Hoorzitting in Vlaams Parlement georganiseerd door AGALEV

Balkansyndroom; ‘iets tussen de oren’?

Ward Kusters

Op vrijdag 2 februari 2001 vond in het Vlaams parlement een hoorzitting plaats over het zogenaamde Balkan-syndroom. De organisatie werd verzorgd door AGALEV (Anders Gaan Leven) - de Vlaamse groene partij. De dag was georganiseerd in twee delen. In de voormiddag waren er getuigenissen van militairen of hun nabestaanden. De namiddag was gewijd aan besprekingen door experts. De voorzitter en de covoorzitters waren volksvertegenwoordigers waaronder Eloi Glorieux, die jarenlang secretaris is geweest van de Vlaamse vleugel van IPPNW.

Als eerste sprak de weduwe van een overleden militair. Na zijn terugkeer werd een maligne lymfoom vastgesteld. Het stellen van de diagnose nam verschillende maanden in beslag. Eerst werd een huidaandoening vastgesteld op de rechterarm. Later verschenen er op dezelfde arm duivenei grote zwellingen die bij biopsie een non-Hodgkin lymfoom toonden. Hij overleed een jaar later. Zijn aandoening bracht hij in verband met zijn verblijf in de kelders van een oude kazerne waar waarschijnlijk chemische stoffen opgestapeld geweest waren. Tijdens het gevaar van beschietingen dienden deze kelders als schuiloord. Na een nacht in de kelder vertoonde hij de eerste maal huiduitslag op de rechterarm. Zijn weduwe krijgt thans een klein weduwepensioen.

Zij heeft kinderen. Op dit ogenblik werkt zij. Wanneer zij echter ook maar een dag ziek zou zijn en een vervangingsinkomen zou krijgen, verliest ze niet alleen het weduwe-pensioen maar moet zij ook het reeds betaalde pensioen terugbetalen. De reden is dat de Belgische wet niet toelaat vervangingsinkomens te cumuleren.

De tweede getuige was vroeger een sportieve man. Na zijn terugkeer uit de Balkan klaagde hij van vermoeidheid en futloosheid. Omdat hij geen sport meer deed steeg zijn gewicht.

Verschillende onderzoeken brachten geen duidelijkheid. Uiteindelijk werd de diagnose van het Chronisch Vermoeidheidssyndroom voorgesteld. Een arts verklaarde dat zijn immunologisch systeem helemaal uit balans lag. Voor zijn vertrek had hij in korte tijd een reeks vaccinaties gekregen. Zij werk bestond o.a. in het toezicht en het onderhoud van de latrines. Het griefde hem dat een van de artsen zich beperkte tot de bemerking dat het psychomatisch was en allemaal maar ‘tussen de oren’ zat. Hij zal waarschijnlijk vervroegd op pensioen gesteld worden. Zijn uitkering zal zeer klein zijn.

Als derde getuige kwam een militair verpleegkundige. Zij werkte als operatieassistente in een veldhospitaal. Buiten een klein ongeval met kneuzing van de rechter voorarm had zij geen meldenswaardige zaken meegemaakt. Zij deed haar werk met plezier. Na terugkeer begonnen klachten van vermoeidheid en gewichtsverlies. Men is niet tot een duidelijke diagnose gekomen. Zij was ontstemd over het verschil in uitspraken tussen de artsen van haar onmiddellijke werkomgeving en de degenen die officieel belast waren met het onderzoek. De legerleiding heeft besloten tot een grote enquête bij alle militairen die op zending in de Balkan waren. De resultaten van deze enquête over aard en incidentie van de klachten zijn nog niet bekend. Daarna werden de ervaringen met de Bijlmer ramp besproken waarbij het risico van blootstelling aan verarmd uranium speciaal werd belicht. De experts (van de Hoge Gezondheidsraad en het studiecentrum voor Kern-enenergie in Mol) achtten het onwaarschijnlijk dat verarmd uranium de oorzaak van de klachten zou zijn. Deze hypothese druist in tegen de

bestaande inzichten. De ioniserende werking van verarmd uranium is te gering om merkbaar boven de natuurlijke achtergrond uit te komen. Het symptomencomplex is te divers. Voor maligne aandoeningen is de latentie-tijd te kort. Er is de discrepantie tussen de incidentie van maligne aandoeningen bij de militairen die er maar enkele maanden verbleven en de plaatselijke bevolking.

Toch blijken er onverwachte nieuwe zaken op te duiken. Logischerwijze zou men denken dat ‘verarmd uranium’ van ertslagen zou komen waaruit het splijtbare isotoop uranium-235 (0.7% van het natuurlijk uranium) voor het grootste deel is verwijderd. Men zou dan enkel de isotopen uranium-238 (99.2% van natuurlijk uranium) en het isotoop uranium-234 (0.0056%), een volgproduct van het radioactieve verval van uranium-238 mogen terugvinden en nog een minimale hoeveelheid (0,3%) U-235. Het blijkt echter dat in de achtergelaten wapenresten ook isotopen zijn teruggevonden die enkel voorkomen na gebruik in kernreactoren. Dit zou erop wijzen dat er eveneens verarmd uranium uit de opwerkingsketen werd gebruikt in plaats van het restprodukt van de verrijking van natuurlijk uranium. Hoe dan ook, bij veel militairen werd voor en na hun verblijf in de Balkan uranium bepaald in urine. Er zou geen toename zijn.

Algemene Bespreking

De ganse hoorzitting verliep in een serene sfeer. Mij trof de waardigheid en de objectiviteit waarmee de slachtoffers hun verhaal vertelden. Maar ook zo klonk de bitterheid van het niet ernstig genomen te worden duidelijk door. Het etiket ‘psychosomatische oorzaken’ plaatsen tegenover ‘externe pathosfysiologische oorzaken’ komt goedkoop over. Geïmpliceerd wordt daarbij dat het eerste aan eigen zwakheid te wijten is en dat men maar wat flinker moet zijn. Het tweede is meer eervol en daarom is het redelijk dat de buitenwereld tussenkomt in de extra kosten. Hiermee samenhangend is de ondoorzichtigheid van het Belgische verzekeringssysteem. Arbeidsongeval, beroepsziekte, ziekte, enzovoorts geven elk recht op andere uitkeringen. Voor het leger is dit nog meer uitgesproken en kunnen de vergoedingen tot 400% verschillen. Praktisch houdt dit in dat de betrokkene een causaal verband moet kunnen aantonen. Dit is uiteraard niet altijd mogelijk. Het gevolg is dat artsen die mede verantwoordelijk zijn voor de uitkeringen zich behoedzaam opstellen en zwijgen of alleen uitspraken doen die met de huidige kennis in overeenstemming zijn. Curatieve artsen voelen zich minder geremd en doen veel verdergaande uitspraken. Het gevoel van niet erkend te worden door de verantwoordelijke instanties is reëel. De noodzaak om een causaal verband aan te tonen maakt het aanvaardingsproces voor de zieke en zijn omgeving zeker niet gemakkelijker.

Het geheel afdoen met ‘wij weten het niet’ en de mensen aan hun lot over-laten lijkt ook onrechtvaardig. Men heeft de mensen gevraagd een bepaalde opdracht uit te voeren. Dit hebben zij in overeenstemming met hun contract gedaan. Achteraf blijkt dat er ziekteverschijnselen zijn niet alleen bij Belgische militairen maar ook bij militairen van andere naties. Dit afdoen als psychosomatiek of toevallige clusters is onverantwoord tegenover de mensen met wie men een contract heeft afgesloten.

Is dit trouwens allemaal zo nieuw? Er is niet alleen het Golfsyndroom maar ook andere gebeurtenissen waarbij groepen mensen plots verplaatst werden. In dit verband is het verhaal genoemd dat er clusters van leukemieën gevonden werden niet allen bij kerncentrales maar ook op plaatsen waar kerncentrales gebouwd zouden worden. De hypothese van een verstoord immunologisch systeem bij de ingeweken populatie werd hierbij genoemd.

Zowel in het Golfsyndroom als hier in het Balkansyndroom duiken dezelfde geluiden op: groot aantal vaccinaties op korte tijd, verplaatsing in groep en verblijf in slechte hygiënische omstandigheden. Eerder dan de groepen op zichzelf te onderzoeken zou het nuttig zijn een vergelijking te maken tussen de verschillende nationaliteiten omdat uitrusting en verzorging zeer sterk konden verschillen.

Persoonlijke bedenkingen

Los van dit menselijk leed kan men bij de kosten/baten van deze operatie vraagtekens zetten. Wie heeft er voordeel uit gehaald? De militairen hebben de opdracht die men hun gegeven, heeft volbracht. Het officiële doel was de onderdrukte minderheden te beschermen. Los van het feit of dit het werkelijke doel was, is zinvol hierbij even stil te staan. Ieder mens heeft meerdere identiteiten: de identiteit van man of vrouw zijn, de identiteit van een familie, van een dorp, een gemeenschap, een firma waartoe men behoort, een taal, een land, een volk, een godsdienst, enzovoorts. Het is verkeerd hierover laatdunkend te spreken. Het zijn deze identiteiten die ons helpen staande te blijven. Zij betekenen een enorme steun. Even zeker is dat individuen en kleine groepen mensen deze identiteitsgevoelens gebruiken en vele individuen opofferen om er zelf beter van te worden. De geschiedenis herhaalt zich niet, het zijn enkel de mensen die zich herhalen (Voltaire). Vanaf de kruistochten tot de hedendaagse zogenaamde vredesmissies heeft men in de naam van het ware geloof, mensen omgebracht. Moslims, Catharen, Hussieten, Lutheranen, enzovoorts moesten bestreden worden. Hiervoor was alles toegestaan. Thans is het begrip godsdienst gewijzigd in het begrip misdaden tegen de menselijkheid. Voor de rest blijft alles hetzelfde. Ook nu zijn alle middelen toegelaten. Het doet denken aan de woorden van een Amerikaanse officier tegen een Vietnamees: "Wij moeten u doden om u te bevrijden." Uiteraard is ook de re-gel ‘Vae victis’- ‘wee de overwonnenen’ niet gewijzigd. Het zal altijd wel een delicaat evenwicht zijn. Maar op dit ogenblik wordt juist zoals vroeger te weinig aandacht gegeven aan informatie en rechtvaardiging van dergelijke tussenkomsten. Het zou nuttig zijn als onze vereniging een studie zou maken van de publieke en verborgen doelstellingen van een vredesmissie en haar kosten/baten rekening.

 

Terug naar inhoud nieuwsbrief