Symposium Artsen voor Vrede Ė NVMP

 

Rol van artsen in conflicten

bemiddeling Ė preventie

 

Jef De Loof

 

Neutrale opstelling of partij kiezen?

IPPNW heeft van in het begin zijn opdracht vrij duidelijk omschreven: enerzijds informatie geven over de gevaren van de kernwapenwedloop, een waanzinnige wedloop, waarbij accidenteel of gewild gebruik van het kernwapen tot een onbeheersbare nucleaire oorlog kan leiden met verschrikkelijke gevolgen voor de hele mensheid. Anderzijds druk uitoefenen op politici en verantwoordelijke instanties om een einde te maken aan deze dreiging door geleidelijke, gecontroleerde ontmanteling van het kernwapenarsenaal en door het afsluiten van internationale overeenkomsten die de kans op het ontstaan van een kernoorlog zoveel mogelijk trachten te reduceren. Deze opdracht werd nadien verbreed tot het bestrijden van alle massavernietigende wapens en tot preventie van de oorlog in het algemeen, omdat elke oorlog uiteindelijk kan leiden tot het gebruik van deze massavernietigende wapens.

 

In het concrete geval van bestaande lokale conflicten stelde IPPNW zich altijd neutraal op. Dat was de enige mogelijkheid tijdens de periode van de Koude oorlog omdat toen elk conflict in Oost-West termen werd vertaald. Na de Koude oorlog gingen hier en daar stemmen op om naast algemene waarschuwingen ook in concrete situaties positie in te nemen.

Vooral de evolutie van het IsraŽlisch/-Palestijns conflict, waarbij het onrechtvaardige, verdrukkende, niets en niemand ontziende optreden van IsraŽl en onze machteloosheid hiertegenover, velen beklemde, bracht sommigen ertoe te stellen dat we als AvV en NVMP hierover een standpunt moesten innemen.

 

Guido Van Ham schreef hierover een lezersbrief die gepubliceerd werd in onze Nieuwsbrief. De bestuursverantwoordelijken van NVMP en van AvV vonden dat dit standpunt een belangrijke, fundamentele optie betekende en ondervroeg hierover hun leden. Een onduidelijke uitspraak van de nieuwsbrieflezers bracht er ons toe een symposium te organiseren dat op 1 december 2001 te Brussel doorging in de Jan Van Eyckzaal van het Vlaams Parlement. Na een boeiende rondleiding door parlementslid en arts Dirk Van Duppen in het vernieuwde parlement en een verwelkoming door parlementslid Eloi Glorieux, voormalig secretaris van AvV, leidde Guido Van Ham het symposium in.

 

Hoe komt het, vraagt hij zich af, dat wij geen standpunt durven innemen in het IsraŽlisch-Palestijns conflict, een conflict dat zo schrijnend is omdat het hier duidelijk om een verdrukker/verdrukte situatie gaat met een uitgesproken machtsonevenwicht en sterke internationale steun voor de verdrukker. Is het door gebrek aan informatie, door desinformatie, propaganda en tendentieus taalgebruik, of door gebrek aan durf? We hebben veel te weinig aandacht voor de reŽle effecten van het conflict op het dagelijks leven van de Palestijnen.

Humanitaire hulp, onderhandelingen, neutraliteit zijn meestal de ordewoorden. Humanitaire hulp is noodzakelijk, maar lost het conflict niet op. Onderhandelingen mogen niet leiden tot capitulatie van de zwakste partner, ze moeten de oorzaken van het conflict aanpakken in plaats van enkel een consolidatie te zijn van de jongste veroveringen van de onderdrukker.

 

Een neutrale houding is moreel onverantwoord bij verdrukking

Het is de taak van elke vredesbeweging de zwakste partij te helpen en langs beide kanten de haviken te verzwakken en de vredesactivisten te versterken. Concreet betekent dit dat we overal waar we dit kunnen en invloed hebben juiste informatie en oorzakelijke analyse verspreiden. Dat we, wat de situatie in het Midden-Oosten betreft, duidelijk maken dat het hier gaat om een strijd tussen een zich racistisch opstellend zionisme en bevrijding zoekende Palestijnen. Dat we dus objectief partij kiezen.

 

Karel Koster, directeur van het Project on European Nuclear Non-Proliferation, tweede spreker op dit symposium, stelt zich de vraag in hoeverre we onze neutraliteit op het spel kunnen zetten. De rol van buitenstanders in de vele conflicten is niet vanzelfsprekend. Het oordeel van hieruit over deze conflicten is niet eenvoudig omdat het onderhevig is aan allerlei invloeden, vooral langs de media verspreid. Van op afstand oordelen over wat goed en kwaad is, is niet altijd gemakkelijk. Wij, Nederlanders, hebben de neiging (te) vlug moraliserend op te treden en te bepalen wat al dan niet correct is. Vooral de hulpverleners hebben het moeilijk positie te kiezen en toch is hulp meestal een zekere vorm van partij kiezen. Alleen als aan beide partijen hulp verleend kan worden blijf je neutraal. Hulp door artsen heeft dan nog een bijkomend magisch aspect omdat aan artsen een zeker ethisch gezag wordt toegekend, een gezag dat langs Hollywood fel versterkt wordt. Vooral bij interne conflicten is het ingewikkeld. Hulpstromen verlengen soms een conflict, lossen het niet op. Hulpkonvooien die vaak beroofd worden kunnen een bron van inkomsten zijn voor de krijgsheren. Als je positie hebt gekozen (b.v. Zuid-Afrika, Vietnam) moet je vermijden alles in wit/zwart te zien. Je bent immers geneigd te veronderstellen dat de Ďgoedení geen kwaad meer kunnen doen.

 

Soms brengt je hulpverlening je in conflict met een van de partijen. Zo was er in Afghanistan de vraag van de hulpverleners het bombarderen uit te stellen of te beperken tot de dringendste hulp was verleend, terwijl voor de Amerikanen bombarderen voorrang had.

 

Tenslotte is er de speciale delicate positie als hulpverlener, die maakt dat je mogelijkheden, zeker als het om artsen gaat, enkel te realiseren zijn bij strikte neutraliteit.

 

Henri Firket, voorzitter van AMPG, de Franstalige IPPNW-afdeling van BelgiŽ, gaf een historisch overzicht van IPPNW dat sinds zijn ontstaan in het Koude oorlogsklimaat altijd een strikte neutraliteit heeft nagestreefd. Omdat IPPNW in de meeste landen afdelingen heeft (200.000 leden in

80 landen) was het in bepaalde situaties, zoals in ex-JoegoslaviŽ en nu in het Midden-Oosten zeer moeilijk deze neutraliteit te handhaven. Als IPPNW in elk land dat inwendig of met buren in conflict leeft partij zou kiezen, zou dit de mogelijkheden en het gezag van de vereniging in dat land aantasten. Reginald Moreels, oud-voorzitter van de Belgische afdeling van Artsen Zonder Grenzen, getuigt hoe ook bij AZG het probleem van neutraliteit heeft gespeeld en nog speelt. Wanneer vertrek je, wanneer blijf je? Wanneer getuig je? Vlieg je dan niet buiten?

 

De problemen voor hulpverlening in een conflictzone zijn zeer complex.

Is geweld te verdedigen om verdere escalatie te vermijden? Kan men aanvaarden zonder stelling te nemen dat zoveel mensen worden afgeslacht? Geweld heeft vele dimensies: economische, politieke, etnische of pseudo-etnische, culturele dimensies.

 

Nieuwe ontwikkelingen zijn de jongste jaren waar te nemen. Toegenomen criminalisering, meer onveiligheid voor de hulpverleners op het terrein, de strijd tussen groepen om hulp te krijgen, de nood aan militaire steun om hulpgoederen te kunnen verdelen.

Onze maatschappij heeft nood aan geweldloosheidtraining. Luisteren naar de argumenten van de andere is een absolute voorwaarde voor het vermijden en oplossen van conflicten. Helaas, die houding vind je haast nergens. Niet op internationaal en nationaal niveau, niet in bedrijven.

Reginald Moreels besluit: neutraliteit is niet altijd opportuun, maar staat soms dicht bij lafheid.

 

Marleen Boelaert is de huidige voorzitter van Artsen zonder Grenzen. Artsen zonder Grenzen werd opgericht in 1971 als reactie op het conflict en de hongersnood in Biafra. Marleen Boelaert werkte vroeger bij het Rode Kruis, maar verkoos naar AZG over te gaan omdat ze vond dat je bij het Rode Kruis monddood was. Je mocht nooit partij kiezen.

 

Ook AZG veronderstelt onpartijdigheid, onafhankelijkheid en neutraliteit. Een neutraliteit die echter anders is dan bij het Rode Kruis. AZG kiest partij voor de slachtoffers. Zo klaagde het AZG-team van 15 artsen in TsjetsjeniŽ het bombarderen aan van vluchtcolonnes door de Russen en blijven de AZG-hulpverleners misdrijven tegen de mensenrechten vanwege de Russen veroordelen. Dit had zware gevolgen voor het AZG team ter plaatse. Een lid werd zelfs zwaar mishandeld.

 

Werken in een land waar een burgeroorlog woedt is meestal zeer moeilijk en frustrerend. In verband met de positie van AZG in Rwanda tijdens de genocide werd destijds zware kritiek geuit. AZG-hulpverleners zijn zo lang mogelijk ter plaatse gebleven, maar stonden totaal machteloos. Op een bepaald ogenblik werden Tutsiís afgemaakt in de zaal waarin een hulpverlener werkzaam was. Het noteren van misdrijven van welke kant ook is belangrijk. Getuigenis als arts heeft veel waarde, zeker als arts van een onafhankelijke organisatie. Ook in Afghanistan protesteerde AZG als de bombardementen dringende hulp aan de burgerbevolking onmogelijk maakten.

 

Marleen Boelaert vindt dat, als je misdrijven tegen de menselijkheid vaststelt, zoals de joden bedreven in Palestina, je een standpunt moet innemen. Ook in het beschikbaar stellen van geneesmiddelen tegen aids nam AZG duidelijke standpunten in, zowel tegenover firmaís als tegenover regeringen. Zelfs in zeer delicate kwesties als het nefaste standpunt van de Kerk inzake het verbod van condooms, moet je stelling durven nemen als arts, als professioneel. Hier mag je niet zwijgen onder het mom van neutraliteit. Je kiest geen partij tegen de Kerk, maar veroordeelt bepaalde regels die ze oplegt. Voor AZG moet men dus als hulpverlenende organisatie optreden en stelling nemen in het voordeel van de slachtoffers.

 

De discussie tussen deelnemers en sprekers moest wegens tijdsgebrek sterk ingekort worden. De paar interveniŽrende wezen op het gevaar van partij kiezen en maanden tot voorzichtigheid, in de eerste plaats omdat in vele gevallen de situatie minder zwart/wit is dan door de media wordt voorgesteld. Deze tussenkomsten waren echter onvoldoende om hieruit besluiten te trekken die geldig waren voor onze beide verenigingen.

 

Het debat over Ďneutraliteit of stelling nemen, wanneer en hoeí, moet op een of andere manier worden voortgezet. We verwachten dan ook zoveel mogelijk reacties van onze leden.

 

 

Terug naar inhoud Nieuwsbrief