Geen pasklare antwoorden

Is de vredesbeweging gevaarlijk naïef?

 Door: Ward Kusters

In de Nieuwsbrief nummer 1 van 2001 stond een oproep om te reageren op dilemma’s bij ge-zondheidszorg en vredesvraagstukken. Oud-voorzitter Wout Klein Haneveld verwoordde zijn zorg: ‘De bedreigingen van oorlog en geweld zijn anders en waarschijnlijk groter dan 10 jaar geleden.’ Het is niet steeds duidelijk wat te doen.

Zelfreflectie in eigen groep

Hij somt dan een vijftal onderwerpen op o.a. de rol van de militaire arts, de relatie met politiek niet correcte personen, enz. Praktisch gaat het veelal om conflicterende belangen. In het daaropvolgende nummer reageerden Auke van der Heide, Carol de Jong van Lier en Maarten van Wijke. Het is niet verwonderlijk dat zij geen pasklare antwoorden hadden op de gegeven dilemma’s. Naast wat verduidelijking kwam het er op ner dat de dilemma’s verdere reflectie en discussie behoefden.

 Niet dezelfde dilemma’s maar toch ook een belangrijke vraag beweegt thans de Vlaamse vleugel van IPPNW in verband met het Israëlisch- Palestijnse conflict. Het veroveren van nieuw grondgebied en vooral de middelen die daarvoor gebruikt worden roept vragen op. Enerzijds is er het begrip voor de nood aan voldoende oppervlakte om een leefbare staat en verdedigbare grenzen te hebben. Anderzijds is er de terreur die door intimidatie en verwoestingen de oorspronkelijke bewoners doet vluchten of emigreren met het verbod van later terug te komen. Bij velen ontstaat een afkeer van de gebruikte methodes. Wanneer leidt langer zwijgen tot schuld? Het leidde tot de open brief van Guido Vanham in de tweede Nieuwsbrief van 2001. Ook hier is weer het dilemma van conflicterende belangen.

Dezelfde problematiek leeft bij een breder publiek

In het Belgische dagblad ‘De Standaard’ van 24 december 2001 staat een bijdrage van de redactrice Mia Doornaert. Ook zij merkt op dat er geen simpele antwoorden zijn op vragen van oorlog en vrede. Wie met simpele mantra’s aankomt is niet serieus. Zij gaat dan nog een stapje verder over de vredesbewegingen. "De zelfgenoegzame eigengereidheid van de vredesbewegingen die categorisch elk bezit, elk gebruik van wapens afwijzen is even ontoereikend, even irriterend als het simplistische recept van de sabelslijpers: even een bom erop." (einde citaat). Als voorbeeld haalt zij de Balkan problematiek aan, die Europa niet kon oplossen. Zij wijt dit aan de zwakte van diplomatie zonder wapens. Het beslissen tot handelen gebeurde tenslotte door de VS. De oplossing kwam met veel geweld tot stand en voldeed niet aan alle partijen, ook niet de buitenlandse. Zij had echter tot gevolg dat het bloedvergieten tenminste tijdelijk stopte. Het geheel verdiende zeker geen schoonheidsprijs voor waarden als recht en rechtvaardigheid. Degenen met de meeste macht slaagden het meest in hun doelstellingen.

 Geweld zit sinds de dageraad der tijden in de mens ingebakken. Daarom erkent de katholieke Kerk en veel andere Kerken dat er een ‘rechtvaardige oorlog’ bestaat. Als naast mij een man een kind mishandelt kan ik er niet naast gaan staan met een spandoek ‘Vrede op aarde’. Het gaat er niet om of landen of bevolkingsgroepen terechte grieven hebben over kolonialisme, slavernij of bezetting. Die hebben ze vast en zeker. Het gaat erom dat er nooit vrede kan komen als de ook terechte grieven van het verleden blijven fungeren als reden of voorwendsel om de dialoog uit de weg te gaan. Zelfs de Duitse Groenen die in 1980 ‘geweldloosheid zonder uitzondering en zonder restricties’ predikten, zegden in maart 2002 dat ‘het gebruik van staatrechtelijk en volkenrechtelijk gelegitimeerd geweld niet altijd is uit te sluiten’.

 Kan de geschiedenis ons iets leren?

De vredesbeweging was ooit sterker en had meer invloed dan tegenwoordig. In haar magistraal werk ‘The Proud Tower’ wijdt de auteur Barbara Tuchman een heel hoofdstuk aan de opgang van de toenmalige vredesbeweging op het einde van de 19e eeuw. Het hoofdstuk draagt de titel ‘The steady drummer’. De tsaar van Rusland, Nicholas II, lanceerde in augustus 1898 een oproep tot de naties om een conferentie samen te roepen over wapenbeperking. De vrees voor de toenemende bewapening was zeer verspreid. Krupp was de grootste industrie in Europa, Skoda, Schneider-Creusot, Vickers-Maxim hadden bindingen met alle kampen en verkochten hun wapens op ieder continent en aan alle partijen van een conflict. Ieder jaar werden nieuwe wapens geproduceerd, meer efficiënt in het doden dan de voorgaande. Ieder jaar stegen ook de kosten en de berg wapens groeide, wachtend – al was het maar ter rechtvaardiging – om gebruikt te worden. Het manifest van de tsaar riep op om dit te stoppen. The intellectual and physical strenght of nations labour and capital alike have been unproductively consumed in building terrible engines of destruction. De oproep had een enorme weerslag. Uiteraard was er veel twijfel en cynische speculatie over de eerlijkheid van het Russische voorstel. Een Duits minister zag er eerder een middel in voor macht dan voor vrede. De prins van Wales sprak over de grootste onzin en noemde het onmogelijk te verwezenlijken. Bij de intelligentsia leefden andere ideeën. Vrede veroorzaakt stagnatie en decadentie. Hoop op vrede was niet alleen onmogelijk maar tevens immoreel. Oorlog is een conflict waarin de sterke overleeft en dus de beschaving laat verder gaan.

Bij de voorstanders was barones Bertha von Suttner, auteur van het boek Die Waffen nieder. Een ander tijdgenoot, Alfred Nobel, was een fervent voorstander van arbitrage. Hij schreef haar: I should like to dispose of my fortune to found a prize to be warded every five years to the person who had contributed most effectively to the peace of Europe. Hij dacht dat na een zestal prijsuitreikingen het doel zou bereikt zijn. If in thirty years society cannot be reformed we shall inevitably lapse into barbarism.

 Den Haag, als hoofdstad van een klein neutraal land, werd gekozen als locatie voor de conferentie met 18 mei 1899 als openingsdag. China en Japan, Turkije en Griekenland, Spanje en de Verenigde Staten hadden juist hun oorlogen beëindigd. Groot Bretagne en Transvaal waren zich aan het opwarmen. Den Haag bleek een geïnspireerde keuze te zijn. Een half uur rijden van Scheveningen waar de meeste congresgangers verbleven, de bloemen, de zwart-witte koeien langs de weg, de rustige stad omschreven als een ‘gracieus anachronisme’, dat alles moest zelfs de grootste cynicus vertederen.

De conferentie verdeelde zichzelf in drie groepen: Ontwapening, Oorlogsrecht en Arbitrage. Die afgevaardigden stonden onder grote druk om de verwachtingen niet teleur te stellen. Ontwapening of zelfs maar een moratorium bleek echter impractical voor de militaire afgevaardigden. Duitsland sprak zijn veto uit en de andere landen waren maar al te gretig om het voorstel naar latere werkgroepen te verschuiven. Hoop voor de conferentie lag dan bij de arbitrage. Britten, Russen en Amerikanen kwamen met een ontwerp voor een permanente rechtbank. Ook hier lag Duitsland dwars. Met arbitrage toe te laten in een conflict dat tot oorlog kon voeren, zou Duitsland zijn voordeel van een vlugge mobilisatie kwijt spelen. Uiteindelijk om toch met iets naar buiten te komen begon het tribunaal vorm te krijgen.

De tweede conferentie in 1907 vond opnieuw in Den Haag plaats. De nieuwe eeuw bracht nieuwe regeringen, nieuwe allianties en nieuwe leiders maar ook nieuwe conflicten: de Boxeropstand, de Filippijnen, Zuid-Afrika, ... De tweede conferentie was groter en duurde langer dan de eerste. Veel meer resultaat werd echter niet bereikt. Een slotresolutie besloot een derde Haagse conferentie te organiseren in 1915. Zij is er niet gekomen. In 1999 werd een grootse herdenking gevierd waaraan ook IPPNW deelnam.

 Pax Americana

De vredesconferentie was mogelijk omdat er verschillende grootmachten waren. Engeland, Duitsland, VS en Rusland hielden elkaar min of meer in evenwicht. De tijdgeest maakte ook meer mogelijk dan vandaag het geval is. Men sprak veel over vrede. Zelfs een schrijver als Karl May was er fier op voordrachten over dit thema te mogen houden. Ook andere ideeën als het gebruik van een wereldhulptaal, het Esperanto, vonden ingang. Geen land kon zich veroorloven tegen de tijdgeest in te gaan. Misschien was daarom het debacle van de grote oorlog, enkele jaren later zoveel erger. Het eerste jaar van de oorlog waren er nog pogingen om over de frontlinies Kerstmis gezamenlijk te vieren. Het demoniseren van de tegenstander was daarna noodzakelijk.

 Wij zijn thans in de 21e eeuw. De situatie lijkt eenvoudiger. In plaats van verschillende grootmachten is er één allesoverheersende staat. Engeland gaf destijds evenveel geld uit aan zijn vloot als alle andere landen samen. Het budget dat de VS thans aan onderzoek en productie van wapens uitgeven is verschillende malen groter dan de som van de budgetten van de andere landen samen.

 Dat er thans één grootmacht is kan een voordeel zijn. De vergelijking met de Pax Romana dringt zich op. Doelstelling en middelen zijn gelijklopend. Keizer Augustus was er fier op dat na de burgeroorlogen eindelijk vrede heerste. Nochtans voerde hij ononderbroken oorlog aan de grenzen van zijn rijk. De oorlog aan de grenzen voorkwam burgeroorlogen en creëerde een eenheidsgevoel. De politiek van de grootmacht betwijfelen is minder gemakkelijk dan toen er veel grootmachten waren. De verdenking van de bestaande stabiliteit te ondergraven valt vlug. Hoe kan de vredesbeweging dan reageren?

Management van de vrede

Een wetenschap die de afgelopen decennia een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt is de organisatiekunde met zijn veranderende managementvaardigheden. Management is het handelen om iets gedaan te krijgen. Bij het aanleren van die vaardigheden gaat men uit van modellen. Een model vormt een hulpmiddel om een ingewikkelde werkelijkheid op een eenvoudige manier weer te geven. De denkmodellen berusten niet op willekeur. Ze zijn het gevolg van de technische, sociale en politieke krachten van het moment. Ze zijn het resultaat van een ingewikkelde wisselwerking tussen verschillende factoren. Er bestaan vele rolmodellen zoals het rolmodel van producent, controleur, innovator, mentor, enz. Een rolmodel dat ook belangrijk is in de vredesbeweging is het rolmodel van bemiddelaar. Wat houdt dit in?

 Het kan worden samengevat in een drietal vaardigheden:

*           een machtsbasis opbouwen en handhaven;

*           onderhandelen over inzet en overeenstemming;

*           ideeën presenteren;

Zonder macht is geen bemiddeling mogelijk. Macht is op zichzelf niet goed of niet kwaad. Onze pijnlijke herinneringen draaien om het misbruik van de macht. Totaal geen macht hebben veroorzaakt frustratie omdat men zichzelf altijd moet verdedigen. Daarom veroorzaakt het zien van macht tegenstrijdige gevoelens. Nochtans is macht noodzakelijk om iets gedaan te krijgen.

 Bij de machtsbasis worden veelal vijf bronnen van macht genoemd:

*          positionele macht (de legitieme macht zoals politie, ambtenaar,enz);

*           persoonlijke macht (fysieke verschijning, welbespraaktheid, empathie);

*           expertisemacht (kennis en vaardigheid bv. computerdeskundige);

*           gelegenheidsmacht (hangt samen  met expertisemacht);

*           informatiemacht (afhankelijk van de toegang tot informatie).

 De machtsbasis van artsen berust op hun expertisemacht. De vredesbeweging in zijn geheel zou de informatiemacht moeten ontwikkelen.

Hoe kunnen de vaardigheden van de hedendaagse managementkunde gebruikt worden in de vredesbeweging? Het is typisch een kennis die zich bezig houdt met conflicterende belangen. Bij het scheppen van toegevoegde waarde door kapitaal en arbeid heeft men geleerd tot een verdeling van de toegevoegde waarde te komen. Met vallen en opstaan is men tot een model gekomen dat een zekere welstand in stand laat houden.

Kan dit model van conflicterende belangen toegepast worden op de vraagstukken die ons bezig houden in de vredesbeweging bijvoorbeeld het Israëlisch-Palestijnse conflict? De onteigening van de gronden in Palestina veroorzaakt een belangenconflict. Indien de posities rotsvast zitten zal men de koek die te verdelen valt groter maken. Iedere Palestijn die onteigend werd en niet meer kan terugkeren, iedere Palestijn die verkiest het land te verlaten zal hier financieel voor vergoed worden. Zeker zal dit geld kosten. Indien men thans echter de kosten berekent voor bewapening, de kost van onlustgevoelens van de immigranten uit de ex-sovjetstaten, de kost van de toenemende vijandigheid van andere landen, dan zal men waarschijnlijk op een groter bedrag uitkomen. Hierbij worden geen grote principes over rechtvaardigheid gehuldigd. Wel

zullen de individuele Palestijnen en Israeliërs er beter aan toe zijn. Dit geldt niet alleen voor dit conflict maar ook voor vele andere waarover vandaag minder gesproken wordt zoals de Duitsers uit Sudetenland of de Serviërs in Kroatië.

Conclusie

De zorg in eigen rangen, de twijfel van het grote publiek doet nadenken. Zijn we juist bezig? De geschiedenis leert dat de vredesbeweging vroeger sterker was maar juist op haar toppunt het grootste debacle niet kon voorkomen.

 Het toepassen van managementvaardigheden biedt mogelijkheden om in de huidige tijd met de huidige middelen antwoorden te geven op hedendaagse problemen. De hegemonie van de VS is niet slecht op zichzelf. Wij hebben er naar analogie met de Pax Romana veel aan te danken. Maar evenzeer moeten excessen van de macht kenbaar gemaakt en op gepaste wijze beantwoord worden. Hiervoor heeft de vredesbeweging macht nodig. Deze zal vooral steunen op expertisemacht en informatiemacht.

 Men moet realistisch genoeg zijn om te beseffen dat er nieuwe oorlogen zullen komen. Er hebben altijd oorlogen bestaan en er is niets wezenlijk veranderd. Indien de vredesbeweging kan bijdragen om aantal en ernst te verminderen dan heeft ze reeds veel bereikt.

Terug naar inhoud nieuwsbrief