Reacties op vragen/dilemma’s van Wout Klein Haneveld

Dilemma’s bij gezondheidszorg en vredesvraagstukken

Reactie 1 door: Auke van der Heide

Op de uitnodiging om te reageren op de dilemma’s bij het innemen van standpunten bij gezondheidszorg en vredesvraagstukken van Wout Klein Haneveld, wil ik graag ingaan. Wout roert een belangrijk thema aan. Een thema dat in een iets andere vorm op dit moment ook in de Bondsrepubliek Duitsland speelt bij de discussies over de rol van linkse politici in de jaren zestig. Het gaat er om of je naar het verleden kijkend altijd blijvend je standpunten die je ooit hebt ingenomen kunt verdedigen of dat je terugkijkend regelmatig moet vaststellen dat deze fout zijn geweest. Om een eerlijk antwoord op deze vragen te krijgen is het naar mijn mening van belang eerst vast te stellen hoe de antwoorden destijds tot stand gekomen zijn. Ik meen vast te kunnen stellen dat de standpunten die de NVMP ingenomen heeft gebaseerd zijn op twee zaken:

1. Algemene uitgangspunten

Oorlog en met name een atoomoorlog is een ziekte waar geen of in ieder geval heel weinig curatieve middelen voor zijn. Omdat dit laatste helaas maar al te waar is zijn we tot de overtuiging gekomen dat preventief optreden het middel is dat gebruikt moet worden. Een probleem van preventie is dat je succesvolle preventie niet direct opmerkt en dat succes altijd vele meesters heeft.

Een tweede uitgangspunt is dat wij dachten en denken dat de internationale rechtsorde van groot belang is, een belang dat uitgaat boven de nationale belangen van de westerse wereld.

2. Specifiek op het probleem toegesneden argumenten

Dit is moeilijk omdat we hierin mede afhankelijk zijn van de informatie die ons op een bepaald moment ter be-schikking staat. Wat ter beschikking staat is deels een kwestie van ijverig zoeken naar gegevens en bronnen. Helaas is ook een deel gebaseerd op propaganda en desinformatie, vaak heel subtiel: Palestijnen komen om bij rellen, IsraŽliers worden vermoord. Soms worden regelrechte leugens verkondigd. Denk aan het snikkende meisje dat voor een commissie van de Amerikaanse senaat vertelde hoe Irakese soldaten Koeweitse baby’s uit de couveuse hadden gehaald waardoor deze kinderen stierven. Dit bleek een in scŤne gezette getuigenis. Ook de voorlichting van de NAVO bij de oorlog tegen JoegoslaviŽ muntte uit door propaganda waarbij begrippen als collateral damage eufemistisch gebruikt worden. Als we bovenstaande uitgangspunten gebruiken zijn dit toch wel ijkpunten die van groot belang zijn. Ik denk dat het onmogelijk is om te bepalen of bepaalde standpunten onjuist waren of niet. Immers de loop van de gebeurtenissen is niet meer terug te draaien en wat deze loop zou zijn geweest indien de machthebbers gedaan zouden hebben wat wij gezegd hadden, is een vraag die nooit te beantwoorden is.

Ook in de geneeskunde gebeurt het regelmatig dat inzichten veranderen door een toename van kennis en dat therapieŽn die voorheen als beste bekend waren obsoleet worden. Toch waren de therapieŽn naar beste weten ontwikkeld.

Een enkel punt uit Wouts betoog wil ik nu aan een nadere beschouwing onderwerpen: "onze naÔviteit ten opzichte van de Russen." Wij zijn groot geworden met een geweldige angst voor de Russen. Het enorme land vormde een duistere bedreiging en miljoenen leden onder het daar heersende schrikbewind. Nederland was samen met de andere NAVO-landen tot de tanden bewapend en het leek een uitzichtloze toestand. Totdat met of zonder opzet de bom zou barsten en er een einde aan de beschaving zou komen konden we in leven blijven. De Cuba-crisis bevestigde deze bange vermoedens. Deze uitzichtloze toestand is toch beŽindigd. Dat gebeurde door mensen die door grote groepen in de maatschappij werden beschimpt en verdacht gemaakt. Willy Brandt werd als een landverrader gezien. Michael Gorbatschow werd door Helmut Kohl vergeleken met Goebbels. Toch hebben mensen de moed gehad om door te gaan. Sommigen, zoals Brandt, werden verraden; anderen, zoals president Sadat, zelfs vermoord. Dat na afloop opeens Kohl en Reagan de vredes-apostelen zijn geweest kan men hooguit verrassend noemen.

Waar ik me heel boos over kan maken is de brutaliteit waarmee mensen als Bolkestein het lef hebben anderen ter verantwoording te roepen terwijl ze zelf altijd zorgvuldig hun mond hebben gehouden in kwesties als Zuid-Afrika,Vietnam, Chili, ArgentiniŽ enz. enz., ja sterker, het misdadig optreden in deze landen vaak actief gesteund hebben. Wat Saddam Hoessein betreft is er in het geheel geen sprake van rechtvaardigheid doch uitsluitend de macht over olievoorraden die de leidraad vormt in de door het westen gevolgde politiek. Werd Hoessein niet geweldig gesteund door het westen in zijn oorlog met Iran? Hoe kun je nog van ons als NVMP een zuiver standpunt verwachten temidden van een baaierd van onrecht? Wij kunnen hooguit vaststellen dat Saddam gebruik maakt van de boycot die tegen Irak is ingesteld bij het terroriseren van zijn eigen bevolking, waardoor veel onschuldigen lijden. Dit wapen tegen zijn eigen mensen moet hem ontnomen worden. Het blijkt toch dat de boycot niet helpt om Saddam zelf weg te krijgen. Dat betekent dat een therapie waarvan we oprecht hoopten dat hij effectief zou zijn dit in de praktijk niet blijkt te zijn. De algemene situatie in de wereld is na het beŽindigen van de Koude Oorlog sterk gewijzigd. Ik zeg hier niets nieuws mee. Toch denk ik dat dit aanleiding moet zijn om ons opnieuw te bezinnen over allerlei vraagstukken die gezondheidszorg en vredesvraagstukken betreffen. Ik denk dat Wout dit in zijn stuk ook duidelijk maakt. Kan het niet zijn dat wij ons moeten ontwikkelen in de richting van een soort PSR waarbij een veel nauwere samenwerking met de ‘Johannes Wier stichting’ en met de medische afdeling van ‘Amnesty International’ voor de hand zou liggen? Door de internationale politiek kritisch vanuit medisch oogpunt te beschouwen kunnen we misschien komen tot een bredere beschouwing. Wanneer we de internationale toestand bekijken zien we dat staten vaak op een pathologische wijze met elkaar omgaan. Deze pathologie vaststellen en daarvoor een redelijke therapie voorstellen is typisch een benadering die bij ons artsen hoort. Laten we de discussie in deze richting leiden. Ik hoop dat velen zullen reageren.

 

Reactie 2 door: Carol de Jong van Lier

De door Wouter Klein Haneveld geponeerde vijf dilemma’s zijn een fundamentele discussie waard. Niet dat daar een kant-en-klare oplossing uit zal komen. Tevens zal blijken dat meningen fundamenteel kunnen (en zullen) botsen. Er zal heftig gerea-geerd worden door sommigen, gematigder door anderen. In ieder geval zijn meningsverschillen, dus bronnen voor conflicten, te verwachten.

Waarom slaan wij, in tegenstelling tot naties, elkaar dan niet letterlijk om de oren? Heeft dat misschien te maken met het feit dat wij een opvoeding hebben gehad die dat verbood? Ons wordt gevraagd op de dilemma’s die Wouter ons voorlegde, te reageren. Ik hoop dat bij de redaktie veel opinies binnenkomen. Voor zover mogelijk wil ik ze alle vijf langslopen.

1. De relatie met militaire artsen zou van NVMP-zijde niet als relevant zijn beschouwd

Dit is slechts ten dele waar. Tijdens het voorzitterschap van van der Heide zijn door hem en mij (als secretaris) contacten gelegd met de vereniging van officieren-arts. Dit heeft geresulteerd in een bezoek van een hunner hooggeplaatsten aan het congres in Antwerpen. Pogingen om het contact uit te breiden en te activeren zijn door geringe respons van die zijde zonder resultaat gebleven. Het zou zeker de moeite waard zijn de draad weer op te pakken.

2. Waren wij naÔef tegenover de Russen in de tijd dat Chazow co-president van IPPNW was?

Ik betwijfel dat. Het was in die tijd dat de andere co-president, Lown, tijdens een internationaal IPPNW-congres, ik meen in Keulen, de groep Nederlandse deelnemers bezocht en waarschuwde al te simpel te denken over de houding van ‘de Russen’. Maar om de nucleaire bewapening te kunnen beheersen hadden we samenwerking met hen nodig. Deze boodschap gaf Lown ons mee. Het bestaan van de Goelag-archipel werd niet ontkend, was een ernstige schending van de mensenrechten. Een atoomoorlog echter zou een nog ernstiger, wellicht wereldvernietigende gebeurtenis zijn.

Dit uitgangspunt en niets meer, was dan ook de aanleiding tot samenwerking van de twee. Een consensus met Russen op het nucleaire terrein betekende niet dat wij accoord gingen met de concentratiekampen en zogenaamde psychiatrische inrichtingen.

Het bestrijden van het ene euvel betekent nog niet het goedkeuren van een ander. Er werd dus wel stilgestaan bij onze houding ten opzichte van de Russen.

3. Inderdaad is de Iraakse toestand een moeilijk op te lossen probleem

Het heeft te maken met de politieke wanstructuur van het land. Overigens komt het mij voor dat de binnenlandse politieke situatie van veel landen in het Midden-Oosten cultureel anders in elkaar zit dan dat in de West-Europese het geval is. Dat neemt niets weg van het feit dat de willekeur van de dictator in het geval Irak in strijd moet worden geacht met de normen die internationaal worden toegekend aan het begrip ‘menselijkheid’. De voormalige European vice-president van IPPNW prof. Gottstein bezocht enige malen het geteisterde Irak en signaleerde de wantoestanden, zowel in als buiten dat land. Dat men hier verder machteloos staat is een feit dat geaccepteerd zal moeten worden. Het accepteren van ‘inoperabele’ zaken is medici niet vreemd. Men kan trachten - om medische redenen - voedselhulp- en ziekenhuishulp te regelen zonder dat de dictator en zijn kliek hiervan de vruchten zou kunnen plukken.

4. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor Kosovo/Milosevic

5. Betreft genocide met als voorbeeld Srebenica. ‘De houding van onpartijdigheid in BosniŽ was desastreus’

Zeker is dit juist. Het is vergelijkbaar met toezien bij zogenaamd zinloos geweld op straat. Ook daar zijn weinig omstanders geneigd hulp te bieden uit angst zelf erbij betrokken te worden. De aanwezigheid van ‘blauw’ zou geweld kunnen indammen. Zo ook zou een internationale politiemacht die niet alleen de belangen van de leden van de veiligheidsraad behartigt maar die meer vanuit een opdracht in het algemeen belang opereert, ordehandhavend kunnen optreden. De vraag is of de NVMP (c.q. IPPNW) als vereniging hierover een geneeskundig-gerelateerde visie moet vormen.

Welke van bovenstaande dilemma’s zouden specifiek door de NVMP moeten worden behandeld?

Om deze vraag te beantwoorden moet het doel van de NVMP voor ogen worden gehouden: Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken (!). Gezondheid en de zorg daarvoor is in alle geweldsituaties meestal ver te zoeken. Vanuit dat standpunt wordt visie vereist bij alle geweld. Wat dat betreft echter zou de NVMP niet ex professione bezig zijn, maar zich bewegen op niet-medisch gebied. En de vraag is hoe dat zich rijmt met de specifieke NVMP-doelstellingen. Deze algemene doelstellingen kunnen de NVMP-leden mijns inziens beter via bijvoorbeeld andere algemene vredesgroepen bereiken.

Samenvattend

* Wel moet via contacten met de militaire geneeskundigen, waaronder ook tandartsen en verpleegkundigen, getracht worden de krijgsmacht te beÔnvloeden (dilemma 1).

* Wel moet de nucleaire (stralings) dreiging om redenen van genetische veranderingen en verandering van de fysieke leefomstandigheden die pathogeen zijn geworden, als medische zaak worden gezien en dus een item voor de NVMP zijn (dilemma 2).

* Wel moet stelling worden genomen tegenover het boycotbeleid tegen Irak omdat (vooral) de (kinder)sterfte daardoor onaanvaardbaar hoog is geworden. (Dat de burgerbevolking geweldig gebrek lijdt maar de machthebbers niet, is meer een zaak voor algemene mensenrechtenclubs) (dilemma 3).

* Hoe treurig de toestand in Kosovo ook is, dit lijkt mij geen taak voor de NVMP, wel b.v. voor Juristen voor de Vrede (of Ialana) (dilemma 4).

* Niet moet een specifieke NVMP-visie worden ontwikkeld omtrent Srebenica. Dit houdt verband met een orde-handhavend aspect, niet met een medisch aspect (dilemma 5).

* Toegevoegde stelling (over DU): zolang er gegronde verdenking is dat depleted uranium negatieve gezondheidsgevolgen zou kunnen hebben en deze stof op grote schaal in een oorlog is gebruikt, kan het een taak van de NVMP zijn zich hiermee bezig te houden. En know-how is in huis!

Voorts moet het buitengewoon worden gewaardeerd dat een voor-malige voorzitter van onze vereniging dit onderwerp aan de orde heeft gesteld.

Reactie 3 door: Marten van Wijhe

1. Naar aanleiding van een referaat gehouden in de januaribijeenkomst van de afdeling Drente-Groningen kwam de positie van de militaire geneeskunde zijdelings aan bod. Militaire artsen dienen twee meesters: hun overheid en hun patiŽnt. Daar zit een onoverkomelijk tegengesteld belang in, zoals uit veel historisch werk blijkt. Discussie dienaangaande, zeker als er een derde partij hulpbehoevende burgers ter plekke bij komt, is zeker zinvol.

2. NaÔviteit t.a.v. de ‘Russen’: deze is van beschamende omvang geweest. Zie ook de gang van zaken rond de destructie van de restanten variola virus, waarbij zij de kans zagen er een biologisch wapen van te maken.

3. Veel mensen in landen met dictatoriale regeringen, die ook nog van hun eigen volk stelen, hebben het niet leuk. Ik kom in Nigeria en Birma met hulpprogramma’s die arme patiŽnten ten goede komen, met hulp van hun overheidsorganen. Dat schept veel tegenstrijdige indrukken en gevoelens. De bevolking van Irak zit in een vergelijkbaar, maar erger schuitje. Wederom: discussie is zinvol.

4 en 5. Zeer moeilijke materie, maar Cleveringa heeft toch het voorbeeld gegeven hoe men met HitleroÔden om dient te gaan. Hij liep daarbij groot persoonlijk gevaar.

6. Het gedoe rondom de vermeende effecten van verarmd uranium verdoezelen de hoofdzaken: a. verarmd uranium is bedoeld om andere mensen efficiŽnt te vernietigen en b. soldaten zijn mensen die op chronische onzekerheid en kromheid van motieven reageren met functioneel somatische klachten zoals er zo vele zijn in onze cultuur. Wellicht dat er in de afdelingen nog eens gewerkt kan worden aan deze thema’s.

 

Terug naar inhoud nieuwsbrief