Verslag van AVV-symposium, maart 2001 in het Vredeshuis

Conflict tussen IsraŽl en de Palestijnen

Op 10 maart 2001 was er in het Vredeshuis een symposium, georganiseerd door Artsen voor Vrede, over het conflict tussen IsraŽl en de Palestijnen. Sprekers waren enerzijds Ludo Abicht, die het standpunt van IsraŽl verwoordde en anderzijds het Palestijns-Vlaams gezin Numan en Myriam Othman- Vandecan, die het conflict vanuit de Palestijnse visie benaderden.

In zijn inleiding merkt Ludo Abicht op hoe gevoelig velen zijn tegenover elke negatieve interpretatie van de IsraŽlische interventies. Hij haalt het voorbeeld aan van de emotionele reacties in het parlement bij de interpellatie van de minister van buitenlandse zaken Michel in verband met de Belgische houding ten opzichte van IsraŽl en in het bijzonder over de wapenleveringen aan de IsraŽlische staat.

De vroege geschiedenis

Het verlangen van de joden om eens te kunnen terugkeren naar Palestina en er een eigen staat op te richten leidde in het midden van de 19de eeuw tot het ontstaan van het zionisme. Het politieke zionisme kwam pas echt tot ontwikkeling met Theodor Herzl, die in 1896 in zijn boek ‘Der Judenstaat’ pleitte voor een eigen joodse staat in Palestina.

Het zionistisch standpunt wortelt in de geschiedenis van het joodse volk, een constante aaneenschakeling van jodenhaat en vervolging. Nadat Abraham zich met het Hebreeuwse volk rond 1850 v.C. bij Hebron in Kanašn gevestigd heeft, volgen talloze conflicten over land en waterbronnen elkaar op. Machtige buren als de Egyptenaren en Hettieten, maar vooral de BabyloniŽrs en AssyriŽrs, bepalen de geschiedenis van de HebreeŽrs. Ze worden door de AssyriŽrs overwonnen en onderdrukt en moeten in ballingschap naar Babylon na de opeenvolgende veroveringen van Jeruzalem door de BabyloniŽrs met vernietiging van hun tempel.

Na de terugkeer uit Babylon (538 v.C.) bouwen ze hun tempel weer op. Ze mogen hun godsdienst blijven beoefenen als religieuze gemeenschap, maar hebben hun autonomie als joodse staat verloren. Na de overwinning van Alexander de Grote op Dareios (333 v.C.) breekt de moeilijke Griekse periode aan. De joodse godsdienst wordt door de Grieken als verouderd aangezien en ernstig bedreigd.

De daaropvolgende Romeinse periode maakt van Jeruzalem een Romeinse kolonie. De Romeinen willen alle godsdiensten onder ťťn noemer brengen. Alles is goed als het maar leidt tot verering van de Romeinse keizer. Hierop ontstaat in 70 n.C. een guerrilla-oorlog die uiteindelijk in 135 door de joden verloren wordt. De joden hebben theoretisch zelfs het recht niet meer Jeruzalem te betreden. Dit betekent het begin van de diaspora, de verspreiding van de joden over de hele wereld. Overal zijn ze minderheden geworden, die zoals het gewoonlijk gaat met minderheden, gebruikt, misbruikt en vervolgd worden. Altijd komen ze in precaire situaties terecht. En uitzondering hierop vormt de 200-jarige periode als ze in Spanje onder Moslimgezag een zekere erkenning krijgen.

Opkomst van antisemitisme

Met de verlichting komt Europa geleidelijk in een fase waarbij godsdienst als een privťzaak wordt gezien en de scheiding van kerk en staat geleidelijk gerealiseerd wordt. Op het einde van de 18de, maar vooral vanaf de 19de eeuw beginnen een aantal joden stilaan uit hun getto’s te komen, nadat ze in de vernieuwde grondwetten, eerst in Frankrijk (in 1791) en nadien in de meeste andere landen burgerrechten krijgen. Ze worden normale burgers van de landen waarin ze zich vroeger in afzondering bevonden. Ze studeren en doceren aan de universiteiten, men vindt hen in de uitgeverswereld, de kunst- en vooral in de financiŽle wereld. De geldwereld was al van in de Middeleeuwen het terrein van de joden omdat het de christenen toen, zoals nu nog de islamieten, op straf van zonde verboden was interesten te vragen.

Pas nu ontstaat het echte anti-judaÔsme, nu de joden zich meer onder de bevolking bewegen en er in slagen te presteren op hoog niveau en belangrijke posities in te nemen. Het anti-judaÔsme, de strijd tegen de joodse godsdienst, die vooral in de christelijke landen woedde, gaat over in anti-semitisme. Het jood zijn wordt een probleem van ras en minder van geloof. Zelfs als joden zich bekeren tot het christelijk geloof - zoals Edith Stein - worden ze nog opgepakt en vervolgd omdat ze tot het joodse ras behoren.

Een staat voor de joden

Als reactie op dit antisemitisme en tevens onder invloed van het feit dat over heel de wereld natiestaten ontstaan, zoeken ook de joden naar een staat, een thuishaven waar ze zich volgens eigen wensen zouden kunnen ontwikkelen. Het probleem is alleen: waarheen? Kolonialisme was in die tijd een normale en hoogst verdedigbare zaak. Men zag het immers als het opvoeden van primitieve volkeren. Na aanvankelijk gedacht te hebben aan de Hoorn van Afrika, kiezen de joden tenslotte voor IsraŽl onder het motto: een land zonder volk voor een volk zonder land. De reisgidsen uit die tijd vermelden dat het om een leeg woestijngebied gaat met oases, bewoond door primitieve trekkende Arabieren. Als ontwikkelde joden zouden ze dit leeg gebied civiliseren.

De eerste kolonisten richten kibboetsen op: anarchistische gemeenschappen zonder politiek gezag, zonder gemeenschappelijke godsdienstbe-leving, zonder gezinsstructuur, gebaseerd op een socialistische idee. Negatief was echter dat deze kibboetsen enkel openstonden voor joden.

Van in het begin zijn er twee groepen. Een eerste groep wil vreedzaam met de plaatselijke bevolking samenleven, past zich aan en leert Arabisch. Een andere groep, de revisionisten, willen het hele gebied veroveren en naar hun zin inrichten. In naam van hun eigen traditie vinden ze dat de plaatselijke bevolking zich aan hun heerschappij moet onderwerpen.

Na 1920 komt een eerste gewelddadige terreurreactie vanwege de oorspronkelijke bevolking. De joden voelen zich bedreigd. Intussen sluiten de Britten de grenzen voor emigrerende joden en ook de Amerikanen, getroffen door de grote crisis, remmen de immigratie af. Meer en meer joden in Europa voelen het toenemend vijandig klimaat als voorbode van de holocaust en trekken naar IsraŽl. In IsraŽl zelf sympathiseren de Arabieren meer en meer met Hitler. De joden richten geheime organisaties op die een guerrillaoorlog tegen de Engelsen beginnen en een clandestien immigratienet organiseren.

In 1947 nemen de Verenigde Naties een resolutie aan die Palestina in een joodse en Palestijnse staat verdeelt. De joden krijgen 52%, de Arabieren 48%. Jeruzalem komt als internationaal gebied rechtstreeks onder toezicht van de VN.

Dan volgt een periode van oorlogen met IsraŽlische overwinningen en wapenbestanden die de bezetting uitbreiden door nieuwe kolonisatie binnen Arabisch gebied en de machtspositie van IsraŽl versterken. Een echte vrede komt er niet hoewel de zionisten vinden dat ze veel toegevingen doen aan de Palestijnen. Jeruzalem blijft voor de joden echter onbespreekbaar, evenals de terugkeer van de Arabische vluchtelingen. Ook de afbakening van echte, duidelijke grenzen leidt tot geen resultaat. Volgens IsraŽl blijkt Arafat niet in staat zijn troepen onder controle te brengen, waardoor de bomaanslagen doorgaan en een nieuwe intifada uitbreekt. Zolang het geweld niet stopt heeft het volgens IsraŽl geen zin de vredesgesprekken te hernemen.

Het gezin Othman-Vandecan

Numan Othman is ingenieur. Hij woonde met zijn echtgenote Myriam Vandecan in de buurt van Jeruzalem tot hun dorp door IsraŽl onteigend werd. Myriam geeft samen met haar man Numan het standpunt van de Palestijnen weer. Palestina was niet leeg, zegt ze, toen de joden er zich kwamen vestigen. Het was bewoond door christenen, moslims en joden. Het had een voor die tijd vrij goed draaiende economie, met uitvoer van onder meer sesamolie, olijfolie en Jaffa-sinaasappels.

De problemen begonnen met Theodor Herzl die aan de basis ligt van het zionisme en van plan was heel Palestina tot land van de joden uit te roepen. Tijdens de eerste wereldoorlog wordt Palestina bezet door de Turken. De Britten beloven de Palestijnen onafhankelijkheid als ze meevechten om de Turken te verdrijven. Dit gebeurt, maar de onafhankelijkheid wordt niet toegekend. Palestina komt in 1920 onder het mandaat van Groot-BrittanniŽ en zal dat blijven tot 1948.

In 1917, nog vůůr Groot-BrittanniŽ enige zeggingschap heeft in Palestina, wordt in de Balfour-declaratie het recht van de joden op een nationaal tehuis erkend en dit wordt Palestina. Waar de Turken slechts een zeer beperkte immigratie van joden toelieten, staat onder het mandaat van de Britten het land open voor een steeds toenemende immigrantenstroom. De joden bouwen nederzettingen en richten gewapende milities op, waar de Palestijnen volgens de wet zelfs geen messen mogen dragen. De Palestijnen verzetten zich dan ook tegen de Britten. Opstanden breken uit in 1921 en 1929. Van 1936 tot 1939 woedt een echte burgeroorlog die de dood van 15000 Palestijnen tot gevolg heeft.

Daarop volgt de Tweede Wereldoorlog met het extreme Hitler-racisme dat tot de vreselijke holocaust uitgroeit. Europa heeft schuldgevoelens en zoekt compensatie voor de overgebleven joden. Het zijn de Palestijnen die moeten boeten voor wat met de joden is gebeurd. In 1947 keuren de Verenigde Naties een resolutie goed, waarbij Palestina in twee delen wordt verdeeld. Voorwaarden zijn: er moet een economische unie komen en de joodse staat moet een plaats zijn voor 50% Palestijnen naast 50% joden. Door deze maatregel vergroot het grondbezit van de joden in ťťn klap van 6.3% tot 53%.

Het wordt nog erger als zionistische milities moordaanslagen plegen in het gebied dat de Palestijnen was toegezegd. Deze gaan massaal op de vlucht. Hun dorpen, 418 in totaal, worden verwoest en omgebouwd tot joodse nederzettingen. Joodse namen komen in de plaats van de oorspronkelijke Arabische namen.

Grond, water, werk

In 1949 en in 1967 volgen nieuwe veroveringen. Uiteindelijk blijft vandaag nog slechts 22% van de Palestijnse grond - de Gaza-bank en de Westelijke Jordaanoever - in het bezit van de Palestijnen. Elke jood van waar ook heeft het recht zich in het IsraŽlisch gebied te vestigen, Palestijnen mogen dit niet. In 1964 wordt de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) opgericht. In 1974 zweert de PLO het geweld af en richt een regering in ballingschap op, waarin alle partijen vertegenwoordigd zijn.

Men schat het aantal Palestijnen vandaag op ongeveer 7,5 miljoen. Hiervan leven er 800.000 in IsraŽl, 1,9 miljoen op de Westelijke Jordaan-oever en in Oost-Jeruzalem en 1 miljoen in de Gazastrook. 3,7 miljoen Palestijnen of 45% van de bevolking, zijn uitgezwermd als vluchtelingen naar JordaniŽ, Libanon, SyriŽ, de andere Arabische landen en buiten Arabisch gebied.

161.000 joodse kolonisten wonen op dit ogenblik in 190 nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook en op de Golanhoogte. De joden maken het de Palestijnen nog altijd moeilijk en blijven grond afnemen en woningen vernietigen.

Na de Golfoorlog heeft Arafat de staat IsraŽl erkend. De Palestijnen vragen een eigen staat op de Gaza-strook en de Westelijk Jordaanoever, maar dit wordt hen niet toegestaan. Dit alles is oorzaak van de vernieuwde intifada opstand.

De waterverdeling is zeer ongelijk. IsraŽl dat enorm veel water gebruikt voor irrigatie heeft een pijplijn gebouwd die beperkt is tot eigen gebied. Ze stopt aan de grens van de Gazastrook, waar regelmatig een tekort aan water is. Ook de Westelijke Jordaanoever en het noorden van IsraŽl, waar veel Palestijnen wonen, kunnen er niet van genieten.

In de Gazastrook wonen 1 miljoen mensen in een gebied van 40 op 5 km. De grens is afgesloten met prikkeldraad onder stroom. Oost-Jeruzalem, Palestijns gebied, werd door de joden geannexeerd. In korte tijd hebben er zich 200.000 joodse kolonisten gevestigd. De grenzen worden verder en verder verplaatst. Weinig Palestijnen mogen de grenzen over. Wie in IsraŽl werkt moet beschikken over een speciale pas. Regelmatig wordt de grens gesloten, wat door loonverlies een enorm sociaal probleem schept.

Waar de Palestijnen met stenen gooien, schieten de joden met scherp of met rubberkogels, die niet ongevaarlijk zijn en een metalen kern bevatten. Regelmatig worden fruitbomen van de Palestijnen vernietigd. Alles samen is het duidelijk dat IsraŽl voor een politiek van eliminatie heeft gekozen.

Een oplossing kan er volgen Myriam en Numan alleen komen als de militaire bezetting ophoudt, als er een einde wordt gemaakt aan de apartheid in IsraŽl, die al sinds tientallen jaren is opgebouwd, als de resoluties van de Verenigde Naties worden uitgevoerd en de Palestijnse vluchtelingen terug mogen keren.

Terug naar inhoud Nieuwsbrief