Dilemma’s bij gezondheidszorg en vredesvraagstukken

In onze publicatie ‘Kernwapens: doodgewoon’, 30 jaar NVMP, komt oud-voorzitter Wout Klein Haneveld aan het einde van zijn relaas met vijf vragen/dilemma’s. Hieronder volgt zijn betoog. Hoe kijken wij daar nu tegenaan?

"De bedreigingen van oorlog en geweld zijn anders, maar waarschijnlijk groter dan tien jaar geleden. Wat de positie van de NVMP en van mijzelf als persoon moet zijn, is mij niet steeds duidelijk. Een aantal onder-werpen die mij het afgelopen jaar hebben geraakt, geven mijn dilemma’s weer".

1. In 1989 en 1994 werd de relatie met militaire artsen als nauwelijks of niet relevant voor de NVMP gezien. Nu blijkt dat we de contacten met militaire artsen wellicht te minimaal hebben gelaten, gezien de inzet en taak van ons leger en situaties als Srebenica, medical neutrality en dergelijke. Hadden we onze stem moeten laten horen?

2. Wat betreft ‘principes versus vuile handen’: Bolkenstein ging in op de rol van personen die situaties in de voormalige Sovjet-Unie ondersteunden. Hoe kijken wij terug op de IPPNW-relatie met Chazov en anderen? Cleveringa zei in 1940 dat zwijgen soms halve medeplichtigheid kan betekenen. Hebben we ooit binnen de NVMP stilgestaan bij de vraag of we na´ef waren ten aanzien van ‘de Russen’?

3. Het lijden van het volk van Irak is ons uitgebreid bekend: de kinderen, de Koerden, de sjiieten. De leider van IPPNW-Irak werd vermoord, waarschijnlijk op last van de regering. Max van der Stoel noemt het Iraakse regime een van de meest onderdrukkende die er zijn. En wij protesteerden wel tegen de Golfoorlog en de boycot, maar we ontketenden geen actie om Saddam te be´nvloeden. Ik ben er niet uit.

4. Kosovo: Albanese collega’s vroegen de IPPNW in de periode dat ik vicepresident was van de Europese IPPNW (1993-1995), er meer aan te doen dat Kosovo de eigen rechten terugkreeg. Na afloop van de oorlog om Kosovo in 1999 vroeg Joshka Fischer op indrukwekkende wijze aan zijn achterban of deze vond, dat Milosevic de Nobelprijs voor de Vrede moest krijgen - in onze gelederen was het moeilijk een mening te vinden. In 1999 protesteerde de IPPNW w╦l tegen de inzet van militair geweld, maar voerde in de jaren ervoor en erna geen actie om Milosevic te be´nvloeden. Voor mij verwarrend en onvoldoende besproken binnen de vereniging.

5. VN-rapport over Srebenica en ik citeer: ‘De kardinale les van Srebenica is, dat een bewuste en systematische poging tot terroriseren, ver-drijven en uitmoorden van een heel volk moet worden geconfronteerd met alle noodzakelijke middelen en met de politieke wil om dat beleid tot zijn logische conclusie door te voeren’. De houding van onpartijdigheid in BosniŰ was desastreus. Had de NVMP daar een visie op?

Leden die een mening hebben over een van de vijf punten, worden uitgenodigd te reageren. Ik zou een zesde dilemma toe willen voegen. Momenteel speelt het vraagstuk van verarmd uranium (depleted uranium, DU). De NVMP vindt het moeilijk om stelling te nemen, immers de daadwerkelijke effecten voor gezondheid van DU lijken onduidelijk. Maar is het daarom verstandig om niets te zeggen? Ook hierover willen wij graag uw mening horen. De NMVP, dat zijn wij allemaal.

Terug naar inhoud Nieuwsbrief