Enkele manieren om naar het conflict Palestina / IsraŽl te kijken

 

Guido van Ham

 

Paradigma 1

IsraŽl is een klein land, toevluchtsoord voor de joden, overlevenden van de Holocaust, dat zich staande moet houden in een vijandige, Arabische omgeving.Het land is aan het joodse uitverkoren volk beloofd door God. Het werd hen ook door de Verenigde Naties toegewezen. Dus is het conflict gebaseerd op de onwil van de Palestijnen om vrede te sluiten en IsraŽl te accepteren.

 

Geassocieerde terminologie in berichtgeving:

* Een Palestijnse terrorist pleegt een zelfmoordaanslag op een IsraŽlische bus.

* IsraŽl pakt vermoedelijke terroristen op (het is IsraŽl dat een vermoeden heeft).

*IsraŽl legt een uitgaansverbod op in Palestijnse steden uit veiligheidsoverwegingen (veiligheid voor IsraŽl, niet voor de Palestijnen).

* Het was vandaag weer onrustig in Israel. In Ramallah was een anti-IsraŽlische betoging en in Gaza viel een dode bij een confrontatie met IsraŽlische veiligheidstroepen (deze steden liggen dus impliciet in IsraŽl en niet in bezet Palestijns gebied).

*Het is onbegrijpelijk dat Arafat de voorstellen van Barak op Camp David afwees. IsraŽl heeft nog nooit zoveel toegevingen gedaan. Een duidelijk teleurgestelde Barak zei na afloop: ďThe Palestinians never miss an opportunity to miss an opportunityĒ.††

 

Paradigma 2

Joden en Palestijnen vechten om hetzelfde stukje land en zijn beiden niet bereid tot compromissen. Dus is het conflict gebaseerd op wederzijdse haat en onbegrip.

 

Geassocieerde terminologie in berichtgeving:

Er komt maar geen einde aan het onbegrijpelijke geweld in het Midden-Oosten. Beide partijen spraken oorlogszuchtige taal. Er was een aanslag in IsraŽl, terwijl het IsraŽlische leger andermaal twee Palestijnse steden binnenviel. Dat is routine geworden. De EU riep beide partijen op te onderhandelen. Zowel Arafat als Sharon reageerden negatief. Sharon verklaarde dat de Palestijnen eerst alle geweld tegen IsraŽl moeten staken en Arafat zei dat IsraŽl zich eerst uit Ramallah moet terugtrekken.†††††

 

Paradigma 3

IsraŽl is een bezettende mogendheid die de Palestijnen heeft onteigend en van hun land verdreven. Dus is het conflict gebaseerd op de onwil van IsraŽl om een rechtvaardige vrede te sluiten, verantwoordelijkheid te erkennen en de bezetting werkelijk op te heffen.

 

Geassocieerde terminologie in berichtgeving:

* Er waren vandaag vreedzame demonstraties in verscheidene steden van de Westelijke Jordaanoever, die door het IsraŽlische leger met tanks werden neergeslagen. Daarbij werden drie betogers gewond, maar het leger belette de ziekenwagen de toegang tot het ziekenhuis.

* Een Palestijns activist blies zichzelf op in een illegale kolonie van de bezette Gazastrook. Daarbij kwamen 2 IsraŽlische soldaten van het bezettingsleger en 3 illegale Joodse kolonisten om het leven.

* In de stad Raffah, zogenaamd autonoom Palestijns gebied, viel het IsraŽlische bezettingsleger binnen, vernielde drie huizen en arresteerde 10 Palestijnse burgers zonder enige vorm van proces. Over hun lot is niets bekend, de familie vreest het ergste.†††††

 

Paradigma 4

Joden en Palestijnen vormen met hun strijd een onderdeel van het grotere conflict tussen de Westerse materialistische cultuur en de niet-Westerse islamcultuur. IsraŽl vormt in dit denken voor het Westen de vooruitgeschoven post in het Midden-Oosten om de nog grotendeels Ďonberekenbare en onbeheersbare wildemaní de moslim/de arabier en zijn Islamcultuur, maar ook met zijn olie en potentieel grote afzetmarkt, langzaam maar zeker te temmen en in te voegen in de mondiale wereldmarkt.

Geassocieerde termen in de berichtgeving:

* Democratie en good governance in IsraŽl versus feodale structuren en dictatoriaal bestuur in Palestina en de Arabische wereld.

*Transparant handelen en financieel bestuur versus corruptie en wanbeleid.

* Moderniteit/modernisering, vrijheid en materiŽle rijkdom versus obscurantisme, wreedheid, onvrijheid en onderontwikkeling.

* Imperialisme en kolonialisering versus vrijheidsstrijd en bevoogding.

Om na te gaan vanuit welk paradigma een bericht geschreven is, kun je dus vragen stellen als:

 

* Hoe dikwijls wordt er gesproken van Palestijns terrorisme en hoe dikwijls over de terreur van het IsraŽlische leger? Hoe dikwijls wordt er gesproken over de veiligheid van IsraŽl en hoe dikwijls over de veiligheid van Palestina?

* Hoe dikwijls wordt de term Ďbezettingí gebruikt? Wordt er ooit gezegd dat de bezetting en kolonisatie illegaal zijn?

* Hoe dikwijls worden Palestijnse steden impliciet in IsraŽl gesitueerd en hoe dikwijls worden IsraŽlische steden in Palestina gesitueerd?

* Hoe dikwijls wordt er verwezen naar corruptie en incompetentie in de Palestijnse autoriteit en hoe dikwijls worden vragen gesteld bij het democratische karakter van de IsraŽlische regering?

* Hoe dikwijls komen acties van Palestijnse en Joodse vredesactivisten aan bod?

* Worden Arabische en IsraŽlische leiders beoordeeld op basis van hun respect voor mensenrechten en internationaal recht of op basis van hun voor- of afkeur van Ďvrije marktí? Bij welke leiders worden de volgende termen geassocieerd:ídemocratischí, Ďgematigdí, Ďpro- of anti-westersí?

 

Vanuit welk paradigma kijkt u naar het Midden-Oosten?