Symposium Artsen Voor Vrede, 7 december 2002

 

Oorlog rond de grote meren

 

Door: Jef De Loof 

In Centraal Afrika, rond de Grote Meren, woedt sinds jaren een van de vreselijkste oorlogen. Een oorlog zonder grote wapenfeiten, maar met permanent geweld, onophoudelijke invasies van beperkte gewapende groepen, een oorlog met vele honderdduizenden doden, ontelbare slachtoffers, verkracht, mishandeld, vermoord of van honger omgekomen. Een stille, bijna vergeten oorlog, niet meer interessant voor de media, omdat er haast niets verandert, omdat de toestand zo uitzichtloos blijft.

 

De oorlog rond de Grote Meren toont aan dat ook oorlogen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van massavernietigende wapens een 'massale' vernietiging van grote bevolkingsgroepen tot gevolg kunnen hebben. Dat het dus nodig is ons actieterrein te verruimen van een strijd tegen kernwapens naar verzet tegen alle oorlogsgeweld, of anders uitgedrukt, naar 'inzet voor vrede'.Alleen vrede is een waarborg tegen massamoord.

 

Bovendien voelt BelgiŽ, als vroegere kolonisator van een groot gedeelte van dit gebied, nog een zekere be-trokkenheid en blijft het nog in belangrijke mate verantwoordelijk voor de huidige situatie. Alles samen meer dan voldoende reden om dit onderwerp als thema voor ons symposium te nemen.

 

Zana Etambala, historicus en docent aan de KU Leuven gaf een overzicht van de historische ontwikkeling van het Afrikaanse continent. Eric Kennes, medewerker aan het Afrika-museum in Tervuren en auteur van meerdere studies over Kongo, had het over de recente ontwikkelingen en de toekomst van Kongo.

 

Mit Philips was de derde spreker. Ze werkt voor 'Artsen zonder Grenzen' en brengt ons informatie van op het terrein. Sinds 1987, na een verblijf in Zuid-Afrika, is ze als arts werkzaam in ZaÔre, het huidige Kongo. Kongo bevindt zich al vele jaren in een crisissituatie.Artsen zonder Grenzen werkt er sinds 1981.

 

Na 1996 is de toestand er verslecht door twee opeenvolgende oorlogen.In 1997 als Moboetoe wordt verjaagd door het AFDL en in 1998 wanneer het tot gevechten komt als Kabila de alliantie met Rwanda verbreekt.Tegenover elkaar staan aan de ene kant Rwanda en Oeganda, aan de andere kant de 'forces alliťs': Angola, Zimbabwe, NamibiŽ en Kongo-Kinsrasa. De Lusaka akkoorden in juli 1999 brengen geen vrede. In januari 2000 wordt Kabila sr. vermoord en opgevolgd door zijn zoon Joseph Kabila. In augustus 2001 is er een voorlopig staakt het vuren. Het vechten stopt er echter niet mee.

 

De rekening van de oorlog is zeer zwaar en blijft oplopen:

* 350.000 vluchtelingen buiten de grenzen;

* 2.045.000 ontheemden binnen de grenzen;

* epidemies: mazelen, cholera en dysenterie;

*  complete uitschakeling van het gezondheidssysteem;

*  eerste Afrikaanse 'wereldoorlog';

*  etnische conflicten aangewakkerd en politiek uitgebuit;

*  plundering van natuurlijke rijkdommen;

*  economische crisis, Kongostroom geblokkeerd, geen geld meer;

* sociaal vangnet, sociale textuur verdwenen.

 

De dood in cijfers

In 2000 en 2001 brengt een onderzoek (IRC) naar de sterftecijfers in Oost-Kongo alarmerende cijfers aan het licht. In 2001 voert Artsen zonder Grenzen (MSF) in 5 regio's enquÍtes uit over drie belangrijke gezondheidselementen: mortaliteit, geweld en toegang tot de gezondheidszorg.

Mit Philips presenteert het resultaat van dit onderzoek.

 

30 clusters van 30 families worden bij de studie betrokken. Voor de mortaliteit en het geweld wordt de familie ondervraagd, voor de toegang tot de gezondheidszorg bevraagt men de patiŽnt zelf. Het onderzoek bestrijkt vijf regio's: Kimpangu, een streek waarin strooptochten plaatsgrepen; Inongo, een kalme streek; Basakusu, een gevechtszone; Lisala en Kilwa, hergroeperingszones. Lisala en Kilwa liggen in rebellengebied, Kimpangu, Inongo en Basankusu in regeringsgebied.

 

De gezondheidszorg wordt ook minder toegankelijk. Niet alleen in de gevechtszones, waar ze gewoon onbestaande is, maar ook in de kalme zones, waar ze slechts voor de helft toegankelijk is wegens onbeschikbaar of onbetaalbaar.

 

Het dagelijks geweld komt op vele manieren tot uiting:

* slachtingen, terreur;

* systematisch geweld, verkrachtingen;

*  bevolking moet leger onderhouden (voedsel, werk);

*  dwangarbeid, slavernij;

*  gedwongen recrutering, kind-soldaten;

*  vluchten en verschuilen in woud.

Samenvatting

Vooral in de streken waar gevochten wordt is de toestand katastrofaal.

 

Besluit van het onderzoek

* De situatie is afhankelijk van het gebruik van geweld.

*  In de frontzone is de mortaliteit zeer hoog (tot 5 keer meer doden). In 2001 stierf

1 op 10 personen in Basankusu.

*  Voor kinderen ligt de mortaliteit extreem hoog. 1 op 4 kinderen sterft voor de leeftijd van 5 jaar.

*  Het gaat hier om uitgestrekte zones met miljoenen inwoners.

*  Het geweld doodt niet alleen rechtstreeks, maar nog meer onrecht-streeks door ondervoeding, banale infectiezieken, epidemies.

*  Geweld houdt families lange tijd kwetsbaar (door ziektes en verminderde toegankelijkheid van de gezondheidszorg).

* Na het stoppen van de gevechten blijft de mortaliteit dan ook hoog.

 

Implicaties voor Artsen zonder Grenzen:

* de gezondheidszorg moet gratis zijn;

* ze moet vooral geconcentreerd zijn op de frontzones;

* de dienstverlening moet uitgebreid worden naar de hele bevolking;

* een heropstarten van het hele

systeem is onrealistisch;

* een grondige aanpassing van de strategie is dringend nodig.

 

De problemen zijn legio. Het gaat hier om een complexe crisis, om een chronische urgentie, zonder

standaard-urgentietekens. De bevolking is moeilijk te bereiken. Onveiligheid, ontbreken van enig gezag, logistieke en transportproblemen, naast hoge kosten, het zijn alle bijkomende hinderpalen voor een effectieve hulpverlening.

 

Artsen zonder Grenzen heeft daarnaast tot taak de wereld te informeren en te sensibiliseren in verband met de onmenselijke toestanden waarin de bevolking hier, in het gebied van de Grote Meren, leeft. We moeten pleiten voor het stoppen van het geweld tegen de burgers en zoeken naar humanitaire hulp. Zeker nu alles blijft aanslepen en gewenning, media-moeheid en donormoeheid dreigt.