IPPNW, IANSA en anderen nemen handvuurwapencampagne op, na erkenning op Hague Appeal for Peace

Vuurwapens en de IPPNW van Parijs naar New York

Ferry H.M. Zoutenbier

Nadat vuurwapens op de Hague Appeal for Peace als een van de erkende thema’s werd (h)erkend, heeft ook de IPPNW in samenwerking met andere organisaties zoals het IANSA (International Action Network on Small Arms, www.IANSA.org) deze campagne opgepakt. In een tweetal bijdragen wil ik graag de problematiek nader bij u toelichten. Daarbij wil ik vooral proberen aan te geven op welke wijze de IPPNW zich met dit onderwerp bezighoudt, maar ook waarom ik het onderwerp persoonlijk van belang vind.

Een algemene update

Waarom zijn lichte wapens, en dan met name handvuurwapens, een mondiale gezondheidszorg?

* Lichte wapens zijn een belangrijke doodsoorzaak: 30 landen in het VN-onderzoek van 1997 rapporteren meer dan 200.000 doden per jaar ten gevolge van moord, ongelukken en suÔcide (1). Veel daarvan zijn te voorkomen (2).

* Het aantal slachtoffers onder kinderen en jongeren is daarbij vooral hoog (3).

* Vuurwapens zorgen voor een toename van de lethaliteit van zelfmoordpogingen (4).

* Vuurwapens spelen een grote rol in het toenemende geweld tegen vrouwen overal in de wereld. Onderzoeken in Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Canada en AustraliŽ geven vergelijkbare bevindingen (5).

* Kleine vuurwapens zijn verantwoordelijk voor een groot aandeel van de doden en gewonden in een gewapend conflict. Een substantieel deel van de slachtoffers zijn kinderen, zowel strijders als slachtoffers (6).

* Het stelen van handvuurwapens is de bron van andere misdaden.

Regeringen die hebben deelgenomen aan het internationale onderzoek van de VN met betrekking tot de Fire-arms-Regulation rapporteerden dat er jaarlijks meer dan 100.000 vuurwapens worden verloren of gestolen. Andere bronnen schatten dat er alleen al in de Verenigde Staten jaarlijks ongeveer 400.000 vuurwapens worden gestolen (7).

* De ongeremde ontwikkeling van vuurwapens ondermijnt de vredesbevordering, het bestuur en de samenleving in zijn geheel (8).

De ongeremde proliferatie van vuurwapens leidt tot een escalatie van geweld: angst leidt tot bewapening, dat kweekt op zijn beurt geweld, wat op zijn beurt weer leidt tot verdere bewapening. Pogingen om een burgersamenleving opnieuw op te bouwen worden ondermijnd zowel in de oorlogszones als in sommige binnensteden. Het percentage vuurwapendoden en gewonden is direct gerelateerd aan de beschikbaarheid van vuurwapens in de geÔndustrialiseerde landen (9). Er is slechts beperkte informatie met betrekking tot de totale mortaliteit en gewonden, veroorzaakt door lichte wapens in conflictsituaties, maar onderzoek toont aan dat wanneer er wapens in omloop zijn, het dodenaantal even hoog blijft, zelfs wanneer het gewapende conflict voorbij is.

De bevoorrading van vuurwapens

Het benoemen van de oorzaken van geweld, conflicten en slachtoffers is onmiskenbaar belangrijk. Tegelijkertijd moeten we ons richten op de instrumenten van geweld. Vuurwapens veroorzaken geen geweld op zichzelf. Maar, ongezien de context (geweld, conflicten, huishoudelijk geweld, zelfmoord) verergeren ze wel de ernst daarvan, verhogen ze wel het aantal slachtoffers en het potentieel voor kinderen om moordenaars te worden. De beste preventieve strategie omvat in ieder geval het verbreken van de keten van oorzaken van geweld of verwonding op het punt waar die keten het zwakst is. Het vuurwapen is daarbij een belangrijk punt van aandacht. Vanwege de link tussen ‘wettige’ en onwettige vuurwapens, alsmede tussen nationale en internationale wetgeving zijn maatregelen die zich richten op de wapenhandel essentieel.

Maatregelen om misbruik van vuurwapens terug te dringen.

Een uitgebreide strategie om het misbruik van vuurwapens in conflictsituaties, misdaad en ongelukken terug te dringen omvat ondermeer:

* een aanpak van de wortel(s) van geweld: sociale, economische en politieke ongelijkheid en een cultuur van geweld;

* controle op de productie van vuurwapens door het vaststellen van internationale standaarden, met name met betrekking tot het markeren van vuurwapens;

* controle op de invoer, uitvoer en doorvoer van vuurwapens;

* controle van staat-naar-staattransfers;

* het bewerkstelligen van een minimale standaard van nationale controle waaronder: een vergunningensysteem voor eigenaren van vuurwapens, een registratiesysteem van vuurwapens en een veilige opslag van vuurwapens;

* het implementeren van maatregelen ten behoeve van het verwijderen en vernietigen van overtollige voorraden en ongewenste wapens (bij amnestie, terugkoop en wapeninzameling) (10);

* het verschaffen van de benodigde technische samenwerking en ondersteuning bij het ontwikkelen van een goede infrastructuur om deze maatregelen verder te implementeren.

Een IPPNW update

Sinds de International Council op het vorige wereldcongres in Melbourne bijeen is geweest heeft de IPPNW zijn vuurwapencampagne ontwikkeld van een globaal idee tot een concreet voorstel om een internationale medische conferentie dienaangaande te organiseren, heeft het een publicatie geproduceerd, en ondersteunt het kleinschalige onderzoekprojecten. De IPPNW werkt daarin samen met IANSA (International Action Network on Small Arms).

Sinds de IPPNW board-meeting van oktober vorig jaar opnieuw de betrokkenheid van de organisatie bevestigde met betrekking tot de preventie van de nadelige gezondheidseffecten van lichte wapens, heeft het Central Office behoorlijke voortgang geboekt in het opzetten van een netwerk met relevante medische professionals en in het verduidelijken van de doelstellingen van de campagne. Helaas heeft er nog geen adequate fondswerving plaatsgevonden voor het vuurwapenprogramma.

Sinds oktober is er ťťn fondswervingstrip uitgevoerd (naar BelgiŽ en Nederland). Er werden drie informatieve e-bulletins verzonden naar geÔnteresseerde leden van de IPPNW.

Wat hebben de diverse IPPNW-leden gedaan om hun betrokkenheid met het onderwerp te tonen?

IPPNW-Zambia heeft een voorstel geschreven voor een onderzoeksproject met betrekking tot het gebruik en het gezondheidseffect van lichte wapens in een negental provinciale ziekenhuizen (20 januari 2000). IPPNW-India heeft een conferentie gehouden over Veiligheid en het beteugelen van vuurwapens (17-18 april 2000, New Delhi). IPPNW Nederland (Herman Spanjaard) en BelgiŽ hebben Brian Rawson en Michael Christ geholpen bij het benaderen van hun regeringen voor specifieke fondswerving (resp. 21 en 22 februari 2000). In Nederland betrof dat de afdeling Wapenexportcontrole van het Ministerie van

Buitenlandse Zaken. IPPNW-Canada heeft medio maart 2000 een aanvraag ingediend bij hun regering om de workshop in Parijs te financieren ($ 5,000) en heeft door middel van Neil Arya contacten gelegd met de nationale public-health-pogingen met betrekking tot de vuurwapencontrole en heeft sommige van die leiders in contact gebracht met de IPPNW. IPPNW-Oostenrijk heeft met betrekking tot de vuurwapens op 15 december 1999 een ontmoeting op het VN-kantoor in Wenen bijgewoond.

Wereldcongres Parijs

Het afgelopen wereldcongres in Parijs bood een goede mogelijkheid voor alle IPPNW-leden om kennis te nemen van de voorgestelde campagne-activiteiten, om ideeŽn uit te wisselen, en om een ieders persoonlijke betrokkenheid bij deze specifieke IPPNW-campagne tegen lichte wapens te laten verduidelijken. De discussie daarover werd vooral geleid door Brian Rawson namens het Central Office, Neil Arya (Canada), Antoine Chapdelaine (Canada) en Robert Mtonga (Afrikaans vice-president uit Zambia). Binnen de workshop werd uitgebreid gesproken over de mogelijkheden en (on)gewenste ontwikkelingen met betrekking tot dit onderwerp.

De IPPNW heeft een serie van samenhangende activiteiten voorgesteld om de aandacht van de samenleving te vragen voor dit onderwerp, en in het bijzonder van de medische gemeenschap, van beleidsmakers met betrekking tot de menselijke, medische en andere gezondheidszorgkosten met betrekking tot de lichte wapens.

De voorstellen zijn:

* het publiceren van een zogenaamde IPPNW-brochure over de medische aspecten van het probleem van de lichte wapens;

* het produceren van een dia-serie ten behoeve van het onderwijs voor en door de gemeenschap van gezondheidswerkers;

* het organiseren van een internationale medische conferentie over vuurwapens en andere lichte wapens, te organiseren in Boston, medio 2001, waarbij artsen, leiders van ministeries voor gezondheidszorg en van internationale gezondheidszorg organisaties en (medisch) journalisten. Het is de bedoeling dat de conferentie een video en een CD-ROM zal opleveren, bestemd voor verdere distributie onder de internationale medische c.q. gezondheidszorggemeenschap;

* het organiseren van regionalemedische-actie-workshops, onderzoek en andere activiteiten over medische aspecten van het probleem van de lichte wapens, met name in Centraal Amerika, in Zuidelijk Afrika en in het gebied rondom de grote meren in Centraal Afrika;

* het opzetten van een IPPNW-web-site (of mogelijk in samenwerking met andere organisaties) voor informatie en updates gerelateerd aan het geweld van lichte en handvuurwapens en gezondheid;

* het samenwerken tussen de verschillende IPPNW-affiliates op het gebied van onderzoek, netwerk-ondersteuning, en het bepleiten en ondersteunen van internationale en regionale initiatieven zoals hierboven beschreven, evenals strategieŽn en activiteiten die meer toegepast zijn op de nationale omstandigheden.

De IPPNW-campagne zou zich op de volgende manier kunnen ontwikkelen

1. Zo snel mogelijk dient de IPPNW-werkgroep over handvuurwapens te werken aan een serie van werkstukken over lichte wapens en gewapend geweld van de meest deskundige en erkende mensen in dit veld. In de daaropvolgende maanden zullen we de schrijvers van die werkstukken uitnodigen c.q. aanmoedigen daarover met elkaar van gedachten te wisselen, ideeŽn uit te wisselen, en de noodzaak voor nadere werk- en discussiestukken te benoemen.

2. In april of mei van dit jaar, wil de IPPNW in Boston een internationale (medische) conferentie organiseren. Daarbij zullen de auteurs van bovengenoemde stukken worden uitgenodigd, met de bedoeling om hun bevindingen te presenteren, elkaars werk te becommentariŽren en de voorbereidingen te treffen om een boek over dit onderwerp te ontwerpen voor de gezondheidszorggemeenschap.

3. Binnen zes maanden tot ťťn jaar na de conclusie(s) van bovengenoemde conferentie, afhankelijk van de benodigde hoeveelheid nieuw onderzoek c.q. schrijfwerk, wil de IPPNW een boek produceren over lichte wapens en gewapend geweld dat als een handboek kan gelden voor gezondheidswerkers, NGO’s en beleidsmakers, waarin een pleidooi wordt gehouden voor een nieuwe internationale strategie voor de controle op deze wapens en hoe de schade van deze wapens kan worden teruggedrongen.

De IPPNW heeft daartoe weliswaar bescheiden, maar desalniettemin substantiŽle, fondsen nodig om met name deze conferentie te kunnen organiseren en het boek te kunnen publiceren.

Een van de voordelen om voortgang te kunnen boeken in de hierboven geschetste voortgang c.q. ontwikkeling is dat we niet hoeven te wachten op de fondsen om te kunnen beginnen met het onderzoek en het schrijven van relevante stukken. De vruchten van dat werk zullen sowieso beschikbaar komen voor de pleitbezorgers van het small-arms-onderwerp, los van de toekomstige fondswerving.

Persoonlijke overpeinzingen, naar aanleiding van de workshop in Parijs

In de discussie die tijdens en rondom de workshop ontstond met betrekking tot het onderwerp werd ik me weer opnieuw bewust van mijn eigen motivatie om actief te zijn binnen de NVMP. Ik merk daarbij dat mijn opvattingen over vrede op het niveau van de ‘concrete utopie’ liggen. Op zich zijn mijn opvattingen utopisch omdat ik een richting van handelen zoek, een politieke vredesordening, die ik juist en goed acht. Ik probeer de vraag te doordenken hoe een op gerechtigheid gebaseerde vrede (de ‘ordo justitia et pax’, zoals Pax Christi die omschrijft) er in een specifieke context uit zou kunnen c.q. moeten zien. Dat het naar mijn eigen bescheiden mening niet abstract-utopisch, maar concreet-utopisch is komt omdat ik mijn reflectie op die politieke ordening probeer te verbinden met een soort normatieve reflectie op de middelen die in de gegeven omstandigheden tot het doel kunnen leiden. Anders gezegd: het utopisch denken over doelen wordt verbonden met een normatieve reflectie op concrete strategieŽn die tot doelen leiden. Pas nu, in dit gesprek met anderen, heb ik gemerkt dat dit concreet-utopisch karakter een belangrijk kenmerk van mijn denken over vrede is.

Een actueel voorbeeld van het veranderen van de waardering van middelen in relatie tot het doel is het debat zoals ik dat soms voer met collega’s op mijn werk in het Centraal Militair Hospitaal, verdedigers van de traditie van de ‘rechtmatige verdediging’. Het is die spanning tussen pacifisme en rechtmatige verdediging die vragen oproept naar de mogelijke juistheid van het gebruik van militaire middelen in internationale conflicten (en vooral: actief gebruik van militair geweld). Die vraag wordt vrijwel uitsluitend ter sprake gebracht in zijn actuele contextuele gestalte: de vraag naar humanitaire interventies. Er lijkt een verschuiving te hebben plaatsgevonden van het denken over de rechtvaardige ‘interstatelijke oorlog’ naar het denken over rechtvaardige humanitaire interventie. Blijkbaar genereert de huidige gestalte van oorlog een intensieve vorm van een ‘contrast-ervaring’: door de ervaring van hoe het menselijk samenleven niet behoort te verlopen (de contrast-ervaring), wordt eenieder zich opnieuw bewust van de utopie van een wereldsamenleving zonder oorlog. Als christen-boeddhistisch-pacifist probeer ik ‘de macht van de waarheid’ boven ‘de waarheid van de macht’ te stellen. Wanneer je de waarheid boven jezelf stelt, plaats je jezelf daarmee boven het geweld waarvan je het slachtoffer kan worden. Op basis van mijn werkzaamheden voor de Tibetaanse regering in ballingschap heb ik geleerd dat ik de ander nooit mag slachtofferen op het ‘altaar van mijn waarheid’. De Tibetanen (lees: de Dalai Lama, maar je kan mijns inziens hiervoor ook heel goed Christus of Gandhi lezen) weigeren geweld te gebruiken om de ander te overtuigen van hun waarheid. De verplichting tot geweldloosheid en die tot de waarheid horen bij elkaar; anders zal het zoeken naar waarheid tot geweld leiden. Maar goed, tot zover mijn tijdelijke moment van (theoretische) verlichting. De discussie over het oorlogsprobleem zoals die zich op dit moment voordoet, zowel binnen de IPPNW-stromingen alsook op mijn werk in het Centraal Militair Hospitaal, dreigt op een aantal manieren troebel of minder effectief te worden.

a. In essentie bestaat het oorlogs- c.q. geweldsprobleem uit de steeds weer teugkerende spanning tussen de eisen van de vrede en de eisen van de ge-rechtigheid: tussen wat vroeger door polemologen wel werd aangeduid als ‘negatieve’ en ‘positieve’ vrede. Soms zijn ze verenigbaar; vaker zitten ze elkaar in de weg.

b. Bij de afweging van de eisen van de vrede en die van de gerechtigheid draait het natuurlijk om de waardering van geweld als middel om het onrecht te keren of de gerechtigheid te doen overwinnen.

c. Tenslotte is er het (praktische) risico, dat ik ook onderken, van het zoeken naar zgn. fundamentele oplossingen. Immers, wie steeds maar weer naar ‘fundamentele’ oplossingen zoekt, loopt het grote risico de spade zo diep in de grond te steken dat hij afbreekt. Zoals de mens niet van vrede alleen leeft, leeft de wereld niet van goede bedoelingen alleen. We lijken te moeten woekeren met onze talenten; maar daarbij effectief omgaan met onze beperkingen lijkt ook een morele opdracht. Dus ook ik wil best het preventie-element van de IPPNW kritisch beschouwen. Er lijkt weliswaar een eensgezindheid te bestaan over de stelling dat voorkomen beter is dan genezen (‘preventie is beter dan interventie’). Die eensgezindheid is echter misleidend, want ze verhult hoe onzeker en verdeeld we eigenlijk zijn over de oorzaken van de conflicten, en over wat je zou moeten doen om conflictstof weg te nemen of escalatie te voorkomen. In relatie tot bijvoorbeeld de discussie over vuurwapengeweld moet bijvoorbeeld de positie van staatloze volken onder ogen worden gezien: Palestijnen, Koerden, Basken, Tibetanen, Kosovaren etc. Juist doordat staatloze volken niet serieus genomen worden door de internationale gemeenschap, zien zij zich uiteindelijk genoodzaakt hun toevlucht te nemen tot geweld. Pas als de internationale veiligheid in het geding komt, is er blijkbaar kans op internationale aandacht.

"Sadly, today most governments only respond to movements that use sufficient violence to threaten their security and interests. That encourages the use of violence", zo verklaarde Michiel van Walt van Praag, secretaris-generaal van de UNPO, tijdens de oprichtingsconferentie. Pas wanneer binnen het bestaande statenstelsel een constitutioneel verankerde en internationaal gegarandeerde bescherming van nationale minderheden is gerealiseerd ligt daarvan een oplossing in het verschiet. Het is niet toevallig dat ook de Dalai Lama voor het Tibetaanse volk naar een dergelijke oplossing zoekt binnen China: autonomie, en niet noodzakelijkerwijs zelfstandigheid. Wanneer we de geweldloze acties onvoldoende ondersteunen, moeten we ons niet verbazen wanneer op termijn ook de Tibetanen op een meer gewelddadige wijze letterlijk voor hun zaak zullen gaan vechten.

We would like to conclude with a plea to the producers of weapons to furnish weapons to Africa and in paraphrasing the prophet Isiah, that they transform their factories of weaponry into factories of agricultural instruments or modern technologies for the good of humanity.

Aldus kardinaal Alexandre Jose Maria Dos Santos, aartsbisschop van Maputo (Mozambique) tijdens de speciale vergadering van de bisschoppensynode betreffende Afrika, 19 april 1994. De small-arms-working-group van de IPPNW probeert (dus) een globale actie te coŲrdineren.

Het is immers niet voldoende als het probleem alleen met betrekking tot een bepaald land of een bepaalde regio zou worden bezien. Ook in de rest van de wereld moet meer aandacht worden besteed aan een beleid dat gericht is op internationale stabiliteit en handhaving van een internationale rechtsorde. De wapens in, bijvoorbeeld, Afrika zijn daar niet ter plaatse gefabriceerd, maar ingevoerd. De huidige instrumenten voor de beteugeling van de wapenhandel zijn ontoereikend. In het bijzonder de handel in lichte wapens is aan geen enkele beperking onderhevig. De conclusie uit het bovenstaande moet naar mijn mening zijn dat er dringend behoefte is aan een systeem van internationale controle op wapenproducenten, en vooral op de producenten die zich toeleggen op de fabricage van lichte wapens en munitie.

Daarnaast zijn er in crisisgebieden al zoveel wapens in omloop uit voorraden die overbodig waren geworden door het einde van de Koude Oorlog, dat daar uiterst instabiele situaties zijn ontstaan. Als we de problemen van de wapenverzadiging ter plaatse willen aanpakken, zal de wereldgemeenschap eerst moeten bijdragen aan het scheppen van de basisvoorwaarden voor een functionerend overheidsapparaat. Structurele ontwikkeling kan niet van de grond komen als er niet eerst een klimaat van relatieve veiligheid wordt gerealiseerd. Het aanpakken van het probleem van de illegale verspreiding van wapens heeft daar alles mee te maken.

Minister Jan Pronk heeft destijds dat probleem ook onderkend en pleit niet voor niets voor het wegnemen van de schotten tussen ontwikkeling en veiligheid. We zouden dan ook niet moeten aarzelen een klein deel van de (overigens nog veel te kleine) ontwikkelingsbudgetten te gebruiken voor een security-first-aanpak. Dit is preventie zoals die de Verenigde Naties voor ogen staat.

We moeten niet vergeten dat veel van de conflicten in de wereld te maken hebben met de armoedige en uitzichtloze omstandigheden waarin miljoenen in deze wereld moeten leven. Economische en sociale ontwikkeling is de motor voor verandering. In Afrika komt volgens Robert Mtonga met horten en stoten een democratisch proces op gang. Een proces dat alleen maar kans van slagen heeft als wij in het rijke Westen de handen ineenslaan om dit proces materieel te ondersteunen. Wij moeten hierbij ook af van het idee dat zo’n democratisch proces dezelfde inhoud kan hebben als ons huidige democratische stelsel. Dit vergt, net zoals dat in Europa het geval is geweest, een langzaam groeiproces, waarbij de eigen normen en waarden centraal moeten staan, en niet onze normen.

Het probleem van de interne conflicten los je natuurlijk niet op door de handel in lichte wapens aan banden te leggen. We zullen de mensen, aan wie we de wapens ontnemen, wel voldoende uitzicht moeten bieden op een menswaardig bestaan. Als we niet bereid zijn de financiŽle en materiŽle randvoorwaarden hiervoor te scheppen, blijft iedere maatregel die exclusief gericht is op beperking van de wapenhandel, dweilen met de kraan open. Overigens lijkt het erop dat het vuurwapengeweld ook in Nederland begint toe te nemen. In dat licht bezien is het opmerkelijk (of misschien is het dat juist niet) dat er in de Nederlandse vakliteratuur zo goed als niets over dit onderwerp wordt geschreven. Ik hou me van harte aanbevolen wanneer lezers van de nieuwsbrief mij kunnen informeren over dergelijke artikelen.

1. UN, International Study of Firearms Regulation (revised), 1997

2. Chapdelaine, A., Maurice P. "Firearms Injury Prevention and Gun Control in Canada"Canadian Medical Association Journal, 155 (9), 1996

3. CDC, "Rates of Homicide, Suicide and Firearm Related Death among Children", CDC Weekly Report, 46 (5), 1997

4. Gabor, T., The Impact of the Availability of Firearms on Violent Crime, Suicide and Accidental Death, Justice Canada, 1994

5. Cukier, W. Firearms and Women, IPU, June, 2000

6. ICRC, Arms Transfers and International Humanitarian Law, September, 1997

7. Cook, Philip J., S. Molliconi and T.B. Cole, Regulating Gun Markets, Journal of Criminal Law and Crimonology, 86 (1) 1995, The National Crime Victimization Survey reported an average of 340,700 incidents per year (1987-1992) in which at least one gun was stolen.

8. Gartner, R. Testimony before the Senate Standing Committee On Legal And Constitutional Affairs, September 20, 1995

9. Cukier W., Firearms Regulation: Canada in the International Context, Chronic Diseases in Canada, April, 1998, 19:1

10. Meek, S., Buy or Barter: History and Prospects for Voluntary Weapons Collection Programs, for the Institute for Security Studies, Monograph No 22, March, 1998

Terug naar inhoud nieuwsbrief