Ook Defensie plaatst kanttekeningen bij de ontwikkeling van het Amerikaans raketschild

Door: Ferry Zoutenbier

Het is de bedoeling dat de Amerikaanse president dit jaar beslist over de invoering van een National Missile Defense (NMD). De plannen voorzien in bescherming van het hele Amerikaanse grondgebied tegen ballistische raketten van ‘risico-staten’, zoals Noord-Korea, Irak, Iran en Libië.

De beslissing van president Clinton zal mede afhangen van de evaluatie van de mislukte test die eerder deze maand heeft plaatsgevonden, althans dat verklaarde de Amerikaanse minister van Defensie William Cohen kort daarvoor nog in Brussel. Bij de invoering van een Amerikaans Raketschild zijn veel vraagtekens te plaatsen, vinden twee Clingendael-medewerkers, generaal-majoor der mariniers b.d. mr.drs. Cees Homan en drs. Bert Kreemers. In de onlangs van hun hand verschenen Clingendael-publicatie NMD: de Amerikaanse waterlinie plaatsen zij een aantal kanttekeningen.

De eerste kanttekening gaat over de dreiging die uitgaat van Noord-Korea dat door het Pentagon als ‘schurkenland nummer-1’ is aangemerkt. De Amerikaanse inschattingen over het Noord-Koreaans potentieel hebben in de afgelopen jaren een scherpe wending gemaakt. Dat is niet te herleiden uit feitelijke ontwikkelingen, maar is volgens de auteurs voornamelijk te verklaren uit een gewijzigde systematiek bij de beoordeling van de activiteiten van Noord-Korea op het gebied van ballistische raketten. Zo achten de Verenigde Staten het aannemelijk dat na slechts één proeflancering een ballistisch systeem volledig operationeel inzetbaar is. Wat Noord-Korea betreft gaat het daarbij om een overigens mislukte proef met een drietraps uitvoering van de Taepo Dong-1 raket op 31 augustus 1998. Gold bij de vaststelling van de dreiging tot enkele jaren geleden dat het vasteland van de Verenigde Staten onder het bereik van ballistische raketten moest liggen, in de laatste inschatting zijn ook korte-afstandsraketten als bedreiging aangemerkt, voorzover zulke wapens delen van Alaska en Hawaï zouden kunnen bereiken.

Tenslotte is in de analyse van de Amerikaanse inlichtingendiensten een beoordeling van de politieke en economische ontwikkelingen in Noord-Korea achterwege gebleven. Nu Noord-Korea na jaren van forse economische achteruitgang, hongersnood en zware tegenslagen als gevolg van natuurrampen contacten met het buitenland, zoals Zuid-Korea, de Verenigde Staten en Europa zoekt, ligt het volgens het schrijversduo voor de hand na te gaan of een dergelijke koerswijziging mogelijkheden biedt voor een verbetering van de betrekkingen. De Verenigde Staten hebben Rusland een ‘joint intelligence assessment’ van deze dreiging aangeboden. De auteurs achten het wenselijk dat ook de Europese bondgenoten van zo’n aanbod gebruik kunnen maken. Zij noemen het een noodzakelijke voorwaarde om tot een gefundeerd oordeel over de aard en de omvang van de dreiging te komen.

Haalbaarheid

Een tweede kanttekening plaatsen de schrijvers bij de technische haalbaarheid van het raketschild. Tot nu toe uitgevoerde proefnemingen mislukten of de opzet daarvan werd zover teruggeschroefd dat van een realistische nabootsing van de omstandigheden waaronder het systeem moet werken, geen sprake is. Na een eventueel besluit tot invoering zal nog een reeks major flight test milestones volgen die essentieel zijn om de effectiviteit van het systeem uit te testen.

In de huidige opzet van van de NMD is het mogelijk met relatief eenvoudige tegenmaatregelen de verdediging te omzeilen. Ook biedt het raketschild geen bescherming tegen het op andere manieren inzetten van massavernietigingswapens tegen Amerikaans grondgebied en Amerikaanse doelen. Naast onzekerheden op het technische vlak, heersen grote onzekerheden op financieel gebied. Aan onderzoek is tot dusverre meer dan veertig miljard dollar uitgegeven. Invoering van een beperkt aantal onderscheppingsraketten, waarover trouwens pas over twee jaar een beslissing zal worden genomen, kost aan directe investeringen minstens elf miljard dollar. De kosten om het systeem twintig jaar lang in bedrijf te houden liggen tussen de veertig en tachtig miljard dollar. Terwijl bijkomende systemen, zoals waarnerningssatellieten, radarcomplexen, gevechtsleidings en commando-voorzieningen ook nog eens tientallen miljarden dollars vergen.

ABM-verdrag

Een derde kanttekening plaatsen de Clingendael-medewerkers bij de mogelijkheden om het van 1972 daterende ABM-verdrag aan te passen. Dat verdrag verbiedt de plaatsing of ontwikkeling van in de lucht, ter zee, in de ruimte of mobiel op land op te stellen ABM-systemen met de hierbij behorende radarinstallaties. Het ontzegt de Verenigde Staten en Rusland tevens de mogelijkheid om luchtdoelraketten tegen intercontinentale ballistische raketten te testen. Op dit punt zijn beide landen in 1997 nog een aantal verfijningen en verduidelijkingen ter afbakening van ABM-systemen en andere van dit soort verdedigings-systemen overeengekomen. Het verdrag is voor onbepaalde tijd gesloten, maar kan op grond van zwaarwegende nationale belangen worden opgezegd met een opzegtermijn van zes maanden. De Amerikaanse regering streeft alleen veranderingen na die passen in de door haar voorziene opzet van NMD.

Afgezien van de Russische weigerachtigheid op dit gebied is het volgens Homan en Kreemers zeer de vraag of de door de Amerikaanse regering nagestreefde ‘bescheiden aanpassingen’ kunnen rekenen op de instemming van de Amerikaanse Senaat, waar zich een krachtige stroming aftekent om veel meer ruimte voor de invoering van een uitgebreider verdedigingssysteem te scheppen en het ABM-verdrag in zijn geheel op te zeggen. Omdat de Amerikaanse regering zulke aanpassingen en eerder overeengekomen verfijningen van het ABM-verdrag ter goedkeuring aan de Senaat moet voorleggen, zal het wellicht tot na het aftreden van de volgende Amerikaanse president duren, voordat zekerheid over de toekomst van het ABM-verdrag kan worden geboden. Het zijn met name de Europese landen die op het behoud van dit voor wapenbeheersing zo belangrijke verdrag hameren.

Bron: Defensiekrant 6 juli 2000.

De Defensiekrant is een wekelijks uitgave van de directie Voorlichting van het ministerie van Defensie, bestemd voor het gehele Defensiepersoneel. Dit artikel is van de hoofdredacteur van bovengenoemde krant, Hans van Zwet.

De huidige Amerikaanse regering hecht zeer aan het oordeel van de Europese bondgenoten en Canada. Groot-Brittannië, Canada en Denemarken zijn rechtstreeks betrokken bij de invoering van NMD, omdat Canada deel uitmaakt van een gezamenlijk waarschuwingssysteem en zich op het grondgebied van Groenland en Groot-Brittannië voor het verdedigingssysteem benodigde radarstations bevinden. Zonder de medewerking van deze drie landen is de Amerikaanse waterlinie zo lek als een mandje.

Terug naar inhoud Nieuwsbrief