Symposiumverslag: de humanitaire gevolgen van de oorlog tegen Irak

 

Collateral Damage

 

 

door: Hans van Iterson

Na de oorlog tegen Irak wordt het tijd om de schade in kaart te brengen. Op zaterdag 24 mei vond in het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC-U) het symposium Collateral damage plaats. President Bush heeft zich begin mei als overwinnaar uitgeroepen maar hoe zit het met de verliezers, de slachtoffers van de oorlog?

 

De middag begon met een frappante toevalligheid. Bij de gele collegezaal van het UMC meldden zich twee NVMP's! De Nederlandse Vereniging voor Meningeoom Patiënten had op dezelfde plaats en tijd haar jaarvergadering afgesproken. Gelukkig bleek het UMC goed opgelet te hebben, er was  een tweede zaal beschikbaar en alle deelnemers kwamen uiteindelijk op de juiste plaats terecht.

 

Internationale context

Generaal-majoor der mariniers b.d. Kees Homan, werkzaam bij Instituut Clingendael, begon vanwege treinvertraging een half uurtje later dan gepland aan zijn betoog. Zijn onderwerp droeg de titel ‘Ontwikkelingen in de internationale veiligheid en het buitenland- en veiligheidsbeleid van de Bush-administratie’. Homan schetste de internationale situatie waarin bevolkingsgroei en schaarse hulpbronnen voor een toenemende druk zorgen. Toch zijn conflicten in de regel intrastatelijk en niet zozeer interstatelijk. Een conflict als tussen Verenigde Staten en landen behorende tot de ‘As van het kwaad’ is wat dat betreft uitzonderlijk. Het Amerikaanse buitenlandse beleid dat hieraan ten grondslag ligt is een reeds langlopend proces. Centrale punten hierbij zijn het Amerikaanse gevoel van hegemonie waar het gaat om verspreiding van democratie, waarden en normen, vrede en mensenrechten op wereldniveau. De VS vindt zich wat dit betreft een unieke mogendheid die een voorbeeldfunctie vervult. Dat is gekoppeld aan een sterk unilateralisme. Het nationale belang staat voorop, men is bezorgd over de eigen veiligheid want er is een boze buitenwereld.

 

De conservatieve Bush-regering heeft daar, bij monde van neoconservatief adviseur Wolfowitz, een extra element aan toegevoegd. De veiligheid van de VS wordt niet alleen binnen eigen landsgrenzen bedreigd, ook buiten die grenzen bestaan bedreigingen die je aan zult moeten pakken. De gebeurtenissen op 11 september hebben daarvan de bevestiging gegeven en de deur opengezet voor ontwikkelingen als pre-emptive war en een nieuwe rol voor kernwapens. Waren WMD's (Weapons of Mass Destruction) aanvankelijk passief, bedoeld ter afschrikking, in de zogenoemde Nuclear Posture Review worden ze gezien als actieve wapens met een mogelijkheid ze te gebruiken.

 

Alvorens dieper op de aanval tegen Irak in te gaan verklaart Homan nog het verschil tussen pre-emptive en preventive. Een pre-emptive aanval voer je uit als je zeker weet dat je bedreigd wordt. Een preventive aanval is een aanval omdat je van mening bent dat er anders een bedreiging gaat ontstaan. De oorlog tegen Irak moet dan ook vooral als preventief gezien worden, en niet zozeer als pre-emptive. Na de aanslagen van 11 september heeft een oorlog tegen Irak eerste

prioriteit gekregen. De Wolfowitz-doctrine, het afronden van de eerste Golfoorlog, de banden tussen Irak en Al Qaeda, het feit dat Irak makkelijker te verslaan zou zijn dan Iran en Noord-Korea, de gelegenheid voor het lanceren van een nieuw Midden-Oostenplan waren allemaal argumenten voor een aanval. Daarnaast bestond de indruk dat de containment van Saddam faalde. Hij laat zich niet afschrikken, blijft WMD's ontwikkelen en als hij over nucleaire wapens kan beschikken neemt zijn agressie toe. Economische factoren zoals olie spelen hierbij zeker een rol maar vormen niet de hoofdreden. Hiermee gaf Homan een zeer helder kader waarbinnen de oorlog tegen Irak geplaatst kon worden.

 

Arts in Bagdad

Vervolgens kreeg Geert Van Moorter het woord. Van Moorter behoort tot de organisatie ‘Geneeskunde voor de Derde Wereld’. Deze organisatie is, net als de NVMP, van mening dat in geval van oorlog voorkomen beter is dan genezen. Van Moorter reisde daarom begin maart af naar Bagdad om na te gaan in hoeverre het recht op gezondheid door een oorlog geraakt zou worden. Zou het gaan om een clean war of niet, het conflict was tenslotte Operation Iraqi Freedom gedoopt, een humanitaire oorlog dus. Voor een objectieve beoordeling moet je echter ter plekke zijn omdat via de media de oorlog als een computerspelletje gepresenteerd wordt. Toen de bombardementen daadwerkelijk begonnen, bleken Van Moorter en zijn collega's de enige overgebleven ‘buitenlanders’ te zijn. Het echte gezicht van de ‘propere’ oorlog hebben zij middels hun dagboeken per satelliettelefoon en reportages aan de buitenwereld kunnen tonen. Zoals Van Moorter het treffend omschreef: ‘de oorlog laten zien zoals de Irakees die ondergaat’.

 

Collateral damage?

Dat dit geen humanitaire oorlog kon zijn was al tien jaar lang duidelijk. De boycots zorgden in die periode al voor één miljoen slachtoffers. Ook al vanwege deze voorgeschiedenis was Van Moorter van mening dat er een bewuste keuze gemaakt is om de burgerbevolking juist hard te treffen. Als het volk lijdt komen ze pas in opstand. Een mening die ook in militaire kringen wordt gesteund. De voltreffer op de Shu'ala-markt in Bagdad leek meer een bedoelde raket dan een afzwaaier, in de omgeving was geen enkel strategisch doel te vinden. Nog meer voorbeelden: raketten op woonwijken, elektriciteit- en drinkwatercentrales. Dit is intentionele schade en geen toevallige collateral damage. Het beste bewijs zijn echter de clusterbommen, de bommenpakketjes die uiteenvallen in vele kleine, onontplofte ‘boobytraps’. Veel kinderen werden hiervan het slachtoffer. Van Moorter heeft als spoedarts in Bagdad teveel getuigenissen gehoord en vuile wonden gezien om daar nog aan te twijfelen. Ook zijn relaas over het gedrag van Amerikaanse soldaten is schokkend. Op werkelijk alles wat bewoog werd geschoten. Een humanitaire bevrijdingsactie? Het meest bekende verhaal is wel dat van de ambulance die zonder enige waarschuwing met kogels werd doorzeefd. Eén dode, een zwaargewonde. Van Moorter, gehuld in witte doktersjas (preventief) en met opgeheven handen, vroeg de bestuurder van de tank om uitleg. “It might have been full of explosives”, was diens ontnuchterende antwoord. Kortom een pre-emptive strike op klein niveau. Eerst schieten en pas daarna kijken of er misschien iets gevaarlijks in zat. Deze daden zijn blijkbaar straffeloos, de soldaten lijken immers vrijuit te gaan.

 

Plunderingen

Na de overwinning begonnen de plunderingen waar niets tegen gedaan werd. Ziekenhuizen werden volledig leeggeroofd, behandeling van gewonden en chronische patiënten was niet meer mogelijk. Het is schrijnend te constateren dat er zich wel degelijk een humanitaire catastrofe afspeelt maar dat deze zoveel mogelijk voor de buitenwereld wordt verhuld. Irak is een volledig uitgekleed en van medische hulpmiddelen verstoken land met een gebrek aan elektriciteit en schoon water.

 

Discussie

Tijdens de discussie vraagt Leon Wecke of slachtoffers van friendly fire ook tot de onbedoelde slachtoffers (collateral damage) gerekend moeten worden. Homan bevestigt dat tijdens deze oorlog zo'n 40% van de eigen doden gevallen zijn ten gevolge van friendly fire of bedrijfsongelukken. Dat is geen uitzondering. Homan twijfelt echter sterk aan het doelgericht bombarderen van burgerbevolking, immers daarmee versmal je

direct het draagvlak voor de oorlog. En natuurlijk is het volstrekt in strijd met de protocollen van Genève. Dagvoorzitter Fernando Lopes da Silva vult aan dat een afzwaaiende raket behoort tot de ‘statistiek van de oorlog’. Zoveel procent mist zijn doel of is het gevolg van menselijke fouten. Het doorzeven van een ambulance is natuurlijk een heel ander verhaal, dat zou collateral damage wel tot een erg ruim begrip maken. Homan: natuurlijk dit zijn uitwassen, maar helaas inherent aan een ‘vuile’ oorlog zoals die in een stad gevoerd wordt.

 

Karel Koster is van oordeel dat de aanvallende partij toch te gemakkelijk wordt gevrijwaard door een beroep op collateral damage. Men kent toch het eigen militaire apparaat en wat het kan aanrichten. De plunderingen: je weet dat dit in een machtsvacuüm kan gebeuren. Het gaat hier feitelijk om een ingecalculeerde schade, dat mag niet afgeschoven worden op het argument ‘nu eenmaal niet te voorkomen’. Het is niet belangrijk of er bewuste bevelen zijn gegeven, het is inherent aan dit ingrijpen dat er burgerslachtoffers vallen. Er valt dus wel degelijk iets te verwijten. Wat bedoelde en onbedoelde slachtoffers zijn kun je niet strikt scheiden. De humanitaire gevolgen van een oorlog behoren daarom van tevoren ingecalculeerd te zijn.

 

Wilt u naar aanleiding van dit stuk een internationale oproep zoals ‘Geen straffeloosheid voor de Amerikaanse oorlogsmisdaden in Irak’ ondersteunen? Surf naar: http://www.intal.be/

 

Geert Van Moorter is bereid meer voordrachten te geven. Hij is te contacteren via Geneeskunde voor de Derde Wereld. Geneeskunde voor de Derde Wereld, vzw Haachtsesteenweg 53, 1210 Brussel. Tel: +32 2 209.23.60.

Fax: +32 2 209.23.51 E-mail: info@g3w.be Internet: www.g3w.be

 

Steun het werk van dr. Geert Van Moorter van Geneeskunde voor de Derde Wereld. Stort een bijdrage op rek. 001-1951388-18 van Geneeskunde voor de Derde Wereld vzw met vermelding «missie Irak 280303» Giften vanaf € 30 zijn fiscaal aftrekbaar. Stortingen vanuit het buitenland gebeuren het best op onze postbankrekening: 000-1617383-05 van Geneeskunde voor de Derde Wereld vzw IBAN:

BE 96 0001 6173 8305 BIC: BPOTBEB1