Viervijfde van de wereldbevolking leeft in niet-democratisch bestuurde staten

Democratie en de politieke militaire besluitvorming

Door: Jef De Loof

Democratie

Democratie is een staatsvorm waarbij 'het volk zichzelf regeert en vrijelijk zijn meningen en wensen kan uiten'. In de praktijk gebeurt dit 'zelfbestuur door het volk' gewoonlijk door vrije en algemene verkiezing van personen die beschouwd worden als vertolkers van de wensen van het volk. Deze volksvertegenwoordigers bepalen door voorstellen, bespreken en stemmen van wetten en besluiten het reilen en zeilen van de maatschappij. De algemene politiek en de uitvoering ervan vertrouwen ze echter toe aan een regering, waarvan ze de samenstelling en algemene beleidsverklaring goedkeuren, en die ze het vertrouwen kunnen ontnemen als ze niet meer akkoord gaan met het ge-voerde beleid. Gewoonlijk hebben we dus te maken met een 'getrapte' democratie, waarbij het volk de beleidsmensen niet rechtstreeks verkiest en bewaakt, maar dit overlaat aan hen die het als zijn vertegenwoordigers heeft gekozen, en die op hun beurt het bepalen van de algemene gang van zaken overlaten aan een regerende top.

Het aantal landen met een democratische staatsvorm is in de loop der eeuwen geleidelijk gegroeid. Toch gaat het nog altijd om een minderheid. Van de 191 staten zijn er slechts

80 waar vrije verkiezingen worden gehouden. Viervijfde van de wereldbevolking leeft in niet-democratisch bestuurde staten, waarin de bewindvoerders eigenmachtig bepalen wat goed of slecht is voor het land. In een groot aantal van die staten heerst een echte dictatuur: ťťn persoon of beperkte clan oefent er een alleenheerschappij uit.

Naast de toename van het aantal democratisch bestuurde landen zien we binnen deze democratieŽn een trage groei van de echte inspraakmogelijkheden van het volk en van de vrijheid van meningsuiting van elke burger.

Dictaturen zijn in elk geval verwerpelijk. Zelfs al kunnen ze aanvankelijk tot positieve ontwikkelingen in de maatschappij leiden, ook deze zogenaamde 'verlichte dictaturen' ontsporen altijd omdat de machtshebber niet in staat is de wensen en gevoelens van het volk te peilen. Als dictator zijn ze uiteraard zelf eigenzinnige en absolute betweters. Bovendien worden ze altijd omringd door lieden die verkeerde berichten doorgeven, verdraaid door hun neiging tot gevlei bij de machtshebber en gestoeld op eigen belangen en verzuchtingen. De stem van het volk wordt altijd bijgewerkt of gesmoord.

Is de democratie veruit te verkiezen boven de dictatuur, dan betekent dit nog niet dat we onze huidige democratie een ideale staatsvorm kunnen noemen. DemocratieŽn zijn een af-straling van wat leeft bij het volk. Weet het volk wat het wil, is het kritisch, goed geÔnformeerd en actief deelnemend aan het beleid, dan benaderen we ongetwijfeld een ideale democratie. Absolute voorwaarden voor een echt 'zelf regeren door het volk' zijn: openheid vanwege beleids-personen en beleidsorganen; exacte, eerlijke en voldoende informatie; duidelijkheid, transparantie en motivering van de beleidsvoering. Tot nu toe ontbreken deze voorwaarden, zodat we eerder van een formele dan van een echte democratie kunnen spreken. Erger, je krijgt de indruk dat men, in plaats van te werken aan het realiseren van deze voorwaarden, de omgekeerde weg opgaat naar meer on-duidelijkheid en minder transparantie.

Je zag het nooit scherper dan in de jongste Amerikaanse verkiezingen. Geld en show bepaalden er in toenemende mate het stemgedrag. De in-houd van het programma was bijzonder onduidelijk en leek in de eerste plaats geÔnspireerd door opiniepeilingen die de bevolking ondervroegen naar hun voorkeur in verband met maatschappelijke problemen. Geen wonder dat weinig verschil kon ge-vonden worden tussen de vaag geformuleerde standpunten van beide kandidaten. In het land dat zich het meest democratische land ter wereld noemt heeft men het middel gevonden om formeel op een onweerlegbaar democratische manier verlopende verkiezingen, totaal te ontkrachten als middel om de stem van het volk te laten gelden.

Ook wij gaan dezelfde weg op. De grootste partijen verschuiven meer en meer naar het centrum, zijn onduidelijk en blijven zeer algemeen als het concrete problemen betreft. Coalities achteraf maken dat de kiezer niet weet of zijn stem naar een progressief of meer conservatief beleid zal gaan. Partijtucht maakt dat ook het kiezen voor een bepaalde kandidaat geen oplossing biedt. Anderzijds geeft die vaagheid dan ook meer kansen aan partijen die een duidelijk programma hebben, maar op een simplistische manier misbruik maken van de onvrede van de kiezers. Gelukkig beginnen de politici zelf dit ook te beseffen en lijkt er sinds kort een neiging te zijn om duidelijker standpunten in te nemen.

De democratie wordt ook bedreigd door toenemende centralisatie, waarbij de politiek op grotere afstand van de burger wordt bedreven. Zo worden belangrijke, richtingbepalende beslissingen door de Europese Gemeenschap genomen, een niveau waarop de democratische inspraak gemakkelijk kan worden weggedrukt. In de Europese Gemeenschap heeft het parlement immers veel minder invloed dan in de afzonderlijke staten. Uiteindelijk wordt de algemene politiek er niet bepaald door het democratisch verkozen parlement, niet door de commissie, maar door de regeringshoofden, zeg maar door de regeringshoofden van een paar machtige landen, die in de eerste plaats rekening houden met eigen macht en economische voordelen. Helemaal ondemocratisch wordt het voor de rest van Europa. Voor de vele landen die mettertijd nog zullen toetreden zal het een kwestie worden van nemen of laten, zonder enige inspraak in de structuren, opgelegd door het paar landen dat vandaag de gang van zaken in de Europese Unie bepaalt.

Sterker nog is de aantasting van de democratie op mondiaal vlak door de Verenigde Staten. Langs internationale organisaties, zoals de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, willen ze de mondialisering doordrukken over de hele wereld, waardoor elk land verplicht wordt een bepaald economisch model te volgen dat het recht van de sterkste bevordert en een sociaal beleid bemoeilijkt.

Deze ontwikkelingen mogen ons geloof in de mogelijkheid van een echte democratie niet aantasten. Stilaan wordt de burger kritischer en minder bespeelbaar. Hierbij wordt hij geholpen door een groeiend aantal organisaties die hem informatie en inzicht verschaffen.

Militaire besluitvorming en democratie

Het is opvallend hoe de democratische inspraak vermindert naarmate het over belangrijker beleidszaken gaat. Zo is de besluitvorming op het terrein van Buitenlandse Zaken en van Defensie nooit op democratische wijze gebeurd.

Wie herinnert zich niet de tijd van de plaatsing van de Kruis- en Pershing-raketten in Europa. Heel Europa door maakten massale betogingen het duidelijk dat de bevolking zich verzette tegen die opgedrongen overbrenging omdat ze er zich van bewust was dat hierdoor het antwoord van de Sovjet-unie op een aanval vanuit het Westen het kwetsbare dichtbevolkte Europa zou treffen en vernietigen. Toch kwamen ze er. In BelgiŽ, waar uiteindelijk met veel moeite een parlementair debat over deze kwestie werd afgedwongen, waren ze al onderweg toen het debat nog aan de gang was.

Vandaag zien we hetzelfde gebeuren. Militaire oorlogsvoorbereiding wordt zoveel mogelijk onttrokken aan de openbaarheid. Zo pas nog heeft Javier Solana getracht de gegevens in verband met de Europese bewapening tot geheime materie voor de Europese Gemeenschap te doen erkennen. Op aandringen van de NAVO, maar ook van een aantal lidstaten als Frankrijk en Duitsland, werd een voorlopig besluit goedgekeurd dat documenten op gebied van buitenlands- en veiligheidsbeleid en de militaire en niet-militaire crisisbeheersing ontoegankelijk moet maken voor het publiek. De Belgische regering stemde voor. Alleen Nederland, Zweden, Denemarken en Finland stemden tegen.

De wijze waarop tot de oprichting van een Europees leger besloten werd en dit nu in alle haast wordt afgewerkt is een aanfluiting van alle democratische beginselen. Alles wordt bedisseld door enkele mensen. Het gaat nochtans om een voor Europa zeer belangrijke zaak die de latere defensiepolitiek van Europa zal bepalen en anderzijds zware economische gevolgen voor heel Europa zal hebben.

Militairen blijven zich vastklampen aan het verleden

Wichtiger ist immer das was heute geschieht.

Wer sich in die Historie zurŁckzieht, ist feige.

Paul Hindemith 1931

(Belangrijker is steeds wat nu gebeurt. Wie zich in het verleden terugtrekt is laf).

Is het een gevolg van hun verheerlijking van vroegere roem en heldhaftigheid, van hun hang naar roem en decoraties? In elk geval denken militairen meestal in het verleden, bereiden ze nieuwe legers, nieuwe oorlogen voor alsof het altijd om dezelfde veldslagen zou gaan, waarvan het uiteindelijk resultaat alleen afhangt van de kwaliteit en de capaciteit van hun materiaal. Van de slagkracht van hun kernwapens, de elektronica van hun vliegtuigen, de vernietigingskracht van hun oorlogsbodems. Ze hebben nauwelijks gemerkt dat sinds vijftig jaar het strijdtoneel totaal is veranderd en subversieve, infiltrerende en guerilla-activiteiten de grootste bedreiging gaan uitmaken.

Voor ieder democratisch en weldenkend mens zou over een zo belangrijk project als het oprichten van een Europees leger eerst grondig moeten nagedacht worden. Als eerste stap zou een uitgebreid debat gevoerd moeten worden, niet alleen in het Europees Parlement, maar ook in de nationale parlementen, over alle elementen die met de Europese defensie te maken hebben.

In de eerste plaats zou gestemd moeten worden over het principe zelf van de Europese defensie en nadien over de wijze waarop men die wenst te realiseren. Vooraleer dit project verder uit te werken moet men het eens zijn over de volgende vragen en opeenvolgende stappen: Wat bedoelt men met Europese defensie? Gaat het om het verdedigen van Europa tegen eventuele aanvallers? Of gaat het ook over offensieve militaire aanvallen tegen hen die ons economische schade zouden kunnen berokkenen? Of gaan we nog verder en willen we zoals de NAVO een politierol spelen over de hele wereld? Hebben we daar het recht toe? Hoe zullen we de besluitvorming over dergelijke oorlogen organiseren?

Als hierover een akkoord bereikt is kunnen politici, samen met militairen, een voorstel doen over de mensen, manschappen, wapens en logistieke diensten die we hiervoor nodig hebben.

Als de doelstellingen geformuleerd zijn, de plannen uitgewerkt en kosten en baten berekend, volgt hierover een debat in het Europees Parlement en in de nationale parlementen. En, omdat het over een belangrijke zaak gaat met gevolgen op lange termijn, zou het aangewezen zijn er eventueel een Europees referendum over te organiseren.

Nu vliegt men er zo maar in. Men spant de kar voor de wagen. Men begint onmiddellijk met het aanduiden van commandanten, het bestellen en aankopen van hoogtechnologisch legermateriaal, zonder te weten waarvoor het moet dienen. Als men eerst rustig zou beraadslagen over de grond van de zaak, over de verdediging van Europa tegen de echte gevaren waaraan het blootstaat, zou het heel goed kunnen gebeuren dat men tot het besluit komt: dat Europa de volgende decennia niet bedreigd wordt door een grootscheepse aanval van buiten uit en voor zijn verdediging dus geen zeer gesofistikeerd materiaal en uitgebreid leger nodig heeft. Dat eventueel, zeker als we ons agressief gedragen tegenover de buitenwereld, terroristische aanslagen, kapingen en sabotage mogelijk zijn, waartegen een leger niets kan verrichten.

Dat we ons beter onthouden van interventies buiten Europa, ook om humanitaire redenen, gezien de dikwijls desastreuze gevolgen van die interventies in het verleden. Als we er in uitzonderlijke gevallen toch zouden toe besluiten, dat we best kunnen helpen met transportmateriaal en aangepaste beperkte bewapening.

Dat we die interventies best overlaten aan de Verenigde Naties en dus in de UNO besprekingen er voor ijveren dat deze organisatie doelmatiger kan werken en over een aangepaste interventiemacht beschikt voor hoofdzakelijk vredeshandhavende missies.

Dat we ons vooral toeleggen op echte preventie van oorlog en hiervoor voldoende middelen ter beschikking stellen en ons meer en effectiever inzetten voor preventie op lange termijn door de kloof tussen Noord en Zuid te dempen. Georges Robertson, de huidige secretaris-generaal van de NAVO, schrijft echter simplistisch en alwetend in de NAVO-kroniek: "We kunnen de effectiviteit van het bondgenootschap echter alleen instand- houden als we het fundament - ons militaire vermogen - blijven versterken. Europa heeft besloten haar vermogens te verbeteren om de vrede en de veiligheid beter te kunnen handhaven".

Laat Europa oordelen over de wijze waarop het kan helpen voor het handhaven van de vrede. De Verenigde Staten denken dit te kunnen doen met hoogtechnologisch en zwaar vernietigend materiaal. Uit de ervaringen van de jongste vijftig jaar weten we dat dit niet helpt. Ze kunnen echter niet weg van de oude militaire logica. Ze schijnen niets te leren uit incidenten zoals recent in de golf van Aden waar een Amerikaanse oorlogsbodem van een nieuwe generatie, een pronkstuk van 33.5 miljard frank, bestand tegen kernaanvallen, kruisraketten, duikboten en zelfs biologische wapens door twee mannen in een rubberbootje zeer zwaar beschadigd werd. Wat baatte het dat het schip beschikte over de meest geavanceerde radaruitrusting; dat het tot 80 raketten vertikaal kon afschieten om vijandige vliegtuigen neer te halen, Tomahawkkruisraketten en Harpoon-raketten aan boord had en aan beide uiteinden uitgerust was met een Phalanx Mk 15 machinegeweer dat tot 4.500 kogels per minuut kan afvuren. Denken ze niet meer aan de 241 mariniers die in Libanon om het leven kwamen toen een zelfmoordchauffeur een vrachtwagen met explosieven te pletter reed tegen een Amerikaanse basis; of aan een gelijkaardige actie in Saoedi-ArabiŽ of tegen de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar es Salaam. Geweld wekt haat en wraakgevoelens op, waartegen geen enkele techniek be-stand is. Laat ons niet het pad van de NAVO opgaan, maar ons complementair opstellen, uitgaande van de vaststelling: hier helpt geen verhoging van het vermogen tot geweld. Hier helpt alleen preventie. Preventie van oorlog en geweld wordt de hoofdtaak van Europa.

Intussen gaat men razendsnel voort met de oprichting van een Europees leger naar oud model. Over de tweede poot van de Europese defensie, de preventiepoot, het schaamlapje dat in Helsinki werd beloofd, hoort men niets anders dan oude koek. Preventie is de pacificatie (door militairen) van een situatie waarvan we zelf gedeeltelijk de schuld zijn. Verder blijft het beperkt tot een economische hulp aan ex-JoegoslaviŽ en de Balkan, die vooral de rijken rijker maakt, en tot een intensere diplomatieke inspanning om oorlogen te voorkomen.

We weten wat die diplomatie ŗ la Rambouillet vermag en hoe diplomaten vooral gebruikt werden om oorlogen te rechtvaardigen. Hier ook is het opdrijven van oude methodes het enige wat Europa wenst te doen.

Totaal onlogisch. En toch krijg je bij ons in de media geen enkele reactie tegen dit dwaas avontuur waarin we ons hals over kop hebben gestort.

 

Terug naar inhoud nieuwsbrief