. Van de LSD-experimenten is vooral dat van mevrouw Orlikow, echtgenote van een later parlementslid van Canada bekend geworden. Zij wordt in 1956 opgenomen met een postnatale depressie en behandeld met een tot vier maal per week een injectie LSD, samen met een stimulerend of een remmend middel. Gedurende de sessies wordt zij alleen gelaten om een samenvatting van vorige sessies met Cameron op de band te beluisteren. Gevolg: grote angst met psychotisch imponerende beelden. Bij andere patiŽnten wordt LSD ook wel gecombineerd met elektroshock.

 

Mescaline

Ook mescaline blijkt eerder al in de belangstelling te staan van de CIA. In 1952 wordt een professionele tennisser, Harold Blauer, opgenomen met een ernstige depressie in het zeer goed bekend staande Psychiatric Institute in New York. Dit instituut, dat bemand wordt door psychiaters van de Universiteit van Columbia, heeft een geheim contract met het Army Chemical Corps, dat interesse heeft in de werking van hallucinogenen. Het doel is producten te ontwikkelen, die geschikt zijn voor sabotage, en voorts kennis te verwerven over de verdediging tegen deze middelen. Hij krijgt psychotherapie en experimentele medicatie. Deze bestaat, zonder dat hem iets hierover bekend is, uit door het leger geleverde derivaten van mescaline, die alleen op muizen zijn uitgetest. Hij krijgt over een periode van vier weken vijf verschillende injecties van drie verschillende derivaten. Hem was toegezegd dat hij ten allentijde zijn medewerking mocht beŽindigen. Toch blijkt hij voor de eerste injectie al aanzienlijk onder druk te moeten worden gezet. Voor de derde injectie tracht hij opnieuw tevergeefs aan de injectie te ontsnappen. Na de injectie krijgt hij tremoren door zijn hele lichaam. Hij deelt zijn psychotherapeut mee te willen stoppen maar wordt bedreigd met overplaatsing naar een psychiatrische inrichting. De vierde injectie leidt tot heftige tremoren. Hij deelt mee ernstige bezwaren te hebben tegen voortzetting van het experiment, dat ook nog tot hallucinaties aanleiding moet hebben gegeven. Toch krijgt hij een vijfde injectie met een zestienvoudige dosis van het de eerste maal geÔnjecteerde derivaat. Hierop wordt hij achtereenvolgens onrustig en wild, verstijft, komt in opisthotonus, de pupilreflex verdwijnt, de rigiditeit generaliseert zich, hij wordt cyanotisch en incoherent, raakt in coma en overlijdt dan binnen een uur. In het rapport aan de lijkschouwer wordt het gebruik van mescaline verzwegen door de behandelaar en zijn chef, hetgeen ook in alle volgende hearings geschiedt.

De ex-echtgenote van Blauer krijgt te horen dat er van een atypische reactie op de medicatie sprake is. Alles wordt verder onder de dekmantel geveegd. De familie krijgt tenslotte $ 18.000,- ter compensatie.

 

De zaak Olson

In 1975 komt het leger met de waarheid voor de dag. Aan de erfgenamen wordt dan $ 702.000,- toegekend. Blauer blijkt niet de enige te zijn geweest bij wie met deze mescalinederivaten werd geŽxperimenteerd. In 1975 wordt ook de zaak Olson bekend, via hearings van het Congres. De familie eist politieke en ethische hervormingen. President Ford biedt persoonlijk zijn excuses aan de familie aan. Het Congres keert in 1976 $ 750.000,- bij wijze van compensatie uit. Eind zestiger jaren komt een wassende stroom van individuele processen tegen misbruik van proefpersonen op gang. Olsons dood wordt de hefboom van het algemene protest in de Verenigde Staten tegen de mind control, en de andere experimenten met burgers en militairen sedert de vijftiger jaren. Gottlieb blijft tot zijn dood overtuigd van de juistheid van zijn handelen, gezien de dreiging van het communisme. Hij werkt in de tijd van Eisenhower en Kennedy nog mee aan de voorbereiding van vele moordcomplotten van de CIA, o.a. op Fidel Castro, waarvan overigens geen, voor zover bekend, zou slagen. Cameron sterft in 1967 als een algemeen geacht psychiater.

 

Verdere rechtszaken

In 1979 begint een aantal ex-patiŽnten van Cameron een rechtszaak tegen de CIA wegens misbruik zonder toestemming voor experimenten, nadat zij zich wegens minder ernstige psychiatrische aandoeningen voor behandeling hadden aangemeld. Na lang traineren kwam het in de zaak Orlikow en in die van acht anderen, in 1988 tot een schikking, buiten de rechter om, waarin een bedrag van $ 750.000,- per klager werd uitgekeerd, overigens zonder dat schuld werd erkend. In de zomer van 1975 wordt duidelijk dat het leger van 1950 tot 1975 onderzoek had laten doen met vele middelen, die op allerlei wijzen de werking van het zenuwstelsel verstoorden. Circa 6700 proefpersonen waren betrokken geweest bij experimenten met psychoactieve stoffen, met name LSD, maar ook demerol, seconal, mescaline en psilocybine. Vele universiteiten, ziekenhuizen, psychiatrische centra en instituten voor medisch research waren hierbij betrokken. Proefpersonen werden o.a. gevonden in gevangenissen. Zo is onderzoek door de Universiteit van Pennsylvania in de gevangenis van Holmesburg bekend geworden.

Bij sommige tests en experimenten bij gezonde proefpersonen, psychiatrische patiŽnten en gevangenen werd zonder hun voorkennis, of volledige voorlichting ook over de risico's, of zonder hun toestemming gehandeld. Ook de luchtmacht behoorde tot de opdrachtgevers van dergelijke experimenten met o. a. LSD.

Een casus kreeg grote bekendheid omdat het slachtoffer, een legeronderofficier, James B. Stanley, na het meegemaakte een poging onderneemt het Hooggerechtshof over te halen de Code van Neurenberg kracht van wet te geven binnen de strijdkrachten van de Verenigde Staten. In 1958 is hij een van de duizenden militairen die op vrijwillige basis deelnemen aan een onderzoek in Edgewood Arsenal, Aberdeen, Maryland, gericht op het ontwikkelen van maatregelen tegen chemische wapens. Hij wordt niet voorgelicht over het feit dat de vloeistof die hij te drinken krijgt een psychoactieve stof bevat. Hij wordt niet gedebriefed en niet begeleid bij de daarop volgende hallucinaties. Hij begrijpt de resulterende emotionele problemen niet, problemen die tenslotte in 1970 tot een echtscheiding leiden. In 1975 komt hij achter de waarheid, wanneer hij wordt opgeroepen voor een follow-up onderzoek in het Waiter Reed Medical Center in Washington. In 1987 wordt het beroep met vijf tegen vier verworpen, aangezien het gebeurde als een incident in dienst van de strijdkrachten wordt gezien en de Code van Neuren-berg als standaard wordt gezien waartegen het handelen van Duitse wetenschappers werd getoetst. Evenzo wordt het beroep verworpen van een veteraan, James R. Thornwell, bij wie tijdens zijn dienstvervulling in Frankrijk, wegens diefstal van geclassificeerde documenten LSD als waarheidsserum werd gebruikt.

 

De externe hearings en onderzoeken stimuleren een intern onderzoek van het leger naar eigen experimenten met hallucinogenen in Fort Detrick, Maryland, over de periode 1953 tot 1971, hetgeen leidt tot een rapport van de Inspecteur-generaal van het leger met de titel Use of Volunteers in Critical Agent Research. Hierin wordt gewag gemaakt van veldexperimenten met LSD in Fort Bragg, North Carolina, Fort McCellan, Alabama, Fort Benning, Georgia en Dugway Proving Ground, Utah. Daarnaast worden experimenten genoemd in het kader van gebruik van hallucinogeen bij ondervraging, uitgevoerd in Edgewood Arsenal, Maryland. Als motivatie wordt genoemd dat de Sovjet-Unie begin vijftiger jaren grote hoeveelheden grondstof voor LSD-fabricage had aangeschaft in een tijd waarin ook grote zorgen bestonden over het fenomeen hersenspoeling en de vermeende achterstand in B- en C-oorlogvoeringskennis. Het rapport is zeer kritisch over de voorwaarden waarin proefpersonen bij de experimenten werden betrokken. Proefpersonen werden onder valse voorwendsels, zonder informatie vooraf, of onvoldoende geÔnformeerd bij onderzoek betrokken en hen werd de mogelijkheid onthouden om, in het bijzijn van getuigen, hun toestemming schriftelijk vast te leggen. Uit de veertiger en vijftiger jaren zijn overigens wel experimenten bekend geworden die beter aan de eisen voldeden, experimenten waarbij bijvoorbeeld vrijwilligers van de Zevende Dag Adventisten betrokken waren.

 

Regelgeving ten aanzien van proefpersonen

In latere jaren komt, vanuit de lessen die getrokken zijn, een nieuwe opzet op, waarin vooraf goed geÔnformeerde en ingekaderde militairen van medische units, ingekwartierd bij Fort Detrick, aldaar als laboratoriumassistenten deelnemen aan diverse onderzoeken en nu en dan als proefpersoon participeren binnen adequate regels van informering, consent, begeleiding en vrijheid om medewerking te weigeren zonder dat hier sancties op volgen. De enige werkelijke verplichting die de zogenaamde MRVSS, Medical Research Volunteer Subjects van 91 Bravo, hebben is het bijwonen van de twee- tot driemaandelijkse presentaties van de nieuw te starten onderzoeken waarvoor vrijwilligers nodig zijn. Een Human Use Committee uit hun kringen toetst leesbaarheid en inhoud van het schriftelijk materiaal en heeft het recht onderzoeksvoorstellen te weigeren. Daarmee ligt, naar het oordeel van Moreno, het leger, tot zijn verbazing, een eind voor op de civiele medische wereld, in het ethisch onderbouwde gebruik van menselijke proefpersonen. Hoe het bij de andere gebruikers van menselijke proefpersonen, als CIA e.d., verder is gegaan is mij onbekend. Het ontwaken van het Amerikaanse volk en het Congres en de toets achteraf, die het Freedom of Information Act mogelijk maakt, zal een rem betekenen op verder misbruik. Een gezond wantrouwen blijft echter mijnsinziens op zijn plaats.

 

Tenslotte

lk wil in dit verband eindigen met een hoofdstuk uit Operation Mind Control van Bowart, waarin hij aanwijzingen aanvoert voor het gebruik door de cryptocratie van moordenaars en andere, wegens geweldpleging in militaire gevangenissen vastzittende, militairen die geen moeite hadden met het uitvoeren van een moord, maar niet impulsief gewelddadig waren. De uitgekozen kandidaten ondergingen een Ďmilitaire trainingí, waarin zij een volledig conditioneringprogramma doorliepen. Na deze training te hebben doorlopen worden zij als personeelsleden van Buitenlandse Zaken, of als mariniers in ambassades in het buitenland geplaatst, waarna zij voor het doen van aanslagen en dergelijke worden ingezet.

 

Op een NATO-conferentie in 1975 in Oslo doet een marinepsycholoog, Thomas Narut, van het regionale medische centrum van de VS in Napels mededelingen over een project van de marine waarin mensen, afkomstig uit commandotrainingen, duikbootpersoneel en ook uit militaire gevangenissen, worden geprogrammeerd om zonder scrupules en met weinig stress, als efficiŽnte hit men en moordenaars te kunnen worden ingezet. Na voorafgaande succesvolle training, bestaat de opleiding uit een dissociatietraining, waarin audiovisuele desensitisatie aan psychologische indoctrinatie voorafgaat. Ontkenning van overheidszijde volgde snel, waarna Narut eerst zijn woorden terugbrengt tot een theoretisch gedachtenspel en vervolgens wordt teruggeroepen om tenslotte in een militair hospitaal te belanden.

 

Bowart komt vervolgens met de geschiedenissen van Luis Angel Castillo, Jack Ruby, James Earl Ray en Sirhan Beshara Sirhan. De eerste werd in 1967 op de Filippijnen gearresteerd door het National Bureau of Investigation aldaar, op verdenking van deelname aan een complot om president Marcos te vermoorden. Hij werd op zijn verzoek onder hypnose en onder invloed van een waarheidsserum verhoord en vertelde beide malen in de VS een programmering onder hypnose te hebben ondergaan om een hem onbekende man in een open auto te vermoorden. Hij had zijn instructies in Dallas gekregen. In het verdere verhaal wordt het steeds moeilijker om zijn voorgeschiedenis te achterhalen en zelfs om er achter te komen welke zijn ware identiteit is.

 

Onder hypnose blijken er vier lagen bereikbaar te zijn, waarin identiteit en verhalen verschillen. De vierde laag lijkt de meest reŽle. Hij vertelt daarin voor de Special Operations Group van de CIA te werken. Na nog vele sessies en verder onderzoek wordt onder andere geconcludeerd dat hij een onder hypnose geprogrammeerde Ďzombieí is, die getraind is om op een sleutelwoord te doden.

Ook de drie anderen zijn Ďlonersí. Alle drie tonen verwante psychologische profielen en zijn onderhevig geweest aan hypnosessie's. De omstandigheden rond hun acties tonen verwantschap. Bowart schetst bij alle drie ook details over hun voorgeschiedenissen, hun contacten en hun reizen, die zeer op elkaar lijken en waarin aanwijzingen voorkomen dat ook zij slachtoffers zijn van Operation Mind Control. Hoe verder ik vorder in het boek van Bowart, hoe wonderlijker en verwarrender het wordt. Hij komt terecht in onderbouwde complot-theorieŽn die, zoals rond de dood van Kennedy, ook met enig recht, spelen. Het is bekend dat complottheorieŽn in de VS welig tieren en ik weet dus niet wat ik van dit laatste hoofdstuk moet denken. Naruts beschrijving lijkt overigens wel reŽel.

 

Het algemene oordeel over de gemiddelde wetenschappelijke waarde van de besproken, ethisch volstrekt verwerpelijke experimenten is, zoals te verwachten is, negatief. Ze worden uitgevoerd in een gecompartimentaliseerde sfeer van geheimhouding en onderlinge rivaliteit. Deels opgeblazen angst voor de tegenstander en door mythologie en ideologie gevoede, eveneens opgeblazen verwachtingen, door het ontbreken van kritische, externe controle, voorts het uitblijven van externe toetsing, zoals bij geheime projecten past en vooral ook het dehumaniseren en niet in de opzet van het onderzoek betrekken van de proefpersonen en de daarbij behorende ego-inflatie van de onderzoekers brengen mee dat de onderzoeksresultaten wel ver onder de maat moeten zijn.

 

Literatuur op aanvraag bij het NVMP-bureau.