De vliegtuigaanslagen in de Verenigde Staten

 

Jef De Loof, voorzitter AVV

De aanslagen van 11 september 2001 op de WTC torengebouwen en op het Pentagon waren de zwaarste in een reeks van terroristische aanvallen die de jongste tijd tegen de Verenigde Staten werden uitgevoerd. Ze werden voorafgegaan door een aanval op een Amerikaanse kazerne in Saudi-ArabiŽ, het opblazen van de Amerikaanse ambassades in Kenia en Soedan en de aanslag op het Amerikaanse marineschip SS Cole in Jemen.

Deze aanvallen waren zo geconcipieerd dat alle machtssymbolen van de VS er een voor een op een vernederende wijze zwaar door getroffen werden. Ze vereisten een grondige voorbereiding, waren op een professionele wijze uitgevoerd en veroorzaakten talrijke slachtoffers, vooral en onvergelijkelijk veel meer bij de meest recente aanslag. Zonder twijfel waren ze het werk van een uitgebreid en goed georganiseerd net van medewerkers, opererend vanuit verschillende landen.

Niet te verwonderen dat de Verenigde Staten samen met ongeveer de hele wereld bij de jongste aanslag zwaar rouwend reageerden. Niet te verwonderen dat de Verenigde Staten als belangrijkste grootmacht ook zeer gekrenkt reageerden en in een eerste reactie wraak wilden nemen en hevig terugslaan. Gelukkig was directe terugslag tegen een aanvankelijk on-bekende dader en zonder ernstige voorbereiding onmogelijk en konden de te hevige emotionele reacties af-koelen. Osama Bin Laden werd aangewezen als de vermoedelijke hoofdschuldige en Afghanistan als medewerkend land dat hem een schuilplaats verschafte. Voorbereidingen werden getroffen voor een militaire ingreep ter plaatse en vier weken later op 7 oktober 2001, begonnen de eerste bombardementen op Afghanistan. Zijn deze bombardementen een wraak, een vergelding voor de terroristische aanvallen of denkt men, zoals officieel beweerd wordt, op deze wijze het terreurnet te kunnen uitschakelen en in de toekomst gelijkaardige terroristische aanvallen te kunnen voorkomen?

De burger is slachtoffer

In de eerste veronderstelling, moeten we de actie van de Verenigde Staten, Groot-BrittanniŽ en in zekere mate de hele West-Europese Unie afkeuren. Wraak en vergelding zijn ethisch niet te verdedigen als motief voor het bombarderen van een land. Zeker niet omdat in de eerste plaats de Afghaanse burgers, die al vele jaren belaagd werden en in ellendige omstandigheden leven, rechtstreeks en niet rechtstreeks het voornaamste slachtoffer zullen zijn. Onschuldige burgers wreek je niet door bij de tegenpartij andere onschuldige burgers te doden.

Of een militaire actie anderzijds terreur kan uitschakelen of verminderen durven we sterk te betwijfelen. In de eerste plaats wakkeren we door het maken van nieuwe slachtoffers weer wraakgevoelens aan, creŽren we nieuwe kandidaten voor terroristische aanslagen. Maar bovendien moet men vrij naÔef zijn om te denken dat de terreur zal stoppen met het gevangen nemen of doden van Osama Bin Laden en het vernietigen van zijn schuilplaats, vooropgesteld dat men hierin slaagt. Het gaat zonder twijfel om een inter-nationale terreurgroep, waarbij anderen tot actie kunnen overgaan. De beperkte infrastructuur en de belangrijke documenten in Afghanistan zullen haast zeker vernietigd zijn, zodat we niet meer gegevens ontvangen om het net op te rollen, terwijl de kans groot is dat het geweld verder escaleert bij de uitschakeling van de leider.

Kunnen we dan echt niets doen tegen deze terreurdaden?

De huidige reactie is gebaseerd op een spontaan volksgevoelen van: hier moet iets gebeuren; dit kunnen we niet zo laten. Akkoord, er moet iets gebeuren. Maar enkel op voorwaarde dat de kans groot is dat deze reactie een positief resultaat geeft. Zeker niet als het gevaar bestaat dat de toestand er nog verder door verziekt. Iedereen weet dat er erge situaties kunnen voorkomen waartegen we machteloos staan. Zeker niet bij machte om er onmiddellijk iets tegen te ondernemen. Onder druk van emoties in die gevallen toch onmiddellijk willen ingrijpen is verkeerd. Alleen rustig overleg naar wat mogelijk is, des-noods op langere termijn is de enige wijze oplossing.

Aanvankelijk was de Amerikaanse reactie beperkt tot het versterken van de waakzaamheid, opzoekingswerk naar hen die bij de aanval betrokken waren en diplomatiek overleg. Met vrij goed resultaat. Praktisch alle landen, ook de islamitische, wilden meewerken aan de terreurbestrijding. De goodwill tegenover Amerika nam toe. De Taliban raakte meer en meer geÔsoleerd. Dit veranderde echter met het begin van de bombardementen.

Op langere termijn kan men de wortels van het terrorisme trachten uit te roeien. Terrorisme gaat uit van extremisten: religieuze, nationalistische of ideologische. Die zullen voorlopig niet verdwijnen. Maar voor het uitvoeren van hun acties, zeker als het belangrijke acties zijn, steunen ze op andere mensen, meestal mensen die niets meer te verliezen hebben of die opgezweept werden door onze houding tegenover hen. Streven naar een rechtvaardiger wereld met minder verschillen, met rechtvaardige oplossingen van conflicten zoals in het Midden-Oosten, zou zeker de aanleiding tot terreur verminderen.

Geweld verminderen

Tenslotte, en dat is werk op nog langere termijn, maar waar we zo vlug mogelijk mee moeten beginnen, is het nodig dat we op alle mogelijke manieren het geweld in de wereld, vooral in de harten en geesten, trachten te verminderen. En dit kunnen we alleen door op te voeden tot geweldloosheid en aandacht voor de anderen. Op school en thuis wordt nog veel te veel opgevoed tot eigen gelijk, eigen waarheid, concurrentie en het verwerven van macht in een hiŽrarchisch gestructureerde maatschappij. Zolang we een dergelijke levenshouding niet afwijzen maar impliciet voorhouden, blijven we het extremisme en fundamentalisme voeden. In elk geval keuren we de militaire actie tegen Afghanistan af. Ze is niet alleen gevaarlijk, ethisch onverantwoord maar bovendien oorzaak van een toenemende militarisering en een nieuwe escalatie van geweld met vele onschuldige slachtoffers tot gevolg.