Rapport van Britse IPPNW-afdeling legt verschrikkingen van Irak-oorlog bloot

 

Collateral Damage

 

 

Door: Stef van den Eynde

 

Op 12 november 2002, een paar dagen na de goedkeuring van resolutie 1441 door de VN-Veiligheidsraad,stelde Medact, de Britse afdeling van IPPNW officieel het rapportĎBijkomstige schade: de gevolgen voor gezondheid en milieu van een oorlog tegen Irakí (Collateral Damage: the health and environmental costs of war on Iraq) voor in Londen. Op dezelfde dag hebben trouwens ook de VS-afdeling, Physicians for Social Responsibility en een tiental andere IPPNW-afdelingen dit rapport gelanceerd. Hieronder vindt u een samenvatting van het rapport.

 

Bijkomstige schade: de gevolgen voor gezondheid en milieu van een oorlog tegen Irak

Het inzetten van kernwapens tijdens een oorlog tegen Irak zou aan ongeveer vier miljoen mensen het leven kunnen kosten. Zelfs een beperkt conflict zou al de dood van een half miljoen mensen veroorzaken en verschrikkelijke gevolgen hebben voor het leven, de gezondheid en het milieu van de strijdende partijen, van Iraakse burgers en van de bevolking in Iraks buurlanden en in andere landen. Het conflict zou bovendien ook een weerslag kunnen hebben op de wereldeconomie en dus onrechtstreeks de gezondheid en het welzijn van miljoenen mensen op de wereld ondermijnen.

 

Dit rapport, geschreven door gezondheidswerkers, is de neerslag van onderzoeken over de mogelijke effecten op de volksgezondheid van een nieuwe oorlog tegen Irak. Betrouwbare schattingen van het totale aantal mogelijke slachtoffers bij alle partijen tijdens het conflict en in de drie maanden erna gaan van 48.000 tot meer dan 260.000. Een burgeroorlog in Irak zou nog eens 200.000 slachtoffers kunnen maken. In de nasleep van het conflict zouden nog eens 200.000 mensen kunnen sterven. Het gebruik van kernwapens kan het dodenaantal tot 3.900.000 doen oplopen. In alle scenarioís zouden de meeste slachtoffers burgers zijn.

 

Een Ďconventioneleí oorlog zou kunnen leiden tot een burgeroorlog, hongersnood en epidemieŽn, zou miljoenen mensen op de vlucht kunnen drijven, zou catastrofale gevolgen voor de gezondheid en ontwikkeling van kinderen kunnen hebben. Ook zou de economie kunnen instorten, o.a. door een falende landbouw en productiesector en zou een langdurige vredeshandhaving noodzakelijk zijn. Mogelijk worden regimes in Iraks buurlanden gedestabiliseerd of vervangen en worden er terroristische aanslagen gepleegd. Verder zou ook een wereldwijde economische crisis de kop kunnen opsteken als gevolg van een vermindering van de handel en uit de pan swingende olieprijzen. Zoín crisis zou bijzonder nefast zijn voor de ontwikkelingslanden.

 

De financiŽle last zou voor alle partijen enorm zijn: de uitgaven voor wapens, een bezetting, noodhulp en reconstructie zouden waarschijnlijk tussen 150 en 200 miljard dollar schommelen. De VS zou vermoedelijk tussen 50 en 200 miljard uitgeven aan de oorlog zelf en tussen 5 en 20 miljard dollar per jaar aan de bezetting. Het rapport wijst erop dat 100 miljard dollar volstaat om gedurende vier jaar in de noden van de armsten ter wereld te voorzien.

 

Het conflict zou verwoestender zijn dan de Golfoorlog van 1990-1991

De VS stelt zich tot doel het huidige regime te vervangen door een ander. Datbetekent echter dat een nieuw conflict veel intenser en vernietigender zal zijn dan de Golfoorlog van 1990-1991 en dat meer dodelijke wapens in de interimperiode zullen worden ingezet. Bovendien zijn de gewone Irakezen er fysiek en mentaal heel wat slechter aan toe dan in 1991. Ze zijn dus veel kwetsbaarder en zullen minder in staat zijn het land opnieuw op te bouwen.

 

Dankzij de olie-inkomsten en het sociale beleid onder Saddam Hoesseins dictatuur was het Irak van vůůr 1991 een redelijk welvarend, verstedelijkt land met modale inkomens, een moderne sociale infrastructuur en degelijke openbare diensten. De gevolgen van zowel de oorlog als de sancties, die slechts gedeeltelijk teniet werden gedaan door het Olie-voor- Voedsel-programma, slingerden het land terug naar een pre-industrieel tijdperk. Irak staat nu op de 126ste plaats (op 174) in de VN-ontwikkelingsindex.

 

Het meest voor de hand liggende oorlogsscenario

De schattingen in het rapport zijn gebaseerd op gegevens uit de vorige Golfoorlog, uit vergelijkbare conflicten en crises elders, en op de meest betrouwbare recente informatie over de gezondheidstoestand van de bevolking in Irak. Het schetst een geloofwaardig oorlogsscenario op basis van de huidige militaire VS-strategie die op vier pijlers rust: volgehouden en vernielende luchtaanvallen op overheids- en militaire gebouwen en infrastructuur in Bagdad en andere stedelijke centra; de landing van grondtroepen om de olieproducerende regioís in het zuid-oosten te bezetten; het uitoefenen van controle over Noord-Irak; en het inzetten van snelle-interventietroepen, ondersteund door luchtaanvallen, om Bagdad in te nemen.

 

De VS streven naar een wissel van het regime, maar hun plannen zullen worden gedwarsboomd door Saddam Hoesseins wil om te overleven. Een korte, chirurgische campagne is dus waarschijnlijk wishful thinking.

 

De volgende opties liggen open voor Saddam Hoessein:

* olieputten in brand steken en raketten met een radiologische of chemische kernkop gebruiken om ze te verontreinigen;

*  paramilitaire aanvallen op olievelden, pijpleidingen en installaties in Koeweit en Saoedi-ArabiŽ;

*  paramilitaire aanvallen op burgercentra in andere Golfstaten

* paramilitaire aanvallen op doelwitten in de VS, het VK en andere

coalitiestaten

*  selectief gebruik van chemische en biologische wapens

 

Het rapport onderzoekt ook de omstandigheden waarbij chemische, biologische en kernwapens zouden kunnen worden ingezet. Een Iraakse aanval met chemische en biologische wapens op IsraŽl of een ander land zou leiden tot een onmiddellijke vergeldingsaanval met kernwapens door IsraŽl, de VS en/of het VK. Bovendien hebben het VK en de VS de optie om eerst aan te vallen nietuitgesloten. Heel wat vragen blijven onbeantwoord over de nasleep van de oorlog en de waarschijnlijkheid om een nieuw stabiel regime te installeren. De huidige problemen in Afghanistan tonen aan dat er enorm veel moet worden geÔnvesteerd om een verwoest land weer op te bouwen en dat de internationale gemeenschap niet staat te trappelen om zoín lange-termijnproject te steunen.

 

Alternatieven voor de oorlog

Dit objectieve rapport van gezondheidswerkers neemt geen politiek standpunt in over de alternatieven voor een oorlog tegen Irak. Het wil vooral de besluitvorming vooruithelpen en een openbaar debat stimuleren door erop te wijzen dat de werkelijke kosten van een nieuwe oorlog moeten worden afgewogen tegen de mogelijke voordelen ervan. Het geeft een lijst van geweldloze strategieŽn die nog niet volledig zijn uitgeprobeerd. Sommige daarvan hebben rechtstreeks te maken met Irak en sommige met het verbeteren van de veiligheid in de wereld. De conclusie is dat er dringende nood is aan humane en wijze wereldleiders die erkennnen dat nationale veiligheid niet mogelijk is zonder internationale veiligheid.

 

Het rapport is te bestellen voor Ä 5,-. Over te maken op giro 4395340

t.n.v. NVMP Utrecht, o.v.v. Collateral Damage.