Wie zijn de grootste slachtoffers van oorlogsziekten?

Het oorlogssyndroom

door Jef De Loof

Eigenlijk kennen we al meerdere oorlogsziekten. Het begon met het Vietnamsyndroom, toen toegeschreven aan het massale gebruik van ontbladerings- en andere chemische middelen.We maakten het Golfsyndroom mee, waar 300 ton DU-munitie werd gebruikt en door de bombardementen en het branden van de oliebronnen zeer veel chemische stoffen vrijkwamen. Waar zand en wind de verspreiding ervan bevorderden.Gewoonlijk hebben we slechts oog voor de ziekten van onze eigen manschappen. Het is echter de plaatselijke bevolking die het grote slachtoffer is. Zeker in Irak is dit het geval. Volgens Unicef sterven nog dagelijks 180 kinderen aan de gevolgen van de oorlog.

In het zuidelijk deel van Irak, waar de wind het zand voortdurend opwaait en waar het meest DU werd gebruikt, is het aantal kankergevallen volgens de VN statistieken, gepubliceerd in The British Medical Journal verzevenvoudigd tussen 1989 en 1994. Wetenschappers berekenden door extrapolatie dat in Basra, de meest getroffen stad, 40% van de bevolking de volgende jaren door kanker zou sterven. Verarmd uranium als wapen is ongetwijfeld kankerverwekkend en giftig, ook al heeft het waarschijnlijk weinig of niets te maken met het Balkansyndroom, zoals we dit vandaag kennen. De kans is zeer groot dat het een belangrijke rol speelt in het Golfsyndroom dat vandaag in Irak woedt.

Niemand kan vandaag op wetenschappelijk verantwoorde wijze ontkennen noch bevestigen of er een verband bestaat tussen oorlogsfeiten, in het bijzonder tussen DU en een aantal klachten, ziektes en zelfs overlijdens van NAVO-personeel of van burgers in ex-JoegoslaviŰ. Hiervoor is het nog te vroeg, beschikken we over te weinig gegevens en is men veel te laat begonnen met registreren en meten. Waarschijnlijk zal het zelfs nooit lukken hieromtrent een statistisch significant antwoord te geven. Toch sluiten de verantwoordelijke instanties de zaak af met de bewering dat het vaststaat dat er geen verband bestaat; zoals het Pentagon destijds weigerde aan te nemen dat er een verband bestond tussen de Amerikaanse kernproeven en ziekte en dood onder de militairen die er aan deelnamen, maar achteraf schadevergoeding moest betalen.

Het Pentagon, de NAVO, Solana stellen iedereen gerust. Er is geen verband tussen het gebruik van DU en kanker. Nochtans had Leslie Groves, het hoofd van het Manhattan project, al in 1943 bij de ontwikkeling van de atoombom er voor gewaarschuwd dat uraniumdeeltjes, gebruikt in munitie, blijvende beschadiging van de longen kunnen veroorzaken. De UK Atomic Energy Authority verklaarde in 1991 dat, als ongeveer 8% van het in de Golfoorlog gebruikte verarmd uranium zou worden ingeademd, dit 300.000 doden tot gevolg zou kunnen hebben.

Er is in elk geval een groot verschil tussen de bewering dat er geen verband bestaat en het feit dat dit nog niet wetenschappelijk werd vastgesteld. Het is bedrieglijk de twee te verwarren, zoals ook de journalist deed die de titel ‘Geen verband tussen uranium en kanker’ plaatste boven een artikel waarin stond dat een onderzoeksteam van de Wereldgezondheidsorganisatie na een summier onderzoek geen verband had kunnen vinden tussen de blootstelling aan verarmd uranium en het begin van kanker of andere ziekten, maar dat nog meer onderzoek wenselijk was.

Het oorlogssyndroom: ook een tijdsteken?

Het is wel eigenaardig dat vˇˇr de Vietnamoorlog nooit sprake was van een oorlogssyndroom, hoewel de omstandigheden op het slagveld en de druk op de burgerbevolking vroeger erger waren dan vandaag.

Ik heb de indruk dat bij alle andere factoren die een oorlogssyndroom kunnen doen ontstaan een belangrijke factor ontbreekt: de geringere bereidheid in onze westerse wereld om zich te lenen tot zinloze gevaarlijke oor-logen; het ongeloof in leiders en in militairen die zo maar beslissen tot het inzetten van mensenlevens.

Het is de gezonde kritische houding van de burger die historici achteraf commentaar hoort geven op de dwaasheden van voorbije oorlogen; het niet meer aanvaarden van het vaderland als het hoogste goed, waarvoor desnoods de laatste onderdaan moet sneuvelen. Aan het sprookje van de verheerlijking van de oorlogshelden komt stilaan een einde. Dat is een grote stap vooruit. De burger begint aan zijn echte emancipatie.

 

Terug naar inhoud Nieuwsbrief