Islamitische reisverhalen van V.S. Naipaul

 

Visie op het islamitisch denken

 

 

Door: Marten van Wijhe

 

In de februari-bijeenkomst van de Gronings-Drentse afdeling is aandacht besteed aan de

Islamitische wereld en het daar heersende wereldbeeld (1). Aanleiding was de stroom verwarrende publicaties in de pers volgend op de aanslagen in New York en de reacties daarop in de Nederlandse samenleving.

 

Ik kom jaarlijks in het kader van een medisch hulpproject met een team artsen en verpleegkundigen in een grote stad in de Sahel, waar de Islam als staatsgodsdienst uitgedragen wordt, waar de westerse invloeden zeer gering zijn en waar de cultuurverschillen met ons tastbaar zijn. Afgezien van de mensonwaardige armoede van het grootste deel van de bevolking is de actieve godsdienst-beoefening die het gehele dagelijkse leven bepaalt zeer opvallend.

 

Het begint met een vroege ontwaking uit de slaap: ‘Allah is groot’ enz. schalt het uit de stadionspeakers van de nabijgelegen moskee, en alle andere moskeeën in de wijde omgeving. Er blijft nog een onrustig uurtje op bed over bij de geluiden van de ontwakende stad en haar verkeer totdat het ontbijttijd is. Niet ieder teamlid waardeert deze onvrijwillige wekdienst. Op weg naar het ziekenhuis valt de bedekkende kleding en gesloten houding van de vrouwen op, terwijl de mannen er in islamitische of westerse kleding trots bij lopen. In het ziekenhuis, tijdens de operaties, gebeurt het dat de verpleegkundigen mompelen “We go pray ...” en dan de operatietafel of het anesthesietoestel verlaten om in een aparte ruimte aan hun gebedsverplichting te voldoen. Na een minuut of tien komen ze weer terug, en als het echt niet kan gaan ze niet, het wordt dan de volgende keer ingehaald. Als je aan het eind van de middag in het zachtere middaglicht op de markt loopt tussen de prachtige koopwaar die bij de stalletjes opgetast ligt en de mullah roept op tot gebed, dan worden overal matjes uitgerold en gaan alle mannen over tot het openbare gebed, hun matjes en lichamen keurig parallel in de richting van Mekka. De vrouwen zijn stil en de westerling staat er ook verbaasd en licht gegeneerd bij, wachtend tot de openbare massale geloofsbelijdenis weer voorbij is.

 

In gesprekken met lokale functionarissen laten zij blijken dat ze zeer gelukkig met onze inspanningen zijn, dat ze onze seculiere levensvisie en andere gewoontes (bijvoorbeeld bier drinken) kunnen respecteren, maar tegelijkertijd niet in staat zijn ons te begrijpen. Waarom belijden wij ons geloof niet zo sterk? Hoe kunnen wij op zo eigenaardige wijze met onze vrouwen omgaan? Voor iedereen, zowel plaatselijke artsen en verpleegkundigen als de gasten, is het samen werken in het ziekenhuis een voorrecht en een genoegen. De patiënten zijn overduidelijk gelukkig met de mogelijkheden die het westerse team brengt. Maar steeds blijkt dat er een enorme culturele kloof gaapt tussen deze mensen die elkaar zo goed gezind zijn. V.S. Naipaul was zich daar 20 jaar geleden al bewust van. Hij nam het op zich gedurende zeven maanden door Iran, Pakistan, Maleisië en Indonesië te reizen om door middel van zijn reisverhaal, zijn isla-mitische reis, vastgelegd als ‘Among the Believers’ (2), de lezer de kans te geven het leven, de cultuur en de onrust van de bezochte landen mee te beleven. Zeventien jaar later herhaalt hij zijn reis (‘Beyond Belief’) (3).

 

Romans en reisverhalen

V.S. Naipaul werd in 1932 op Trinidad geboren in een Hindoestaans emigranten-milieu. Door grote be-gaafdheid en ijver kreeg hij een zeldzame koloniale beurs, waardoor hij zijn droom, schrijver worden, kon beginnen met een studie in Oxford, Engeland. In 1954 begon hij in Londen te schrijven met als resultaat

een twaalftal romans en een even groot aantal reisverhalen. Het laatste decennium heeft zijn werk erkenning gevonden door uitreiking van de David Cohen Britse Literatuur Prijs, het ridderschap en vorig jaar de Nobelprijs voor Literatuur. Zijn boeken lezen plezierig door zijn prachtig taalgebruik, zijn heldere beschrijvingen van mensen en wat hen drijft alsmede zijn scherpe perceptie. Naipauls techniek is simpel: hij strijkt neer in de hoofdstad in een van de betere hotels, neemt een gids, laat zich aankondigen bij lokale grootheden zoals regeringsleiders, krantenredacteuren, mensen die het internationale nieuws gehaald hebben en lokale grootheden. Tijdens het interview probeert hij het onderwerp van gesprek te brengen op de wezenlijk politieke en culturele agenda en schrijft vervolgens minutieus op wat er gebeurt en wat er gezegd wordt. Daarbij interpreteert hij menselijke interacties scherp terwijl hij vermijdt een waarde-oordeel te geven. Dat mag de lezer zelf invullen. 

 

Het Iran van vlak na de revolutie komt uit zijn analyse in zijn eerste boek tevoorschijn als een vanouds beledigde en verwonde Shi’itische beschaving; ook de mensen die hij

17 jaar later opzoekt zijn weer door de revolutie beschadigd. Men droomt er enerzijds van een zuivere samenleving van gelovigen, anderzijds komen individuen op voor hun recht op zelfbeschikking.

 

Woede

In Pakistan wordt de invulling van het islamitische geloof tot het uiterste gevoerd, duidelijk komt de door armoede gevoede instelling naar voren dat de buitenwereld, en met name het westen, er is om uitgebuit te worden.

Wat betreft Maleisië en Indonesië blijkt uit het volgende citaat wat Naipaul er aantrof: “De mensen die van het platteland in de dorpen terecht zijn gekomen, die vinden dat zij al zoveel verloren hebben, zien geen enkele uitweg. Geld, ontwikkeling, scholing hebben hen slechts doen beseffen dat de wereld anders is dan hun dorp en dat de wereld niet van hen is. Hun woede, de woede van plattelanders met beperkte vaardigheden, beperkte financiële middelen en een beperkt begrip van wat er in de wereld gebeurt, is alomvattend. Nu hebben ze een wapen: Islam. Het is hun manier om het de wereld betaald te zetten. Het dient hun verdriet, hun gevoel achtergesteld te zijn, hun maatschappelijke woede en raciale haat.”

 

Sociale revolutie

Deze Islam is meer dan de oude religie van hun dorp. De Islam die de zendelingen brengen is een religie van aanstaande verandering en triomf; het komt als een deel van een wereldbeweging. “Het Westen, zelfs naar de mening van de eigen filosofen, gaat te gronde aan materialisme en hebzucht. De ware gelovige, met zijn gedachten aan het hiernamaals, leeft voor hogere idealen. Voor de ongelovige, zonder geloof in het hiernamaals, bestaat het leven slechts uit plezier. ...”. Naipaul wijst erop dat hij als schrijver van de verhalen van zijn contactpersonen slechts de rol speelt van de verteller. Zo worden zijn reisverhalen toch romans. De verhalen in die romans zijn complex, maar de lezer treedt gemakkelijk in de rol van de toeschouwer, die wel zijn eigen conclusies dient te trekken. Naipaul stelt dat zijn bevindingen representatief zijn voor de situatie van de mensen in de door hem bezochte landen en daar heeft hij waarschijnlijk wel gelijk in. De Islam wordt gebruikt om een sociale revolutie in de islamitische landen in banen te leiden.

 

Wilt u ook op bezoek bij gewone en hooggeplaatste personen in de islamitische wereld om hen beter te leren begrijpen dan beveel ik u aan een ‘ongelooflijke’ islamitische reis te maken ‘tussen de gelovigen’ in Naipauls twee prachtige boeken. 

 

Referenties:

1.         Conrad LI. Arab-Islamic Medicine.

            In: Bynum WF, Porter R. Companion

            Encyclopedia of the History of Medicine.

            Routledge, London 1993.

2. Naipaul VS. Among the Believers.

            Vintage, New York 1982

3. Naipaul VS. Beyond Belief.

            Little Brown, London 1998