IPPNW, IANSA en anderen nemen handvuurwapencampagne op, na erkenning op Hague Appeal for Peace

Vuurwapens en de IPPNW

van New York naar Helsinki (II)

Nadat vuurwapens op de Hague Appeal for Peace als een van de erkende thema’s werd (h)erkend, heeft ook de IPPNW in samenwerking met andere organisaties zoals het IANSA (International Action Network on Small Arms, www.IANSA.org) deze campagne opgepakt. In dit laatste deel wil ik graag de resultaten van New York samenvatten en daarmee de route naar Helsinki.

IPPNW stelt op de VN-conferentie in New York: ‘GUN VIOLENCE IS A PUBLIC HEALTH ISSUE’.

De IPPNW nam deel aan de voorbereidingen voor de VN-conferentie over alle aspecten van de illegale handel in vuurwapens en lichte wapens. Deze conferentie zal in juli worden gehouden. De voorbereidingen vonden ook plaats in New York, en wel van 8 tot 19 januari van dit jaar.

Samenvatting

Regeringen hebben elkaar van 8 tot 19 januari ontmoet om met elkaar een pakket van maatregelen te bespreken waarover men overeenkomst wil bereiken op bovengenoemde VN-conferentie. In een over het algemeen coŲperatieve atmosfeer deden de diverse regeringsdelegaties tekstvoorstellen op het voorgestelde actieprogramma zoals dat werd gepresenteerd door de voorzitter van de conferentie, ambassadeur dos Santos van Mozambique.

Terwijl de regeringen debatteerden over de noodzakelijke maatregelen om de illegale handel te kunnen controleren, eisten de diverse NGO’s ook een grotere aandacht voor de controle op de legale wapenhandel, en voor tal van andere aspecten zoals het huishoudelijk wapengebruik, de commerciŽle verkoop van vuurwapens en voor de export van regering naar regering. Alhoewel een aantal regeringen positief reageerden op deze NGO-coalitie in de vorm van IANSA, komt het voorgestelde actieprogramma toch absoluut onvoldoende in de buurt van de integrale benadering en aanpak zoals de NGO’s die hebben bepleit.

De betrokkenheid van de NGO’s

De toegang voor de NGO’s tot dit tweede Preparatory Committee was al een drastische verbetering in vergelijking met de eerste, een jaar daarvoor. Vrijwel alle officiŽle plenaire zittingen waren toegankelijk voor observatoren van het publiek, iets wat vorig jaar nog niet het geval was, en veel delegaties spraken positief over een betekenisvolle inbreng en betrokkenheid van de NGO’s in het proces. NGO’s en diplomaten wisselden informatie uit in paneldiscussies, tijdens informele briefings, en boekpresentaties die in of in de buurt van het VN-gebouw werden gehouden.

De NGO’s kregen een blok van drie uur toegewezen om hun standpunten te presenteren aan de diverse delegaties, een cruciale mogelijkheid om de delegaties voor te lichten over de diverse NGO’s en hen te overtuigen van hun geloofwaardigheid als volwaardige partners in het proces van vuurwapencontrole. De NGO’s slaagden erin om zich te organiseren in 25 presentaties van 5 minuten. De IPPNW hield een korte presentatie over de gezondheidseffecten van vuurwapens en bepleitte een serie van maatregelen. Deze presentatie was opgesteld door Brian Rawson en Merav Datan en werd gepresenteerd door Cathey Falvo. Ondanks al het bovenstaande is de specifieke rol voor NGO’s in toekomstige officiŽle procedures onzeker. De conferentie stelde beslissingen uit over de accreditatie van NGO’s op de volgende ‘PrepCom’, evenals voor de grote conferentie in juli. Het ligt in de lijn der verwachting dat de toegang van de NGO’s zal lijken op de regelingen zoals die overeengekomen zijn voor de NPT Review Conference in april 2000.

De huidige en toekomstige rol van de IPPNW

De IPPNW heeft zijn rol bevestigd binnen IANSA als advocaat voor de public health approach. Binnen de wereld van de vuurwapencontrole, heeft de IPPNW zich bewezen als een waardevolle partner en een advocaat voor de public health-benadering van het probleem van de vuurwapens. Delegaties en NGO-partners hebben expliciete belangstelling getoond voor de conferentie van IPPNW en PSR-Finland met als titel ‘Aiming for Prevention: International Medical Conference on Small Arms, Gun Violence, and Injury’. Deze conferentie zal in het laatste weekend van september in Helsinki worden gehouden.

Daarnaast verzorgde Vic Sidel een korte presentatie tijdens een officiŽle lunch voor de delegaties, georganiseerd door de Hague Appeal for Peace; presenteerde Cathey Falvo het standpunt van de IPPNW aan de regeringsdelegaties; en zat Brian Rawson een NGO-panel voor over de gezondheidseffecten van vuurwapens. Brian (Rawson) en Merav (Datan) hebben allebei alle dagen intensief samengewerkt met de NGO-partners, volgend op de officiŽle procedures, en hebben het IPPNW-materiaal voorbereid alsmede de statements voor de delegaties. Er zijn contacten gelegd en relaties aangeknoopt met gezondheidszorg- en humanitaire organisaties zoals de WHO, UNICEF, SAFER-Net, Oxfam, the Small Arms Survey, en met individuele artsen die zich eveneens bezig houden met het probleem van de vuurwapens.

Voorstellen die gedaan zijn voor een IPPNW-inbreng op de PrepCom van maart en de conferentie van juli 2001

a. Het ‘uitdragen’ van de medische boodschap, zowel grafisch als mondeling.

Volgens insiders is er een behoefte aan groepen zoals de IPPNW om het medische aspect van het probleem op de volgende VN-bijeenkomsten te laten horen. Met name waar de politieke wil afneemt zal een duidelijk beeld van menselijk lijden motiverend kunnen werken. De NGO’s hebben deze boodschap (nog) niet optimaal benut, maar hebben daarentegen zich vooral gericht op aanbevelingen op algemeen-technisch beleid. Getuigenissen van overlevenden, verklaringen van artsen uit de eerste hand, en fotomateriaal zouden aanwezig moeten zijn op de eerstkomende PrepCom, van 19 tot 30 maart, en op de feitelijke conferentie, van 9 tot 20 juli, beide in New York.

b. Het opstellen en distribueren van een medisch rapport over vuurwapens.

De IPPNW heeft plannen ontwikkeld om een dergelijk rapport te verspreiden in maart en juli over de medische effecten van vuurwapens. De IPPNW zal daartoe samen met SAFER-Net, een Canadese NGO, dat rapport produceren, waarin gezondheid zal worden gekoppeld aan een controle op vuurwapens. Het zal een samenvatting bevatten van de laatste resultaten van medisch onderzoek en van epidemiologische onderzoeken over vuurwapens. Het dient daarmee een pleidooi te zijn voor een grotere betrokkenheid van de gezondheidszorgsector in het VN-actieprogamma over vuurwapens, en bevat beleidsaanbevelingen, gebaseerd op bestaand medisch onderzoek. Het zal ook aandacht vragen voor de komende conferentie van IPPNW/ PSR-Finland ‘Aiming for Prevention’.

c. Het inbrengen van gezondheidszorgen in de actieplannen van de regeringen.

Het actieprogramma van de VN dient het belang te onderkennen van de gezondheidszorgsector, roept op tot een dergelijke betrokkenheid en ondersteunt financiŽle steun aan medische projecten voor zover gerelateerd aan vuurwapens. De huidige versie van het actieprogramma kent een dergelijke aanbeveling (nog) niet. De IPPNW heeft contact met de WHO in relatie tot het werken met specifieke regeringen om dergelijke aanbevelingen te introduceren.

d. Het versterken van het NGO-netwerk.

De IPPNW zal zich inspannen om de aanwezigheid van de NGO-gemeenschap te versterken op de diverse VN-conferenties, door de diverse takken van de samenleving samen te brengen die de zorg met betrekking tot vuurwapens delen. De gezondheidszorg- en humanitaire sector is nog niet volledig verbonden met het onderwerp van vuurwapens. Zo zijn ook de zgn. antivuurwapen-controle-bewegingen in de VS en andere landen nog niet verbonden met de internationale beweging. Deze connectie is niet alleen om politieke redenen belangrijk, maar ook om het bericht over het voetlicht te krijgen dat dergelijke wapenmaatregelen essentieel zijn om de internationale illegale handel in kleine wapens te kunnen controleren. Omdat de IPPNW een federatieve structuur kent, is het goed gepositioneerd om deze samenwerkingsverbanden te kunnen leggen.

Politieke onderwerpen

Een beknopte samenvatting van sommige kerndebatten zoals die door de regeringsdelegaties zijn besproken gedurende de afgelopen PrepCom, en waarover de NGO’s hun zorg uitspraken.

Overigens, meer rapporten, documenten en analyses zijn beschikbaar op de IANSA website www.iansa.org.

GeÔnteresseerde lezers kunnen ook de website bezoeken van het VN-departement van ontwapeningszaken, www.un.org/Depts/dda/CAB/smallarms/

Daarom zal ik hierbij, in plaats van een wijd uitgesponnen analyse, een korte schets geven van sommige kernpunten:

Wat omvat nu de illegale handel in vuurwapens?

Regeringen zijn het erover eens dat misdadigers en opstandelingen niet in wapens zouden mogen handelen, evenmin als landen onder een VN-embargo dat zouden mogen. Maar ze verschillen van mening over welke beperkende maatregelen zouden moeten worden toegepast op vormen van ‘legale’ handel zoals commerciŽle handel, zowel nationaal als internationaal, handel tussen regeringen en andere grijze gebieden zoals wapenmakelaars (de tussenhandelaar die een zwakke/slappe regelgeving in bepaalde landen benut om wapens te verhandelen aan onwettige kopers).

De NGO’s zijn van mening dat dergelijke ‘legale’ vormen van wapenhandel zouden moeten worden gecontroleerd.

Wat omvat nu eigenlijk ‘small arms’?

Het huidig opgestelde actieprogramma past de term vuurwapen alleen toe bij specifiek militaire wapens. Dit sluit een hele range aan handwapens, vuurwapens, politie-uitrusting en sportwapens uit die niet specifiek voor militair gebruik is ontwikkeld. De NGO’s beargumenteren dat deze wapens verantwoordelijk zijn voor een groot deel van het geweld van vuurwapens en zouden daarom moeten worden meegenomen in de lopende onderhandelingen.

Zal het actieprogramma van de VN een uitdrukking zijn van politieke wil en/of van wettelijke maatregelen?

De maatregelen in het actieprogramma zullen veeleer een uitdrukking van de politieke commitment van de diverse staten zijn, maar zullen hoogstwaarschijnlijk niet bindend zijn. De VN hanteert doorgaans aanbevelingen en minder in opgelegde wetgeving (vergelijk het met een waarschuwing: ‘roken moet worden ontraden’ in plaats van ‘roken is verboden’). Met betrekking tot de kleine wapens hebben politieke intentie-bepalingen al wel enig succes geboekt. Voorbeelden daarvan zijn de EU Code of Conduct limitations on arms exports en de West Afrikaanse ECOWAS voluntary moratorium on arms imports. Deze globale uitdrukking van gedetailleerde normen en politieke betrokkenheid, zelfs al zijn ze niet bindend, is op zichzelf al een betekenisvolle prestatie.

Moeten er nieuwe instanties worden opgericht om de controle op en de bewaking van de illegale wapenhandel te realiseren?

Moeten de bevoegdheden nationaal, regionaal of mondiaal worden geregeld? Staten zijn over het algemeen zeer terughoudend als het gaat om het inperken van hun soevereiniteit en veel staten geven daarom dan ook de voorkeur aan het uitwisselen van informatie en beleidssamenwerking op regionaal niveau. Daarnaast zijn een aantal staten sowieso tegen een toenemende bureaucratie.

Kortom, er blijft nog een hoop te doen. En daarmee blijft het aloude ‘Masters of war’ van Bob Dylan een nog even actueel protest als in het jaar van verschijnen, bijna veertig jaar geleden. Of, om nog verder terug te gaan in de tijd, Mill schreef al honderdvijftig jaar geleden: "If we discover the causes of effects, it is generally by having previously discovered the effects of causes". When will we ever learn, when will we ever learn.

Terug naar inhoud Nieuwsbrief