Zaterdag 23 juni 2001: Algemene Ledenvergadering en symposium

‘Ruimteschild als panacee?’

Ledenvergadering

Op zaterdag 23 juni kwam de NVMP samen in ‘SociŽteit de Vereeniging’ te Utrecht voor haar jaarlijkse Algemene Leden-vergadering. Het jaarverslag 2000 werd goed ontvangen en de uitstraling ontlokte zelfs de opmerking hier voortaan een ‘huisstijl’ van te maken.

Financieel gezien heeft de NVMP, ondanks een licht dalend ledental, een aanvaardbaar jaar gehad. De uitgaven bleven juist binnen de begroting. Goed was het ook te constateren dat het jubileumboekje ’30 jaar NVMP’ zo positief ontvangen is.

Bij het punt ‘bestuursleden’ was er aandacht voor Willem Hubregtse die na een zeer lange periode afscheid nam als lid van het bestuur. Vanaf begin jaren ’80 is Willem actief bestuurslid geweest. Met name zijn twee termijnen als penningmeester waren van grote waarde voor de vereniging. Fernando Lopes da Silva, een bestuurslid dat ook al toe is aan zijn 4e termijn stelde zich wederom herkiesbaar en zal ons bestuur blijvend versterken.

De scriptieprijs in het kader van de keuzecursus medische polemologie werd met een jaar vertraging uitgereikt aan Marije Verkerk voor haar scriptie ‘Noodhulp in conflictsituaties’.

Symposium

Na de lunch was het om 13.30 uur tijd voor het symposium ‘Ruimteschild als panacee? Europees beleid voor mondiale veiligheid’. Zoals elk jaar werd dit symposium ook nu weer samen met AVV, EVV (Economen voor Vrede) en VJV (Vereniging van Juristen voor de Vrede) georganiseerd. Sprekers waren Generaal-majoor b.d. Kees Homan, EuroparlementariŽr Jan Marinus Wiersma en NVMP-voorzitter Herman Spanjaard.

Homan’s lezing was getiteld ‘De VS van multilateralisme naar unilateralisme’ waarmee hij aan wilde geven dat de Verenigde Staten steeds meer in hun eigen schulp zijn gekropen en steeds duidelijker een eigen koers zijn gaan varen zonder bemoeienissen van buitenaf te dulden. In de jaren ’90 is de Verenigde Staten de dominante macht in de wereld geworden op militair, politiek en cultureel gebied. Na een korte periode waarin de euforie van een ‘nieuwe wereldorde’ en ‘assertief multilateralisme’ overheerste, leidde het echec van de interventie in SomaliŽ in 1993 tot een meer unilateralistische tendens in het Amerikaans buitenlands beleid. In 1998 werd dit unilateralisme manifest toen Washington zonder een mandaat van de Veiligheidsraad doelen in Soedan en Afghanistan bombardeerde.

Een jaar later werd het beginselbesluit voor een National Missile Defense (NMD) genomen, waarbij geen enkele bondgenoot werd geconsulteerd. Als zodanig is het NMD het ultieme voorbeeld van unilateralisme; de droom van onkwetsbaarheid. Het niet ondertekenen of ratificeren van verdragen en conventies zoals het Landmijnen Verdrag, het Kyoto-protocol, het Algemene Kernstopverdrag en het Verdrag voor de oprichting van het Internationaal Strafhof zijn andere welsprekende voorbeelden van Amerikaans unilateralisme. Gezien de toenemende fricties die in de internationale politiek hiervan het gevolg zijn (VS-Europa, VS-Rusland, VS-China) is een verschuiving van de huidige unipolaire wereld naar een multipolaire wereld gewenst.

Toch is dat niet zo eenvoudig. In Europa is beslist geen eenheid te vinden voor het afwijzen van de NMD-plannen en Homan is van mening dat als je de Amerikanen niet op andere gedachten kunt brengen je maar beter mee kunt doen. Het bestaande programma van patriotraketten kan daartoe worden uitgebouwd; echter wel op de voorwaarde dat Russen en Chinezen uiteindelijk akkoord gaan met de NMD-plannen waarbij de N van National beter vervangen kan worden door de G van Global.

Schurkenstaten

Jan Marinus Wiersma gaf in zijn voordracht aan dat NMD in zijn visie meer een vorm van nieuw egoÔsme is. Geopperd wordt dat het nodig is voor bescherming tegen schurkenstaten maar je kunt je oprecht afvragen of het daarvoor nodig is. Is die dreiging wel reŽel? En kun je die met een anti-raketschild tegenhouden? Naast schurkenstaten heb je ook terroristische organisaties: deze kunnen bijvoorbeeld door het binnensmokkelen van bio-wapens voor grote gevaren zorgen. Een multilaterale aanpak van schurkenstaten is dan ook beter dan de eenzijdige aanpak waar de VS nu voor kiest. Wiersma bestrijdt overigens dat Europa oren zou hebben naar deelname aan het NMD-programma. Toch overheersen de gemeenschappelijke belangen, zeker nu Rusland geen vijand meer is. De Europese Unie zal versterkt worden met een militair apparaat met taken op het terrein van vredesmissies en conflictmanagement, een gebied waar de VS zich weinig mee bezighoudt. Als zodanig kan Europa dus wel degelijk een antwoord op NMD formuleren.

Ongelukken met kernwapens

Herman Spanjaard vertelt vervolgens over zijn contacten met de politiek waarbij hij merkt dat het onderwerp ‘kernwapens’ politieke zelfmoord betekent. Niemand neemt het graag op zich. Politici maken duidelijk dat ze er alleen aandacht aan kunnen geven als de materie als zodanig ‘op straat ligt’ en in de media wordt belicht. Daar ligt dus een taak voor de NGO’s. Vooralsnog blijven kernwapens op scherp staan en zijn de risico’s van ongelukken en foutmeldingen erg groot. Accidental nuclear war is niet denkbeeldig. En, zoals de praktijk leert, er moet eerst een ongeluk gebeuren voordat men zich realiseert dat er iets heel erg fout zit. Het is daarom van groot belang dat de staat van paraatheid van kernwapens wordt teruggebracht.

Forumdiscussie

Tijdens de forumdiscussie legt forumvoorzitter Karel Koster een aantal vragen voor. Is er wel zo’n goede transatlantische band tussen Europa en de VS of nemen de tegenstellingen steeds meer toe? Is het niet zo dat een ‘anti-raketschild’ een nieuw onderdeel is van de wapenuitrusting van de VS en dat het ook de mogelijkheid geeft met het kernwapenzwaard aan te vallen en de tegenaanval met het schild op te vangen? Bestaat er wel enig verschil tussen het Amerikaanse NMD en de Europese variant TMD waarvan o.a. de patriotraketten deel kunnen gaan uitmaken? Immers of je nu met grote of kleine raketten je land beschermt, het principe blijft hetzelfde. Homan constateert in zijn reactie dat de band met de VS wel degelijk goed is en dat er binnen Europa sprake is van steeds grotere stabiliteit en coŲperatieve veiligheid waaraan NAVO, Europese Unie en OVSE hun steentje bijdragen. Waar wel blijvend aandacht aan besteed moet worden is het betrekken van Rusland bij dat Europees veiligheidsbeleid. Voorbeeld is Kosovo waar de Russen eerst uitgesloten werden maar later bleken ze voor de oplossing toch nodig te zijn. De uitbreiding van de NAVO is ook zo’n punt dat in overleg met Rusland dient te gebeuren. Ook Wiersma meent dat de relatie met de VS zo slecht niet is, de gemeenschappelijke belangen overheersen toch. TMD, patriotraketten, in de huidige vorm is het niet bezwaarlijk zo de eigen troepen te beschermen. En de kans op een nucleaire oorlog per ongeluk is toch wel erg klein, raketten staan allang niet meer echt op scherp.

Vanuit de zaal geeft de heer Korthals Altes zijn zorgen weer. De discussie over TMD/NMD mist teveel datgene waar het feitelijk om gaat en dat is de militarisering van de ruimte. Bescherming tegen schurkenstaten is een drogreden want dat kan onmogelijk door het raketschild worden gegarandeerd. Naast land, zee en lucht is nu ook de ruimte strijdtoneel geworden. En wie de ruimte beheerst, beheerst de hele wereld. Tegen deze militarisering van de ruimte moeten wij stelling nemen. Wij moeten pleiten voor een totaal andere veiligheidsconceptie die niet meer op wapens en verdere ontwikkeling daarvan is gebaseerd.

Leon Wecke stelt vervolgens dat achter de bewapeningswedloop een enorme druk van het bedrijfsleven schuilt. Het NMD is een miljardenproject dat de Amerikaanse bewapeningsvoorsprong alleen maar vergroot en het evenwicht in de wereld verder verstoort. Militarisering van de ruimte is een proces dat middels spionagesatellieten al veel langer speelt, aldus Wiersma. Anderzijds vindt hij dat je niet te somber moet zijn, niet alle denkbare dreigingen worden werkelijkheid dat is teveel een doemscenario.

Karel Koster benadrukt echter dat de Amerikanen wel vele miljarden dollars besteden aan projecten die louter bedoeld zijn om vijandelijke satellieten en raketten in de ruimte uit te schakelen.

In hun conclusies zijn de sprekers het desondanks eens dat versterking van de banden met Rusland van veel belang is en Europa daarbij terdege een rol van betekenis vervult. Ten aanzien van NMD is het vooral van belang de kritische houding te handhaven.

Afsluiting

Jef De Loof sluit af met de opmerkingen dat de geschiedenis veel feilbare systemen heeft gekend. Kijk naar de Maginot-linie, een onneembare vesting, die eenvoudig door de Duitsers werd omzeild; het peperdure Amerikaanse oorlogsschip in de Golf van Aden waar terroristen met behulp van een rubberbootje een gat in de romp bliezen. Zo ook is het anti-raket schild het zoveelste staaltje van een miljarden project dat nooit naar behoren zal functioneren. Het is te betreuren dat onze politici daar zo weinig actie tegen ondernemen.

Zou je niet meer steun kunnen geven aan conflicthantering in plaats van alle aandacht op deze geldverslindende militaire projecten te concentreren? Geeft dat veiligheid? Zou het niet beter zijn als de Amerikanen kiezen voor een minder vijandige opstelling tegenover de rest van de wereld, meer zouden samenwerken en een eerlijker verdeling tussen Noord-Zuid zouden nastreven? In dat geval hoeven zij niet te vrezen voor hun veiligheid en kunnen al die gelden beter besteed worden.

Terug naar inhoud nieuwsbrief