ďDe ideeŽn uit dit document zullen alle Ďvredesinitiatievení

in de nabije toekomst bepalenĒ

 

Een wegenkaart of stappenplan voor vrede in het Midden-Oosten?

 

door: Guido VanHam

 

Begin mei werd een nieuwĎvredesinitiatief voor het Midden-Oostení gelanceerd door het ĎKwartetí (de VS, de EU, Rusland en de VN).Waarschijnlijk niet toevallig viel dit samen met de militaire overwinning van de VS in Irak en met de aanstelling van de nieuwe Palestijnse eerste minister Mahmoud Abbas (alias Abou Mazen).Op het ogenblik dat u dit artikel leest, zult u zeker al uiteenlopende commentaren over het plan gehoord en gelezen hebben, maar waarschijnlijk heeft niemand u al precies uitgelegd wat erin staat. Misschien zal het plan intussen door alle partijen al schijnbaar aanvaard of juist helemaal afgewezen en in bloed gesmoord zijn.Zelfs als dat het geval is, blijft het interessant om u er even in te verdiepen, want in het Midden-Oosten herhaalt de geschiedenis zich voortdurend.Willen of niet, de ideeŽn uit dit document zullen alle Ďvredesinitiatievení in de nabije toekomst bepalen.†††

 

Inhoudelijke samenvatting

Het gaat om een doelgericht plan dat gebaseerd moet zijn op tussentijdse resultaten met duidelijke fasen. Via onderhandelingen moet een onafhankelijke, democratische en leefbare Palestijnse Staat ontstaan, in vrede en veiligheid naast IsraŽl. Daartoe moet er een einde komen aan geweld en terrorisme en moet er een democratisch, tolerant en vrijheidslievend Palestijns leiderschap komen, dat daadwerkelijk optreedt tegen terreur.De overeenkomst tussen beide partijen zal, op basis van de resoluties 242, 338 en 1397 van de VN-Veiligheidsraad, het IsraŽlisch-Palestijns conflict beŽindigen en dus ook de bezetting (van Palestijns gebied), die in 1967 begon. Uiteindelijk moet dit proces ook leiden tot een omvattende vredesregeling tussen IsraŽl enerzijds en SyriŽ en Libanon anderzijds. Als het stappenplan gevolgd wordt zouden al deze conflicten moeten opgelost zijn tegen 2005. Het Kwartet zal Ďbijstand biedení, Ďde implementatie van het plan vergemakkelijkení en regelmatig de resultaten evalueren tijdens ontmoetingen op hoog niveau. Daarbij wordt van beide partijen in elke fase verwacht dat ze hun verplichtingen in parallel nakomen.

 

Fase 1

In fase 1 (mei-juni 2003) stellen de Palestijnen onmiddellijk en onvoorwaardelijk een einde aan het geweld.Palestijnen en IsraŽliŽrs moeten hun samenwerking op gebied van veiligheid hernemen, volgens het Tenet- plan. De Palestijnse veiligheidsdiensten worden geherstructureerd en werken nauw samen met de IsraŽlische, onder toezicht van een externe toezichtcommissie (VS Ė Egypte Ė JordaniŽ). Naargelang de volledige veiligheid is gegarandeerd, trekt het IsraŽlische leger zich progressief terug uit gebieden die sinds 28 september 2000 bezet zijn en de twee partijen herstellen het status-quo dat bestond vůůr die datum. De Palestijnse veiligheidsdiensten ontplooien zich in de gebieden, die het IsraŽlische leger verlaten heeft. De IsraŽlische regering van haar kant onderneemt geen acties die het vertrouwen schenden, zoals deportaties, aanvallen op burgers, landonteigeningen en/of vernieling van Palestijnse huizen en eigendommen (als strafmaatregel of om IsraŽlische bouwwerken te vergemakkelijken) evenals vernieling van Palestijnse instellingen en infrastructuur en andere maatregelen gespecificeerd in het Tenet-Werkplan.

De Palestijnen moeten hun politieke instellingen grondig hervormen ter voorbereiding van de uitbouw van hun staat, daarbij inbegrepen het opstellen van een Palestijnse Grondwet en de organisatie van vrije, eerlijke en open verkiezingen. Er moeten ook verdere stappen gezet worden om een echte scheiding der machten te realiseren en er moet vooruitgang komen op het juridische, administratieve en economische vlak, zoals bepaald door de Internationale Task Force voor Palestijnse Hervorming. IsraŽl neemt alle noodzakelijke stappen om het leven van de Palestijnen te normaliseren door de uitgaansverboden op te heffen, door de bewegingsvrijheid van personen en goederen te vergemakkelijken en door volledige, veilige en onbelemmerde toegang van internationaal en humanitair personeel toe te staan. Alle donoren stellen fondsen ter beschikking, die via de rekening van het Palestijnse ministerie van financiŽn worden gekanaliseerd. De IsraŽlische regering moet onmiddellijk de Ďbuitenpostení van nederzettingen, die sinds maart 2001 werden opgericht ontmantelen.Overeenkomstig het Mitchell-rapport, moet de IsraŽlische regering alle nederzettingsactiviteiten bevriezen, daarbij inbegrepen de Ďnatuurlijke aangroeií van de nederzettingen.

 

Fase 2

De belangrijkste doelstellingen van Ďovergangsífase 2 (juni-december 2003) zijn verdere vooruitgang op het gebied van veiligheid en samenwerking, de voortgezette normalisatie van het Palestijnse leven, de ratificatie van een democratische Palestijnse grondwet, de consolidatie van de politieke hervorming en de creatie van een Palestijnse Staat met voorlopige grenzen. Een internationale conferentie wordt door het Kwartet bijeengeroepen, onmiddellijk na de succesvolle afloop van Palestijnse verkiezingen. Deze conferentie heeft als doel de Palestijnse economie te herstellen en een omvattende vredesregeling voor het Midden-Oosten (dus inclusief SyriŽ en Libanon) te bevorderen. Op de Conferentie zou de voorlopige Palestijnse Staat moeten uitgeroepen worden. Zij zou maximale territoriale samenhang moeten hebben en IsraŽl zou daarvoor bijkomende inspanningen wat betreft de nederzettingen moeten leveren. De leden van het Kwartet promoten de internationale erkenning van de Palestijnse Staat, met inbegrip van een mogelijk VN-lidmaatschap. De Arabische Staten zullen de betrekkingen met IsraŽl moeten herstellen op het niveau van voor de Intifadah (handelskantoren etc). Multilaterale engagementen (samenwerking) op het vlak van regionale watervoorraden, het milieu, de economische ontwikkeling, de vluchtelingen en de wapencontrole moeten nieuw leven ingeblazen worden. De rol van de internationale gemeenschap in het monitoren van deze overgangsfase moet versterkt worden, met de volgehouden en operationele ondersteuning van het Kwartet.

 

Fase 3

In fase 3 (2004-2005) moeten de hervormde Palestijnse instellingen verder geconsolideerd worden, moet de veiligheid blijvend gegarandeerd zijn en moeten er IsraŽlisch-Palestijnse onderhandelingen komen, met het oog op een permanente status-overeenkomst in 2005. Daartoe wordt een tweede internationale conferentie begin 2004 bijeengeroepen, om de (definitieve) grenzen van de Palestijnse Staat, Jeruzalem, de vluchtelingen en de nederzettingen te bespreken.Tevens moet dit ook leiden tot een omvattende regeling voor het Midden-Oosten, inclusief de conflicten tussen IsraŽl en Libanon en tussen IsraŽl en SyriŽ.

 

De partijen zullen een definitieve en omvattende permanente status overeenkomst bereiken, die het IsraŽlisch-Palestijns conflict zal beŽindigen in 2005, steunend op de VN-Veilig-heidsraad Resoluties 242, 338 en 1397, waardoor de bezetting zal beeindigd worden, die in 1967 begon. Tevens zal er ook een overeengekomen, rechtvaardige en realistische oplossing van het vluchtelingenprobleem komen en een onderhandelde oplossing over de status van Jeruzalem, die rekening houdt met de politieke en religieuze bekommernissen van beide zijden en die de wereldwijde religieuze belangen van joden, christenen en moslims beschermt. Deze overeenkomst moet de visie vervullen van twee staten, IsraŽl en een soeverein, onafhankelijk, democratisch en leefbaar Palestina, naast elkaar levend in vrede en veiligheid. De Arabische Staten moeten volledig normale relaties aanvaarden met IsraŽl en er moet veiligheid komen voor alle staten in de regio in de context van een omvattende Arabisch-IsraŽlische vrede.

Enkele vragen en opmerkingen

De uiteindelijke doelstellingen lijken concreet en ambitieus. Een einde aan de IsraŽlische bezetting, een soevereine Palestijnse Staat, een ďrechtvaardige en realistischeĒ regeling van het vluchtelingenprobleem en een voor alle partijen aanvaardbaar statuut voor Jeruzalem. En dan, bijna als kers op de taart, ook meteen een allesomvattende regeling van alle andere conflicten over land en water in het Midden-Oosten.

 

De middelen en de wettelijke basis† 

Hiervoor wordt alle heil verwacht van onderhandelingen tussen de twee partijen en het samenroepen van grote internationale conferenties. Men zou kunnen verwachten dat daarvoor de stevige basis van de meer dan zestig bindende resoluties van de Verenigde Naties zou gebruikt worden, maar in feite worden er slechts 3 vermeld:

* Resolutie 242 van 1967 (na de Zesdaagse Oorlog). Deze resolutie stelt weliswaar dat het verwerven van grondgebied door geweld onaanvaardbaar is, maar er is een klein verschil tussen de twee officiŽle versies over de eis tot terugtrekking. De Franse tekst is het duidelijkst Ďretrait des territoires occupťesí, terwijl de Engelse dubbelzinnig is Ďwithdrawal from occupied territoriesí. M.a.w. de Engelse zegt niet of terugtrekking uit alle bezette gebieden nodig is. IsraŽl steunt zich op deze dubbelzinnigheid om te beweren dat een gedeeltelijke terugtrekking kan volstaan.

* Resolutie 338 van 1973 (na de Yom Kippoer-oorlog) bevestigt eigenlijk 242.

* Resolutie 1397 van 2002 stelt voor het eerst de Ďtwee statení oplossing voor. De vraag stelt zich dan ook waarom er NIET verwezen wordt naar bijvoorbeeld:

* Resolutie 194 van de Algemene Vergadering (1948), waarin duidelijk gesteld wordt dat de Palestijnse vluchtelingen het recht hebben om naar hun huizen (in het huidige IsraŽl) terug te keren of vergoed te worden voor de schade

* Veiligheidsraad resoluties 252 (1968) en 478 (1980) die de uitbreiding, de annexatie en de kolonisatie van Jeruzalem verwerpen.†††

* Veiligheidsraad resoluties 446 en 452 (1979) die de kolonisatie politiek in de Bezette Gebieden veroordelen en oproepen om die volledig te stoppen.

Men moet zich ook realiseren dat IsraŽlische wetten deze resoluties openlijk tegenspreken.

* Zo is er de Wet op Terugkeer uit 1950, die aan alle Joden ter wereld het recht geeft zich in IsraŽl te vestigen en aan de Palestijnse vluchtelingen verbiedt om terug te keren.

* IsraŽl heeft een groot deel van de Westbank bij het stadsgewest Jeruzalem gevoegd en het geheel tot Ďeeuwige en ondeelbare hoofdstad van IsraŽlí uitgeroepen.

* IsraŽl heeft bij wet en zonder vergoeding zowat 80% van alle Palestijnse grond geconfisceerd. Deze grondroof werd in de IsraŽlische wetten vastgelegd o.a. de Wet op het Land uit 1950 voor wat IsraŽl zelf be-treft en talrijke andere bezettingswetten en militaire orders voor de andere gebieden.

* Hetzelfde geldt voor het levensnoodzakelijke water: via wettelijke en feitelijke regelingen is tenminste 80% van al het beschikbare water (ook in de Bezette Gebieden) in IsraŽlische handen.††

 

Als men dan nog de evidente militaire en logistieke overmacht van IsraŽl in rekening brengt, hoe kan men dan verwachten dat de zwakste partij via onderhandelingen een aanvaardbare oplossing zou bekomen? Het Kwartet wil slechts enkele (dubbelzinnige) elementen uit het internationale recht als uitgangspunt nemen en beperkt zich verder tot aanmoedigen, monitoren via bestaande kanalen en organiseren van internationale conferenties.Nergens is er sprake van het zenden van waarnemers, laat staan het sturen van een vredesmacht of het uitoefenen van druk om dit vredesproces in goede banen te leiden.

 

Concluderende vragen over de elementen die in het stappenplan min of meer vermeld worden, zijn:

* Welke zullen de definitieve grenzen zijn van de Palestijnse Staat?

* Over welke waterreserves zal ze beschikken?

* Zal Oost-Jeruzalem erbij horen?

* Wat gaat er gebeuren met de Joodse kolonies in Bezet Gebied? Worden ze alleen bevroren of ook afgebouwd?

* Wat wordt er bedoeld met een rechtvaardige en realistische oplossing voor het vluchtelingenprobleem?

* Waarom wordt van Palestina een democratische en tolerante grondwet geŽist, maar worden er geen vragen gesteld over het feit dat IsraŽl niet alleen geen grondwet heeft maar tevens wetten en praktijken, die in tegenspraak zijn met het internationaal recht en de mensenrechten, zoals de Wet op Terugkeer en de Wet op het Land?

 

Daarnaast zijn er nog heel concrete elementen waarover helemaal niet gesproken wordt.

 

1) De Prikkeldraad en de Muur

IsraŽl heeft in het verleden de hele Gazastrook al omgeven door metershoog prikkeldraad onder stroom en bouwt momenteel een soort Berlijnse Muur van tientallen kilometers lang op de Westbank. Honderden vierkante kilometers grond (en waterbronnen) van de Westbank zullen op die manier de facto bij IsraŽl worden gevoegd, nog voor er enig overleg geweest is over de toekomstige Palestijnse staat. Daarbij stelt zich ook de vraag hoe de overbevolkte enclave van de Gaza-strook (40 x 6 km met meer dan

1 miljoen inwoners) ooit leefbaar kan zijn.††

 

2) De Palestijnse gevangenen

Momenteel zitten duizenden Palestijnen in IsraŽlische gevangenissen, zonder formele beschuldiging, zonder recht op verdediging, zonder familiebezoek, in zeer slechte levensomstandigheden. In Palestijnse gevangenissen zit geen enkele IsraŽliŽr. Waarom wordt niet gesproken over deze Palestijnse Ďgijzelaarsí, waarom wordt hun vrijlating niet geŽist als vertrouwenwekkende maatregel?

 

3) De heropbouw

De oorlog heeft aan beide zijden doden en gewonden geŽist (weliswaar veel meer Palestijnen dan IsraŽliŽrs), maar de materiŽle schade aan IsraŽlische kant is beperkt tot enkele uitgebrande bussen en restaurants, terwijl de schade aan Palestijnse kant niet te overzien is. Waarom wordt in de Ďwegenkaartí niet gevraagd dat IsraŽl deze moedwillig toegebrachte schade zou herstellen?Moet de Ďinternationale gemeenschapí (in casu de EU en de Arabische oliestaten) dan de heropbouw financieren?

 

Perspectief

De meeste waarnemers hebben een dťjŗ vu gevoel bij dit Ďvredesinitiatiefí.Het bevat hoofdzakelijk oude recepten, die al gefaald hebben tijdens het Osloproces en dus aan de basis lagen van de Tweede Intifadah.Het enige echt nieuwe element is het vooruitzicht op de snelle realisatie van een Palestijnse Staat.

 

Uit de reacties van Sharon blijkt echter dat hij niet bereid is zich volledig terug te trekken en maximum naar de situatie van voor 28 september 2000 zou willen teruggaan, op voorwaarde dat de Palestijnse veiligheidsdiensten deze keer effectief de rol van het IsraŽlische leger zullen overnemen en het Palestijnse verzet volledig ontmantelen. Het is al jaren bekend dat Sharon een Palestijnse Staat wil die uit 8 kantons van stadsstaatjes zou bestaan. De Ďtoegevingí van zijn kant zou kunnen zijn dat er Palestijnse corridors van agrarische gebieden tussen deze steden komen, maar dan wel onder controle van het IsraŽlische leger. Aangezien dit gebied niet over de nodige hulpbronnen beschikt en geen eigen economie kan ontwikkelen, gaat het in feite om gettoís, waarvan de groeiende bevolking dreigt te verhongeren. Om de daarmee geassocieerde onrust te vermijden, zouden maximum enkele tienduizenden Palestijnen als goedkope gastarbeiders naar IsraŽl mogen pendelen.

De Joodse kolonisatie en IsraŽlische bezetting van het grootste deel van de Bezette Gebieden zou dan gewoon verdergaan.†††

 

Wat stelt de Ďinternationale gemeenschapí en in het bijzonder de Europese Unie hiertegenover? Voor zover ik het kan nagaan: alleen vage oproepen tot vrede, wat noodhulp en beloften voor steun bij de heropbouw. Wat kunnen de Palestijnen doen om deze evolutie te stoppen? Realistisch gesproken: braaf zijn en onderhandelen om zoveel mogelijk aalmoezen te krijgen. Maar er zullen natuurlijk altijd Palestijnen blijven, die dromen van bevrijding: het einde van bezetting en kolonisatie, het einde van de vernedering en een waardige toekomst. En sommigen van hen zullen bereid zijn daarvoor te doden en te sterven.

Intussen blijft de handel tussen de EU en IsraŽl voor ons een goede zaak (zeker in BelgiŽ, waar we elk jaar een mooi handelsoverschot van meer dan een miljard Euro met IsraŽl realiseren). Ook de wetenschappelijke samenwerking bloeit (bijvoorbeeld op het gebied van wapentechnologie).Uit Palestina importeren we via Wereldwinkels wat olijven en dadels,die we veel goedkoper uit Zuid-Europa kunnen betrekken. De Europese hulp aan Palestina bedraagt maar een fractie van wat we verdienen aan onze goede relatie met IsraŽl.Daarenboven is die hulp nuttig als window dressing ten opzichte van onze eigen islamitische minderheden en onze Arabische en islamitische handelspartners. Deze economische en politieke realiteit verklaart waarschijnlijk waarom er eens te meer een cynisch rollenspel wordt opgevoerd, waarvan men hoopt dat het terug bussiness as usual zal toelaten.